Speltstraat.
Wat een heerlijk krantje ‘De Oud Rotterdammer’! Ik ben geboren in Rotterdam en heb daar tot eind 1946 in de Speltstraat 7 gewoond. Ik zat op de ‘bovenschool’ in de Zwartewaalstraat. De hoofdmeester was meneer Nieuwenhuijzen, een man met rood stekeltjeshaar. Hij trok de jongens aan hun oren en deelde nogal eens een rake klap uit met de liniaal. Jan van ’t Hof, een jongen met rood krullend haar, was de beste maar ook ondeugendste leerling van de klas. Jan woonde aan de Katendrechtse Lagendijk. Ik herinner me de volgende namen uit de zesde klas van 1940: Anny de Vloed, Corry Kok, Nel, Piet, Jopie en Mientje Piersma, Annie Ockhuizen, 2 zusjes Van Zuilen uit de Speltstraat 11, Cisca Peters en haar Pekineeshondje, Jo Verbeek, Cor Barendrecht, Adje v/d Kooij en Lien Nugter uit de Egelantierstraat. Wij waren met een toneelstukje bezig maar door de invasie is daar nooit meer iets van gekomen. Na de lagere school ben ik naar de huishoudschool in de Drievriendenstraat gegaan. Ik zal nooit mijn vriendinnetje Lijntje (Leny) Huizer van de Brielselaan vergeten. Zij is vlak voor de oorlog ontvoerd. Jaren later is ze vermoord teruggevonden in een kelderruimte aan de Gerstraat. Op 10 mei 1940 maakte onze moeder ons ’s nachts om drie of vier uur huilend wakker en schreeuwde: ‘Er is oorlog, er is oorlog, kleed je vlug aan!’ Vanuit haar slaapkamer keek je zo op vliegveld Waalhaven waar de parachutisten uit de vliegtuigen sprongen. Dat vergeet ik nooit meer: ik was de dag ervoor dertien jaar geworden. Onze vader was, na veertien jaar werkloos te zijn geweest, sinds drie weken op de grote vaart. Weken later is hij vanuit Granville (Frankrijk) naar huis komen lopen. Mijn vader sprak zijn talen omdat hij van jongs af aan al over de wereld had gezworven. Onderweg naar huis was hij nieuwsgierig naar wie er zou winnen in het luchtgevecht dat boven hem plaats vond. Door die nieuwsgierigheid kreeg hij een granaatscherf op het puntje van zijn neus. Helaas versloegen de Duitsers de Engelsen. Hij ging in het verzet en ging daarvoor ook naar Engeland om wapens te halen die hij, zoals onze moeder na de oorlog vertelde, in de kelder verborg. In 1943 is mijn vader verongelukt, waarschijnlijk in de buurt van Granville. Hij is ook in Frankrijk begraven. Ik heb nog jaren lang naar zijn graf gezocht. In september 1941 konden wij, vanuit school, vrijwillig voor zes weken worden uitgezonden naar Oostenrijk. De trein, volgeladen met kinderen, vertrok vanuit Rotterdam naar Schardingen op de grens bij Passau. In de oorlog ben ik menigmaal van Rotterdam naar Amersfoort of Apeldoorn gelopen, in de hoop daar eten te kunnen bemachtigen. Ik wilde niet dat mijn moeder dat deed. Later ben ik in Apeldoorn gebleven en heb daar de bevrijding meegemaakt. In 1946 ben ik als au pair naar Engeland gegaan. Twee zomers lang heb ik in mijn eentje door Engeland gefietst. Wat een prachtig land! Ik ben daar verliefd geworden op een Poolse krijgsgevangene. Dat heeft een jaar of drie geduurd maar toen moest ik, of ik wilde of niet, naar huis. Drie jaar geleden (ca. 2003 red.) heb ik ‘mijn’ Pool, dankzij het programma ‘Memories’ van Anita Witzier, in Engeland teruggevonden. Oproep: Ik ben op zoek naar mijn klasgenoten van de lagere school. Verder zoek ik nog: Gerard Huizer, Alie of Ellie v/d Vlies, zij woonde aan de Katendrechtse Lagendijk 82, Beppie Vuik wonend bij ’t Volkshuis’ onder de poort in Vreewijk, Gerard ? die in de oorlog in de Rauwenhofstraat 4 woonde en iedereen die naar de V�cklafabriek is geweest.
Jony Brinkhaus
Pijnboomstraat 27
3203 XM Spijkenisse
Tel: 0181 – 616409
|