Page 17 - De Oud Rotterdammer Week 40

Basic HTML Version

De Oud-Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser
Dinsdag 2 oktober 2012
pagina 17
De mislukte tewaterlating van de Tjibadak
Zaterdag 22 september 1928 kon het
136 meter lange en 17 meter brede
schip met bouwnummer 587 te water
worden gelaten. Na de doop en de
goede wensen van de doopster - me-
vrouw Van den Bosch, de echtge-
note van Jhr. H.J. van den Bosch,
directeur van de rederij - voor schip
en bemanning, viel de klink en
kwam het schip om circa 10.45 uur
in beweging. Onder gejuich van de
toeschouwers en het geluid van de
werffluit en de scheepshoorns van
de sleepboten, die het schip moesten
opvangen, gleed het de Hollandsche
IJssel in, die op dat moment de
hoogste waterstand had bereikt. Net
als altijd was het de bedoeling dat de
van tevoren aangebrachte ‘peuren’ -
trossen kettingen die met sluitingen
en staalkabels aan het schip beves-
tigd waren - slepend over de bodem
van de rivier er voor zorgden dat
het schip op tijd tot stilstand kwam.
Hier ging het echter mis! Toen het
schip goed en wel van de helling
was, braken de sluitingen, waardoor
de peuren los raakten en hun werk
niet konden doen. Het gevolg was
dat de Tjibadak met vrij grote snel-
heid bleef doorvaren en zich met de
achtersteven aan de Capelse kant van
de rivier in de dijk boorde.
Gewond
Zoals gewoonlijk bij een tewaterla-
ting waren er ook op die bewuste za-
terdagochtend veel belangstellenden
op de been. Niet alleen uit Keeten
(Capelle-West), ook uit andere delen
van Capelle aan den IJssel en omlig-
gende gemeenten kwam men op de
stapelloop af. In de Nijverheidstraat,
recht tegenover de scheepshellin-
gen van Van der Giessen, stond je
eerste rang. Zelfs de kinderen van
de nabijgelegen Openbare Lagere
School II kregen meestal vrijaf of
een vroegertje om getuige te kunnen
zijn van een tewaterlating. Toen de
Tjibadak, met een aanzienlijk grotere
snelheid dan men gewend was, op
de dijk af bleef doorvaren, ontstond
er meer dan plotselinge schrik onder
het aanwezige publiek. De menigte,
zowel onderaan- als bovenop de
dijk, stoof in paniek uiteen. Daarbij
raakte een persoon met de naam
Blom (*zie noot) onder de auto van
een automobilist, die in de paniek
niet alleen zichzelf, maar ook zijn
voertuig in veiligheid wilde brengen
en in de haast de man over het hoofd
zag. Blom raakte behoorlijk gewond
en werd met inwendige kneuzingen
en een dubbele beenbreuk naar het
Coolsingelziekenhuis in Rotterdam
vervoerd en daar opgenomen.
Sleepboten
De te hard van stapel lopende
Tjibadak was met het roer tot in het
wegdek van de dijk doorgedrongen
en kwam daarin, onder invloed van
de dalende waterstand in de IJssel,
steeds vaster te zitten. De sleep-
boten Nederland en Italië van Piet
Smit, die bij de tewaterlating gereed
lagen om de Tjibadak op te vangen
en naar de afbouwkade te slepen,
maakten direct vast, maar slaagden
er niet in het schip vlot te trekken.
Meer sleepboten werden opgeroepen
om de Tjibadak zo snel mogelijk
weer in de vaargeul te krijgen. Ook
werd begonnen met het schip uit te
graven, waardoor een flink gat in de
dijk ontstond. Nog diezelfde middag
arriveerden de sleepboten Siberië,
Duitschland, Schelde, Dommel en
Dordrecht om meer paardenkrachten
in de strijd te werpen.
Met in totaal zeven sleepboten en het
benodigde graafwerk rond het roer
en achtersteven lukte het tenslotte
dezelfde dag nog de Tjibadak vlot
te slepen. Dijk en bestrating waren
flink beschadigd en werden voor
het begin van het stormseizoen nog
hersteld. Een pand direct tegen-
over de plaats waar het schip de
dijk probeerde te doorklieven, liep
aanzienlijke schade op aan muren en
behang, ook sneuvelde een deel van
het servies. De schade aan de achter-
steven van het schip, zo bleek twee
dagen later in een droogdok, was
nihil. Roer en schroef hadden zelfs
helemaal geen schade opgelopen,
reden voor de licentiehouder van het
Oertz-Patent-Roer om vol trots haar
relaties binnen de maritieme wereld
nog jarenlang met foto’s van de
achtersteven van de Tjibadak in de
dijk te bestoken.
Paul Weyling
paul.weyling@online.nl
* Kranten uit die tijd zaaien enige
verwarring over het slachtoffer
Blom. Zo spreekt het Rotterdamsch
Nieuwsblad van 24 september 1928
over de 78-jarige Dirk Blom, terwijl
de Nieuwe Rotterdamsche Courant
het heeft over de 64-jarige J.B uit
Capelle a.d. IJssel. Het Dagblad
Voorwaarts noemt als slachtoffer
een 73-jarige Blom en de Nieuwe
Tilburgsche Courant heeft het over
‘een ouden man, de 78-jarige Blom
wonende te Kralingsche Veer’. Ver-
volgens noemde het Algemeen Han-
delsblad de pechvogel ‘de 62-jarige
Blom uit Kapelle a/d IJsel’. Wie van
de lezers weet om welke heer Blom
het hier werkelijk gaat?
In 1927 kreeg scheepswerf C. van der Giessen & Zonen te
Krimpen aan den IJssel van de in Amsterdam en Batavia ge-
vestigde Java-China-Japan Lijn opdracht voor de bouw van
het ss Tjibadak, een vracht- en passagiersschip voor in de
tropen met de naam van een stad op Java. De maatschap-
pij hield daarbij vast aan de traditie haar schepen namen te
geven die beginnen met ‘Tji’, het Maleise woord voor rivier.
De Rotterdam Branch is een afdeling van de WSS, een in Engeland gevestigde, wereldwijd actieve vereniging van maritiem geïnteresseerden die zich, op welke manier dan ook, betrokken voelen bij haven en scheepvaar t.
De Branch is met 270 leden de grootste ter wereld en stelt zich ten doel haar leden regelmatig bij elkaar te brengen, te stimuleren in hun gemeenschappelijke belangstelling en kennis van hun interessegebied te vergroten.
World Ship Society
Rotterdam Branch
Door Cees de Keijzer en fotograaf Ernst Lohmann
van www.worldshipsocietyrotterdam.nl
S
C
H
I
P
H
A
V
E
N
Rotterdam bij ochtendgloren
Wie de ROTTERDAM wil zien arriveren, moet vroeg uit de veren. Volgens het vaarschema dient
het schip om zeven uur vast te liggen en dat houdt in dat al voor vijven de loods wordt overge-
nomen, waarna het schip binnenloopt om, op weg naar hartje Rotterdam, eerst Hoek van Hol-
land te passeren. Tijdens het ochtendgloren gaat het vervolgens langs Maassluis, Vlaardingen
en Schiedam en dat kan een prachtig plaatje opleveren. De zon is net op en met de Erasmus-
brug al in zicht baadt bakboordszij zich in het eerste zonlicht.
In 2011 deed de ROTTERDAM van zich spreken door de ju-
bileumovertocht naar New York, als herinnering aan de toen
40 jaar geleden opgeheven trans-Atlantische lijndienst van de
HAL. Het schip werd door duizenden mensen uitgezwaaid
onder veelvuldig getoeter van de scheepshoorn. Kapitein
Krombeen verwierf hiermee de bijnamen Rik de Toeteraar en
Captain Hornblower.
Hij is nu overigens uitgetoeterd, want de terugreis van New
York naar Rotterdam was zijn laatste reis als kapitein en met
name het getoeter ‘s morgens rond vijf uur is hem toen niet in
dank afgenomen door een aantal wakker getoeterden in Hoek
van Holland en Maassluis.
In 2012 loopt de ROTTERDAM niet minder dan negentien
keer haar thuishaven Rotterdam binnen met een inmiddels
uitgevaardigd toeterverbod voor de donkere slaapuren,
behoudens nautische noodzaak. Het is een probleem van alle
tijden, want al in 1940 stond in de toen op 1 januari in wer-
king getreden ‘Havenverordening Rotterdam’ in § 2 het vol-
gende over onnodig fluiten: “In het bijzonder des nachts bij
de wensch tot opening van bruggen kenbaar te maken door
middel van een geluidssein. Deze praktijk is te veroordelen
met de laatste tijd gevolgd wordende gedragslijn om alleen
dan geluidsseinen te geven, wanneer dit uit veiligheidsoog-
punt noodzakelijk is (anti-lawaai).”
- Het S.S. Tjibadak op haar maidentrip op de Nieuwe Waterweg -
- De achtersteven van het S.S. Tjibadak in de dijk. Werknemers van Van der Giessen zijn onder grote belangstelling reeds begonnen
met het uitgraven van het schip -