Page 11 - oud rotterdammer week 06

Basic HTML Version

De Oud-Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser
Dinsdag 21 februari 2012
pagina 11
Kees Korbijn (1926) heeft van onge-
veer 1960 tot 1972 in de Michiel Bar
gespeeld, aan het Deliplein op Ka-
tendrecht. Hij heeft de gouden jaren
meegemaakt van passagierende zee-
lui en een goed gevulde pet als hij
weer eens rond was geweest. Kees
speelde in zijn eentje, in het raam-
kozijn van de populaire nachtzaak,
maar ging ook wel eens twee deuren
verder buurten, in de Walhalla, waar
een fijn trio speelde: accordeonist
Cor Coenen, saxofonist Toon Ver-
meer en gitarist/zanger Jaap Plugers
(bekend geworden onder de naam
Jacky van Dam). In 1972 besloten ze
samen verder te gaan. Als kwartet.
Voor de naam ervan putte Kees uit
zijn ervaringen in de Michiel Bar. In
die bar had hij al die jaren bekende
liedjes gezongen, maar ook eigen
werk, waaronder schuine liedjes,
waar mensen om konden lachen.
Kees: “Bij ons in de zaak kwam een
schilder van Charlois, een grote,
brede, zware vent, en als ik dan weer
een paar van die minder nette liedjes
gezongen had, dan zei hij: jôh, doe
nog eens zo’n asociaal moppie.”
Dat werd de inspiratie voor de naam
van het nieuwe kwartet: ’t Asoosjale
Orkest.
Mooiste letter
Het orkest zong liedjes van de hand
van Kees, liedjes waarin onder
meer een vrij lage arbeidsmoraal
doorklonk: ‘We zijn zo lui als de
pest, meneer. We liggen het liefst in
ons nest, meneer. We zijn te lui om
te staan, meneer. Maar leggen dat zal
nog wel gaan. Dag meneer!’
En ook Toon Vermeer deed een duit
in het zakje. Kees: “Toon Vermeer
kon een hele leuke tekst schrijven.
Die schreef: wat is de mooiste letter
van het ABC? Dat is de w van de
ww. Dat hakte er gelijk in.”
Al vrij snel moest Jaap Plugers -
Jacky van Dam – afhaken, omdat hij
onder contract stond bij Phonogram,
maar de resterende drie ‘Asoosjalen’
trokken, al dan niet aangevuld met
een vierde man, de aandacht van
de media. Binnen de kortste keren
waren ze op radio en tv, en zongen
ze drie langspeelplaten vol. Kees:
“We zaten in Dronten met Gladys
Knight & The Pips samen. We
traden met wereldberoemdheden op.
Ineens werden we overal gevraagd.”
En dan ironisch: “Als je kop op tv
komt, nou dan ben je goed hoor. Oh,
dan ben je zo goed.” Toch verliep de
media-carrière van ’t Asoosjale Or-
kest niet helemaal gladjes. Korbijn
ergerde zich er bijvoorbeeld aan dat
de verstaanbaarheid bij tv-optredens
nogal eens te wensen overliet: “Dat
is altijd mijn hoofdpunt geweest:
hoe komt een tekst door? Ik kom
een verhaal vertellen. Ik sta niet
te zingen van ‘Please release me’.
Daarvan weet iedereen wel hoe het
in elkaar zit. Maar als ik een verhaal
vertel, wil ik dat het te horen is. Het
moet verstaanbaar zijn. En als het
niet verstaanbaar is, denk ik: Jezus,
waarvoor doe ik het?”
Bob van Niekerk
Die teleurstelling had Kees ook, of
misschien wel vooral, bij politieke
vrienden. Bij de Vara. En niet alleen
wat betreft het geluid. Kees: “De
Vara. Dat waren de nakomelingen
van de SDAP, waar m’n vader op
stemde. Maar het kwam tot een
grote breuk. Er was een staking
bij de Hoogovens, en er werden
werknemers uit Joegoslavië geïm-
porteerd om daar te komen werken.
Ik noemde dat: stakingbrekers.
Maar nee, dat moest ik zo niet zien.
Deze mensen hadden toch ook recht
op een goede broodwinning, of ze
nou uit het buitenland kwamen of
niet. Ik zei: nee, ze komen om de
staking te breken. Einde samen-
werking Asoosjale Orkest-Vara.”
De mooiste herinneringen bewaart
Kees aan de zondagmiddagen met
’t Asoosjale Orkest in de cafés van
Bob van Niekerk. Eerst in De Tros,
bij de Hoogstraat, daarna in het café
van Bob aan de West-Kruiskade,
schuin tegenover wat toen nog
Arena heette. Kees: “Als wij op
zondagmiddag binnenstapten bij
Bob van Niekerk, zat er misschien
een mannetje of zeven, acht. Maar
tegen de tijd dat je je eerste nootjes
ging spelen, liep die zaak vol. Dus
dan wist je: ze komen voor ons.”
En vaak was het feest in de zaak.
Kees omschrijft ’t Asoosjale Orkest
als een baldadig orkest. Met veel
aangenaam tegendraads repertoire,
en ‘schuine’ liedjes. Kees: “En als ik
de tekst niet zong, zong het publiek
de laatste regel wel.” Toch werd het
op den duur minder. Toon Vermeer
was afgehaakt, Hans Bruning had
weliswaar plaatsgenomen achter
het slagwerk, en hij zong een fijne
tweede stem, maar Cor Coenen, een
geweldenaar op de accordeon, werd
een dagje ouder en de tijden veran-
derden. Op zeker moment is Kees
een keyboard gaan kopen. “Daar zat
een Japans drummertje in, de heer
Tching Boem, en nog veel meer.”
Rond 1982 viel het doek voor ’t
Asoosjale Orkest. Tijd voor nieuwe
wegen.
Kees Korbijn & ’t Asoosjale Orkest:
“Als je kop op tv komt, nou dan ben je goed hoor”
Korbijn: “Op een dag zitten we met
het orkest in een zaak op de hoek van
het Noordplein. Vier mensen voor
de bar en twee erachter, en wij met
z’n drieën daar voor de muziek. Ik
dacht: Jezus, hoe moet ik die middag
hier zien door te komen? Er kwam
nog één klant. Nou, zaten er vijf. Ik
zeg tegen de jongens: weet je wat we
doen, we gaan gewoon een beetje
betaald zitten repeteren. Zullen we
dat liedje eens doen van ‘Ik dronk
en vergat’? Een nummer dat ik had
geschreven. Ja, dat gingen we doen.
Hans Bruning de tweede stem, Cor
Coenen een derde stem onder de
mijne. Het derde couplet was nog
niet uitgezongen of een van de dames
die met d’r man aan de bar zat, staat
ineens voor m’n neus met een tientje.
Ze zegt: ‘Zing het nog eens.’ Dus we
hebben het nog een keer gedaan, voor
een joet. En nog een keer. En nog een
keer. Ik geloof dat we die middag
vier tientjes vingen voor ‘Ik dronk en
vergat’. Sindsdien is het nooit meer
van het repertoire af geweest.”
Gerard van Bezeij
Altijd leuk, als de telefoon gaat en het
blijkt Gerard Cox te zijn. Hij reageer-
de van de week op het oproepje over
drummer Gerard van Bezeij (1921-
2004). Cox heeft geregeld met hem
gewerkt in Hilversum. Van Bezeij
was verbonden aan onder meer het
Kro-huisorkest van Piet Zonneveld,
dat speelde in het programma Van
Twaalf tot Twee. Later maakte Van
Bezeij deel uit van het gezelschap
Sans Souci, ook onder leiding van
Zonneveld. Drummer Bennie Bosman
meldde zich ook met dergelijke
informatie. Hij wist nog te melden
dat Van Bezeij bij de Boertjes van
Buuten speelde. Een tamelijk bekende
muzikant dus, Gerard van Bezeij,
maar iemand om zijn levensverhaal te
vertellen ben ik nog niet tegengeko-
men. Wie?
Koos Koets
Het verhaal van Koos Koets ligt toch
een beetje anders dan hoe ik het in de
vorige krant voorspiegelde. Ik was die
naam tegengekomen in de plakboe-
ken van de Rotterdamse goochelaar
Boeléro. Koos Koets, conferencier uit
Rotterdam. Precies dezelfde naam als
dat typetje van Kees van Kooten op
tv, van een tijd geleden alweer.
Ik schreef dat die Rotterdamse
conferencier annex komiek echt Koos
Koets heette. Nou, dat blijkt toch niet
waar te zijn. Meerdere lezers van deze
krant wezen me daarop. Koos Koets
was wel degelijk een artiestennaam.
Van Nico van Koetsveld. Waarmee
we een stapje verder zijn. Nico is
niet meer onder ons, weet ik al, maar
verder? Wie kan meer vertellen over
Nico van Koetsveld?
Rinus de Wilde
Bij het doorspitten van de nalaten-
schap van de Rotterdamse markt-
koopman annex verzamelaar Jo van
Loon ben ik vrij veel platen tegen-
gekomen van Rinus de Wilde, een
Rotterdamse komiek die een eeuw
geleden actief was. Over die Rinus de
Wilde kan ik vrij weinig vinden. Een
paar krantenartikeltjes uit de jaren
dertig, dat is het. Op zich valt Rinus
de Wilde een beetje buiten het bestek
van deze krant, het is wel erg lang
geleden, ik verwacht niet dat iemand
nog persoonlijke herinneringen
heeft aan de man, maar ik kan me zo
voorstellen dat Rinus nazaten heeft
in Rotterdam die iets weten van zijn
levensgeschiedenis. Elke informatie
is welkom.
Roland Vonk
Voor vragen, tips of materiaal, mail naar: rolandvonk@telfort.nl of bel
010-4653517. Roland Vonk besteedt op Radio Rijnmond wekelijks aandacht aan
Rotterdams amusement in het programma Archief Rijnmond: zondag 11.00-12.00
uur. Artiesten over wie op deze pagina wordt geschreven, klinken geregeld in
dat programma. De verhalen van deze pagina verschijnen ook, en de meeste in
langere vorm, op de internetsite www.rotterdamsamusement.nl.
door Roland Vonk
Het succes van ‘Ik dronk en vergat’
De teloorgang van Katendrecht als uitgaanswijk, begin jaren zeventig, heeft naast een hoop
ellende ook iets moois opgeleverd. Vier muzikanten die daar in kroegen speelden, zagen het
tij keren en besloten de krachten te bundelen en het verderop te zoeken. De geboorte van een
fameus Rotterdams gezelschap: ’t Asoosjale Orkest.
Met ’t Asoosjale Orkest speelde Kees Korbijn bij voorkeur liedjes waar de mensen om moesten lachen.
Of liedjes die in elk geval de boel opvrolijkten. Trage smartlappen, nummers die van ellende aan elkaar
hangen, hij deed ze liever niet. Of de sfeer moest er naar zijn.
- Vlnr. Luut Buijsman, Toon Vermeer (Toon de Soep), Kees Korbijn (Lange Bart)
en Cor Coenen (Cor met de handjes) -