DE OUD UTRECHTER WEEK 42 - page 5

Leo van Veen (68) groeide op in de Zonstraat
bij Sterrenwijk en Oudwijk. “We voetbalden na
schooltijd altijd op straat. Als kind speelde ik met
talentvolle voetballertjes die later profvoetballer
geworden zijn, zoals Joop Jochems en Wim van
Arnhem. Ook de bekende voetbalfamilie Van
den Bogert woonde in de buurt. Ik speelde in het
straatvoetbalteam van speeltuin Merwede met
onder anderen Eddy Achterberg. Tonny van der
Linden gaf ons wat trainingen. We werden kam-
pioen van Nederland. Tot mijn 15e jaar speelde ik
bij Celeritudo. Mijn vader, Co van Veen, speelde
in het eerste team van DOS. Daarom ben ik ook
naar DOS gegaan.” Een enorme schok voor het
gezin Van Veen was toen vader Co plotseling op
36-jarige leeftijd overleed. “Een wondje bij zijn
neus begon te infecteren. Een infectie die over-
sloeg naar zijn hersenen. Hij had een drogisterij-
apotheek en bleek immuun voor penicilline. Mijn
moeder bleef met vier kleine kinderen achter. Ik
heb grote bewondering voor haar hoe zij, ondanks
alles, haar kinderen een gelukkige jeugd heeft
bezorgd. Ze heeft met een enorme inspanning de
winkel voortgezet en ons alle kansen gegeven ons
goed te ontplooien.”
In het begin ondervond Leo van Veen veel
tegenwerking in zijn voetbalcarrière. “Ik moest in
militaire dienst, maar debuteerde vlak daarvoor
nog, in 1965, in het eerste van DOS thuis tegen
Sportclub Enschede. Daarmee verdiende ik mijn
eerste minicontract. In dienst bij de Koninklijke
Marechaussee kreeg ik geen enkele medewerking
om te voetballen. Een enorme frustratie, ik liep
anderhalf jaar achterstand op.”
Degradatievoetbal
“Na mijn diensttijd werd bij DOS mijn contractje
verlengd. ‘s Morgens werkte ik bij Galeries Mo-
dernes op de administratie en ‘s middags vanaf 3
uur gingen we trainen.”
DOS speelde constant degradatievoetbal. In de
jaren vijftig was de club succesvol geweest als fa-
milie/ vriendenclub met zelfs het landskampioen-
schap in 1958. Die sfeer was bij de professionali-
sering van het betaald voetbal niet vol te houden.
“Onze trainer had weinig overwicht. Wij, spelers,
bepaalden vaak hoe er getraind werd. Een climax
was de degradatiewedstrijd op 24 mei 1970 tegen
GVAV in Groningen. We gingen een dag ervoor
naar Norg om ons in alle rust op de wedstrijd
voor te bereiden. Daar aangekomen bleek op het
dorpsplein voor ons hotel een lawaaierige kermis
te zijn. Die avond zijn we stiekem gaan stappen.
De volgende dag bij het stadion zagen we de ge-
spannen koppies van de GVAV-spelers. Wij waren
door de gezellige avond ervoor heel relaxed. Voor
rust nam ik een bal vol op de pantoffel en joeg
hem in de bovenhoek, onbereikbaar voor GVAV-
keeper Tonny van Leeuwen. We wonnen met 0-1
en DOS handhaafde zich.”
Beste team
FC Utrecht werd in 1970 samengesteld uit spelers
van DOS, Elinkwijk en Velox. Co Adriaanse en
de Deen Jorgen Hendriksen werden nieuw aange-
trokken. Trainer was de 29-jarige Bert Jacobs. De
club eindigde het eerste seizoen op de negende
plaats. Het was een sterke competitie, Feyenoord
en Ajax heersten in Europa. “Na de wedstrijd
gingen we vaak in kleine groepjes op stap, de
stad in en konden we ‘m behoorlijk raken. Ook
Bert Jacobs kon er wat van. We waren voor het
eerst allen full-prof en moesten hard trainen. Het
seizoen 1980-1981 hadden we het beste team met
de sterke as: keeper Hans van Breukelen, Joop
Wildbret, Willem van Hanegem en mijn persoon.
We werden derde en plaatsten ons voor Europees
voetbal.”
Bepalend
Leo van Veen was jarenlang een bepalende speler.
“Ik kon eisen stellen en wilde graag in de zomer-
maanden naar Amerika. Daar speelden beroemde
spelers uit Europa en kon veel geld verdiend wor-
den. Rinus Michels trainde Los Angeles Aztecs.
Ik speelde er met onder anderen Johan Cruijff.
Met voldoening kijk ik op die periode terug.
Cruijff heb ik als een fantastische voetballer leren
kennen. Hij en Tonny van der Linden zijn de bes-
ten met wie ik gespeeld heb. Op mijn veertigste
werd ik trainer bij RKC en promoveerde met die
club naar de eredivisie. Ik ben ook nog trainer bij
de FC Utrecht geweest. Er was een bestuurlijke
chaos met vijf voorzitters in anderhalf jaar tijd.
Ook de spelers hadden op een gegeven moment
minder vertouwen in me. Daarom heb ik ontslag
genomen.”
Hij is adviseur bij AC Trencin uit Slowakije van
oud Ajax-voetballer Tsjeu la Ling. FC Utrecht
blijft zijn grote liefde. Elk jaar koopt hij een
seizoenskaart. Hij speelde dertien jaar voor de
club en draagt met recht de eretitel Mister FC
Utrecht. Het wordt tijd dat zijn naam wordt ver-
eeuwigd.
Leo van Veen heeft onbetwist
de eretitel Mister FC Utrecht
Leo van Veen scoorde in het degradatieduel GVAV - DOS op 24 mei 1970 in de laatste wedstrijd van de competitie het winnende
doelpunt, waardoor DOS met 0-1 won en niet DOS maar GVAV degradeerde. Als DOS in Groningen had gelijkgespeeld of verloren
dan zou, in de vierde stad van Nederland, waarschijnlijk langere tijd marginaal betaald voetbal gespeeld zijn. Dat jaar stond na-
melijk de fusie op stapel tussen de Utrechtse betaalvoetbalclubs DOS, Elinkwijk en Velox. Een voorwaarde was dat de fusieclub
in de eredivisie zou spelen. Drie betaald voetbalclubs in Utrecht hadden geen gezonde basis van bestaan. Voor het voetbal in
Utrecht was het in 1970 een dubbeltje op zijn kant!
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 14 oktober 2014
pagina 5
Leo van Veen samen met Johan Cruijff bij de L.A.Aztecs in 1981
Hij speelde voor DOS 62 competitiewedstrijden en voor FC Utrecht 367. Hij maakte die periode 174 doelpunten en kreeg de ereti-
tel ‘Mister FC Utrecht’. Na 21 jaar betaald voetbal stopte hij op zijn veertigste jaar.
Interview door Jan Jansen
Leo van Veen
Arthur Rypkema begint te lezen. In de
Nederlandse samenleving blijken veel
mensen buiten de boot te vallen. Ze
willen best meedoen, maar ze kunnen
het niet. Want: ze spreken of lezen
onvoldoende de Nederlandse taal. Hier-
door loopt er van alles in het honderd.
Als ze ziek zijn, kunnen ze de huisarts
niet goed uitleggen wat er aan de hand
is. Ze hebben hun administratie niet op
orde. Hun sociale leven komt niet van
de grond. Deels gaat het om mensen
die geboren zijn in een ander land.
Maar ook onder autochtone Neder-
landers heeft een grote groep moeite
met lezen en schrijven. De wereld
van al deze mensen is onnodig klein.
Vrijwilligers van U Centraal bieden de
helpende hand. Zij geven taalles, soms
in combinatie met ondersteuning bij
praktische zaken.
Geluksvogel
Arthur Rypkema rekent zijn koffie af
en gaat naar huis. Het krantenberichtje
laat hem niet los. Wat is hij een geluks-
vogel. Zijn zaakjes zijn op orde en hij
heeft zeeën van tijd. Zal hij…? Ja. Hij
doet het. Het telefoonnummer is snel
gevonden. ‘Spreek ik met U Centraal?
Ja, Rypkema hier. Ik wil me graag
aanmelden als taalvrijwilliger.’
Meer informatie
Als taalvrijwilliger bij U Centraal
biedt u ondersteuning bij het gebruik
van taal in het dagelijks leven. Soms
onderneemt u ook gewoon gezellige
dingen met een cliënt die dan op deze
manier ‘spelenderwijs’ de taal leert.
Van de Algemene Hulpdienst van U
Centraal krijgt u informatie, hulp en
begeleiding bij uw vrijwilligerswerk.
Zo organiseren we samen met de Stich-
ting Lezen en Schrijven geregeld een
training speciaal voor taalvrijwilligers
en stellen we diverse lesmaterialen ter
beschikking. Voor meer informatie en
aanmelding kunt u contact opnemen
met Carina de Boer, consulent van de
Algemene Hulpdienst. Stuur een mail
naar
of bel
030-2361938.
Meer informatie vindt u
ook op
/
vrijwilliger-worden.
Verbeter de wereld, vergroot die van een ander
Hij geniet er nog steeds van. Nooit meer een volgeplande agenda. Nooit
meer stapels nakijkwerk in het weekend. Arthur Rypkema (67) heeft
zijn leven lang voor de klas gestaan. Nu is hij met pensioen. Iedere dag
opnieuw kan hij precies doen waar hij zelf zin in heeft. Vandaag drinkt
hij koffie in de stad. Op de leestafel van het café ligt De Oud-Utrechter.
Hij bladert de krant op z’n gemakje door. Ineens valt zijn oog een artikel
met de kop:
Verbeter de wereld, vergroot die van een ander
.
Foto: Ministerie van fotografie
1,2,3,4 6,7,8,9,10,11,12,13,14,15,...16
Powered by FlippingBook