De Oud Rotterdammer Week 30 - page 1

Het moet rond 1990 geweest
zijn, toen mijn vrouw en ik
met de caravan hadden geno-
ten van een vakantie in Zuid
Frankrijk (Cap d’Agde) aan de
Middellandse Zee. We hadden
zin iets meer van Frankrijk te
zien en besloten via de N9,
A75 en E11 via Clermont-Fer-
rand naar Parijs te rijden.
Het was een verkeerde beslissing,
omdat het een ongelukkige weg was.
Enorm druk en steeds door dorpjes en
stadjes. Tamelijk vermoeid besloten
wij om een uur of vier ‘s middags op
de eerste de beste camping te gaan
bivakkeren. Wij waren ongeveer 25
kilometer voor de grote stad Millau,
toen ik te laat zag dat we een camping
voorbij reden. Gelukkig was er een
paar honderd meter verderop een klein
benzinestation en ik dacht daar te
kunnen keren. Het was echter te krap
en ik raakte met onze caravan het af-
dakje boven de pomp. De eigenaresse
schreeuwde moord en brand. Het leek
wel of ze vermoord werd. Zo goed en
zo kwaad als mogelijk brachten we
haar aan het verstand dat we naar de
vlakbij gelegen camping gingen en we
onmiddellijk zouden terugkomen om
de schadeformulieren in te vullen. Het
ging erom dat zij iemand zou bellen,
bleek later, die haar zou helpen met
het invullen van het schadeformulier.
Dus wij terug, op weg naar de cam-
ping. Ik reed heel langzaam, want ik
wilde hem niet voor de tweede keer
voorbij rijden. En ja hoor, ik zag hem,
zette mijn richtingaanwijzer aan en
wilde het terrein oprijden. Opeens zag
ik achter ons met grote snelheid een
auto naderen. Ze moet gezien hebben
dat wij vrijwel stil stonden en linksaf
wilden slaan, maar ze zag schijnbaar
een gaatje en wilde toch nog voorbij.
Gevolg: ze vloog met een harde klap
tegen mijn linker spatboord aan. Dus
we presteerden het binnen het half uur
twee aanrijdingen te hebben.
Schelden
Het spatbord schuurde langs de band,
maar we konden hem toch op een
plaatsje krijgen op de camping. We
stonden amper, de pootjes moesten
nog uitgedraaid worden, de auto van
de trekhaak en we hadden nog geen
elektra. En toen begon de ellende.
Inmiddels was de benzinepomphoud-
ster met twee man als versterking
aangekomen en maar schelden. Het
was gewoon bedreigend en even later
kwam er ook nog politie, maar die
hielden zich gelukkig op de achter-
grond. Ook de vrouw die de aanrijding
veroorzaakt had, ging nogal te keer,
maar wel beschaafder. Later bleek dat
ze onderwijzeres was in dat gehucht.
We moesten twee schadeformulieren
invullen, maar ze waren zo wantrou-
wig over wat ik invulde dat ze geen
handtekening wilden zetten. Allebei
moesten ze weten wat ik geschreven
had, maar wij beiden spreken geen
woord Frans en leg het dan maar eens
uit. Gelukkig kregen we hulp van
een tweetalige Belg en is alles goed
gekomen en werden ze rustig. De
schooljuffrouw werd zelfs vriendelijk
en vroeg of ze ergens mee kon helpen.
De andere tegenpartij bleef vervelend;
zonder een woord te zeggen, vertrok-
ken ze. Wij hebben van beide zaken de
schuld gekregen bij de verzekering.
Takelwagen
Wij de ANWB in Lyon gebeld. Dat
lukte de volgende dag pas, na vijf
keer proberen. Zij regelden een garage
voor ons in Millau. Een paar uur later
kwam een takelwagen ons ophalen.
Het ongelofelijke gebeurde echter: de
chauffeur kreeg slaande ruzie met de
campinghouder, toen hij vroeg of hij
mocht bellen naar de ANWB om te
vertellen wat de schade was, wat ze
eraan gingen doen en wat de kosten
zouden worden.
Er zat niets anders op dan mee te
rijden naar de garage om daar de zaak
of te handelen. Bij de garage aange-
komen kwam er een gezellige dikke
Fransman ons tegemoet. Hij had zelfs
een alpinopetje op. Hij sprak vloeiend
Duits, want hij vertelde dat hij vijf jaar
lang krijgsgevangene was geweest in
Duitsland. De chauffeur vertelde zijn
baas over de ruzie. Het bleek om een
oude vete te gaan. Hij vroeg of we al
iets gegeten hadden. Wij zeiden ‘nee’
en de chauffeur bracht ons naar, wat
later bleek, een eettent voor vrachtwa-
genchauffeurs. Het eten was overheer-
lijk en zeer goed betaalbaar. Inmiddels
was alles geregeld. Bij terugkomst
in de garage met de ANWB gebeld:
de reparatie zou drie dagen duren. Er
moest een nieuwe schokbreker ingezet
worden. Die was besteld, maar dat
zou even duren. Wij met een taxi terug
naar de camping.
Andere pechvogel
Er stond op de camping nog een
Nederlander, die pech had met zijn
Mercedes. Er moest een onderdeel
komen op het vliegveld in Montpel-
lier, zo’n honderd kilometer bij ons
vandaan. Die man vroeg of ik, als
onze auto gerepareerd was, tegen be-
taling met hem naar Montpellier kon
rijden om het onderdeel op te halen.
Dat bespaarde hem een paar dagen. Ik
vond het best.
Toen onze auto klaar was, moesten
wij 600 gulden betalen, wat ons
beslist meeviel. ‘s Middags op weg
naar Montpellier. Die man was erg
nerveus en bij het eerste het beste
huis wilde hij uit de auto om de weg
te vragen. Dus ik stopte; hij stapte uit
en gooide het rechterportier zo hard
dicht dat de ruit er uit vloog. Honderd
excuses, maar daar koop je niks voor.
Hij zei: “Als we de goede winkel
tegenkomen, koop ik dubbelklevend
plakband en een stevig stuk plastic en
plakken het raam voorlopig dicht.” Ik
antwoordde: “Nou, dat komt mooi uit,
dubbelklevend plakband heb ik bij me
en plastic kunnen we wel op de kop
tikken. Het toeval wilde namelijk dat
ik vloerenlegger was en hij stoffeer-
der. Overigens hebben wij met die
mensen heel gezellige dagen beleefd
op de camping.
We zijn thuis gekomen met een inge-
deukt spatboord en een dichtgeplakte
ruit. Natuurlijk moesten wij onze
buren alles uitleggen. Wij verloren
geen seconde ons goede humeur en
kunnen er nu met plezier over praten
en schrijven.
Jaap Martens
Brokken en panne op kampeervakantie
De Oud
Dinsdag 25 juli 2017 . Jaargang 13, nr. 15
Deze week o.a.:
Helmut
Tjemmes
Pag. 3
Zwembad
Overschie
Pag. 5
Vakantie in
rusthuis
Pag. 9
Maritieme
wandeling
Oostplein
Pag. 13
Kamperen in Frankrijk
Oplage: 122.000 ex.
29 sep › 1 okt 2017
in Rotterdam Ahoy
info & tickets: 0900 300 1250
THENETHERLANDS
MILITARY
1 2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,...20
Powered by FlippingBook