De Oud Rotterdammer Week 10 - page 21

bleek dat hij ook op die school
had gestudeerd.
Van hem vernam ik een verhaal van
één van de docenten, de heer Zwijgers
(pseudoniem), leraar Zeevaartkunde.
Hij vertelde mij dat Zwijgers de
bijnaam had van ‘De Vleugelmoer’,
vanwege zijn geweldige flaporen die
haaks op zijn hoofd stonden. Ook ver-
telde hij mij een verhaal waaruit bleek
dat Zwijgers vroeger, in tegenstelling
tot zijn voorkomen van een echte heer,
een feestganger was geweest.
Galadiner
Zwijgers, zo vertelde de stuurman,
was vóór het uitbreken van de Tweede
Wereldoorlog in dienst van Shell op
Curaçao, waar hij als stuurman voer
op tankers. Voorts vertelde hij hoe
Zwijgers met een collega-stuurman
van een andere Shell-tanker op een
avond verwacht werd op een galadiner
bij de plaatselijke directeur van Shell
ter ere van Koninginnedag, uiteraard
in wit tropenuniform. Voorafgaand
waren de twee die middag de stad in
geweest, waar zij zich op een terrasje
te goed hadden gedaan aan een grote
hoeveelheid koele pilsjes, afgewisseld
door andere alcoholische versnaperin-
gen. Om kort te gaan, het was volledig
uit de hand gelopen. Op weg naar de
buiten de stad gelegen villa hadden
ze, stomdronken als ze waren, een
ezel uit een weilandje gehaald. Terwijl
Zwijgers luid zingend achterstevoren
op de ezel zat, was het stel veel te
laat aangekomen bij de villa van de
directeur, waar de hele elite al was
aangeschoven. Achterstevoren zittend
zat Zwijgers aan de staart van het dier
te trekken, terwijl zijn collega aan de
teugels trok om het dier de marmeren
trappen van de feestzaal op te helpen.
De ezel bleef stokstijf staan, alsof hij
begreep dat hij daar niet welkom was.
Ten aanschouwe van het publiek ging
het stomme dier daar ook nog eens
onbeschaafd staan plassen. Het spet-
terde over de witmarmeren treden. De
twee werden, met de ezel, hardhandig
afgevoerd door het aanwezige perso-
neel. Later werd er niet veel ruchtbaar-
heid aan gegeven vanwege negatieve
publiciteit. Wel kregen beide heren op
staande voet de zak.
Oorlog
Doordat niet veel later de oorlog uit-
brak, hadden beide feestnummers snel
nieuw emplooi gevonden en gedurende
de oorlog op vrachtschepen gevaren,
waar Zwijgers ondertussen opklom tot
kapitein. Na de oorlog was hij in het
zeevaartonderwijs gaan werken. Met
deze informatie startte ik in september
1954 mijn studie aan de Gemeentelijke
Zeevaartschool en maakte kennis met
de heer Zwijgers, alias ‘De Vleugel-
moer’. Het moet gezegd worden; hij
deed die naam eer aan. Wel moet ik
uitdrukkelijk vermelden dat ik hem heb
leren kennen als een zeer bekwaam
docent Zeevaartkunde, die de leerstof
duidelijk kon overbrengen aan de stu-
denten. Bovendien stond hij altijd klaar
om hen, die dat nodig hadden, een
en ander nog eens extra uit te leggen.
De Zeevaartschool bevond zich op de
hoek van de Pieter de Hoochweg en
de Pieter de Hoochstraat in Rotterdam.
Het mooie gebouw staat er nog steeds,
met zijn typische torentje en platform
op het dak waar wij ons bekwaamden
in het hanteren van de sextant, een
zeevaartkundig hoekmeetinstrument.
De Sint
Vanuit ons leslokaal hadden we uit-
zicht op de Pieter de Hoochstraat. Op
een woensdagmiddag rond Sinterklaas-
tijd hoorden we rumoer op de straat
beneden ons. Het was net tijdens het
wisselen van de les. We gingen voor
het raam staan kijken en Zwijgers,
die net was binnengekomen had zich
achter ons geschaard. Zo zagen we de
Goedheiligman voorbij komen, geze-
ten op een mooi wit paard. Er stonden
mensen en natuurlijk veel kinderen
langs de kant. Onder hen een jonge
vrouw met een paar kinderen die, toen
de Sint passeerde, haar hand uitstak
naar het paard. Het paard hield halt
en zo te zien gaf de vrouw het paard
een snoepje. Een van de kinderen stak
ook haar hand uit en offreerde ook
een snoepje. Het paard scheen het wel
lekker te vinden en bleef staan. Na nog
een snoepje werd er door Zwarte Piet,
die de Sint en het paard begeleidde,
aan de teugel getrokken.
Stokstijf
Het paard had echter een ander idee,
bleef stokstijf staan en eiste nog meer
lekkers. Na nog een snoepje wilde het
dier helemaal niet meer verder, hoe
Piet ook aan de teugel trok. Het ver-
oorzaakte grote hilariteit onder de toe-
schouwers. Ook wij hadden vanachter
de ramen de grootste lol. Vlak achter
mij stond de heer Zwijgers, de handen
op de rug, het tafereel geamuseerd
te bekijken. Plots schoot het verhaal
van de stuurman mij in gedachten. Ik
richtte mij tot Zwijgers en zei: “Leuk
hè, dat zo’n paard niet verder wil lo-
pen. Maar als het nou een ezel zou zijn
en je gaat er achterstevoren op zitten
en je trekt hem aan z’n staart, zou hij
dan niet willen lopen?” Zwijgers keek
mij eens doordringend aan en aan zijn
gezicht kon ik zien dat hij wist waar
ik op zinspeelde. Maar hij gaf geen
commentaar.
Fideel
Jaren later kreeg ik een uitnodiging een
avond bij te wonen ter gelegenheid van
een jubileum van de school. Het was
er druk en ik ontmoette er oude beken-
den, waaronder de heer Zwijgers. We
raakten in gesprek en hij vertelde mij
dat hij gepensioneerd was. Ook vroeg
hij natuurlijk over mijn belevenissen
na het verlaten van de school. En plots
zei hij: “Zeg Kunz, je moet mij nu toch
eens vertellen; je herinnert je dat geval
van Sinterklaas en dat paard dat niet
wilde doorlopen. Toen zei jij iets over
een ezel. Wat bedoelde jij daarmee?”
Toen vertelde ik hem wat ik gehoord
had. Maar ik vertelde hem ook dat ik
het zelf verder onder de pet heb gehou-
den. En dat vond hij wel fideel.
Jaap Kunz
Na een jaar of vier bij de KNSM
“voor de mast” te hebben ge-
varen, vond ik het tijd worden
naar de Zeevaartschool te
gaan om mijn stuurmandiploma
te halen. Ik had bij de kapitein
mijn ontslag ingediend. Op mijn
laatste reis liep ik wacht met
de eerste stuurman, die mij
vroeg waarom ik afmonsterde
in Amsterdam. Toen ik hem
vertelde dat ik mij had inge-
schreven aan de Gemeentelijke
Zeevaartschool in Rotterdam,
De Oud-Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser
Dinsdag 3 maart 2015
pagina 21
De vroegere Gemeentelijke Zeevaartschool aan de Pieter de Hooghweg, foto’s Jaap Kunz
Nog steeds staat het in de muur gegrift; Gemeentelijke Zeevaartschool
Co-op en silo ‘Excelsior’
Julius Hoftijzer (ddct7916@
kpnmail.nl) veerde op bij het
aantreffen van foto 72 in de
rubriek ‘Rotterdam gefoto-
grafeerd 1980-1990’ van 23
december. Hierop staat afge-
beeld de meelverwerkings-
fabriek en meeloverslag van
Van Latenstein aan de Rijnha-
ven/Veerlaan op 30 juni 1983.
Het complex is gebouwd in
de beginjaren vijftig.
“Van eind 1976 tot 1997 heb ik bij
Latenstein aan de Veerlaan 3 gewerkt.
In het begin was het een meelfabriek
van Co-op, daarna van Koninklijke
Scholten Honig (KSH) en in 1980
werd het bedrijf onderdeel van Wes-
sanen uit Wormerveer. Dit bedrijf
heeft de fabriek gemoderniseerd en in
1992 is de meeldivisie van Wessanen
verkocht aan Meneba en in juni 1997
gesloten. Het pand heeft enkele jaren
leeggestaan en daarna is het verkocht
aan Codrico Rotterdam BV.
De silo aan de kant van de Veerlaan
had als naam ‘Excelsior’. In de Co-op
tijd werd tarwebloem geleverd aan
de Co-op-bakkerijen totdat dit bedrijf
ophield te bestaan. In de KSH-tijd
werd veel geleverd aan Honig en
Latenstein-zetmeel in Nijmegen.
Ook dat is alweer jaren verleden tijd.
In de Meneba-periode werd alleen
zetmeelbloem gemalen. Sinds juni
1997 werk ik bij Meneba. In het Na-
tionaal Co-op Museum aan de Lange
Haven in Schiedam is ongetwijfeld
nog meer informatie te verkrijgen.’’
M.J. van Agthoven (n.ottevanger8@
upcmail.nl) vult aan: “Ik las in De
Oud-Rotterdammer over de meelfa-
briek Latenstein. Ik ben januari 1971
als ziftenvoerder in dienst getreden
bij Co-op Nederland, hoofdkantoor
Vierhavenstraat, afdeling Meelfabriek,
Rijnhaven. Nadat ik goed ingewerkt
was, ben ik bevorderd tot graanreini-
ger en als walsenvoerder ben ik daar
geëindigd.
Er is ook nog een overgang geweest
van Co-op naar Koninklijke Scholte-
Honig. Vanaf 1977 heette het Laten-
steinfabrieken BV.
Een ‘Vleugelmoer’ op een ezel
1...,11,12,13,14,15,16,17,18,19,20 22,23,24,25,26,27,28,29,30,31,...32
Powered by FlippingBook