Straten van Rotterdam

De straat waarin je opgroeide, vergeet je nooit meer. Daar liggen ook vaak de mooiste herinneringen. De spelletjes die je speelde, de vriendjes en vriendinnen, de winkels in de straat en markante bewoners, het staat allemaal in je geheugen gegrift. Heel veel lezers van De Oud-Rotterdammer sturen hun herinneringen naar de redactie. Teveel om allemaal te kunnen plaatsen, maar er gaat niets verloren. Wat de kolommen van de krant niet haalt, vindt u in dit archief.


1933 Vlietlaan

Van de heer A van 't Hart (Kreekstraat 10, 3295 GG 's Gravendeel) ontvingen wij verschillende kopieën van krantenberichten uit 1933. Kennelijk was dit zo'n spraakmakende zaak want er stonden op 28 oktober wel zes foto's in het blad "Het Leven" . Wat was er gebeurd?

Op zondagmorgen, 22 oktober 1933 even voor kerktijd, hoorde een bewoonster van de tweede etage van een pand aan de Vlietlaan gerucht op de eerste etage. Dat kwam haar nogal verdacht voor omdat de bewoner van die etage, drogist A.J. Kruysse, niet thuis was. Nadat ze gezien had dat twee mannen bezig waren om via een bovenraam in te breken, haastte ze zich naar boven en waarschuwde haar nog in bed liggende man. Deze kwam uit zijn bed, pakte een hamer en ging op weg naar de inbrekers. Zijn vrouw riep uit raam om hulp, maar niemand reageerde. 'Intusschen was de man met de twee inbrekers slaags geraakt. Op het helsche spektakel snelde de vrouw naar beneden en zij was er nog juist getuige van, dat ��n van de inbrekers een breekijzer ophief om er haar man mee op den schedel te slaan. Zij bedacht zich geen ogenblik en viel den onverlaat op het lijf, zoo dat hij het breekijzer moest laten zakken. Er ontwikkelde zich een regelmatig gevecht van man tegen man en man tegen vrouw. Terloops tikte de echtgenoot van de moedige vrouw haar tegenstander vier maal met den hamer op het hoofd, waarna de vrouw met den man wankelend aan het trapgat kwam te staan, toch niet losliet en hard omlaag stortte. Beide inbrekers zien kans om te vluchten en de man (in nachtgewaad) ' ontwijdde den Zondagochtend nog met een achtervolging door de Vlietlaan en de Kettingstraat' . Een van de inbrekers, C. de V, kon worden gegrepen. In het krantenbericht is een uitgebreid ' verhoor der verdachten' te lezen. Tegen C. de V wordt een jaar en zes maanden gevangenisstraf ge�ist en tegen K., de andere inbreker, twee jaar gevangenis. Drogist Kruysse vertelde aan de rechter nog dat hij 'vroeger al eens eerder gewaarschuwd is, dat er onder kerktijd bij hem zou worden ingebroken. Het was even voor Pinksteren. Een man, die zijn naam niet wilde zeggen, was hem komen waarschuwen. De heer J. Kalisvaart, de moedige man die de inbrekers te lijf ging, werd ongeveer 3 weken na deze gebeurtenis plotseling ontslagen bij Van Gend en Loos waar hij als chauffeur werkte. Reden& & .. te oud!


Noordpolderstraat.

Tijdens de bezetting in de Tweede Wereldoorlog zat ik op de lagere school aan de Noordpolderstraat, in de klas van meester Zeedijk. Lien van Dam, die ook in onze klas zat, kwam op een dag niet meer naar school. Ze was joods en ze was op transport gesteld richting Duitsland. Onze meester, die zeer ontdaan was, vertelde dat aan ons. Het schoolplein grensde aan de Noordpolderstraat en toen wij op een dag daar aan het spelen waren en onze meester in gesprek raakte met een ‘dame’ die uit het raam van een benedenwoning leunde. Kennelijk ging het gesprek over Lien van Dam. ’s Middags werd meneer Zeedijk, tijdens de les, weggeroepen. Achteraf hebben we gehoord dat de hij door de man van de uit het raam hangende vrouw, bij de keel is gegrepen en tegen de grond was gewerkt. De man en vrouw uit de benedenwoning bleken fanatieke NSB-ers te zijn. We hebben meester Zeedijk nooit meer teruggezien.

A.v/d. Heuvel
Paddeweg 1
2992 CK Barendrecht


Paradijslaan 1933-1939

MIk begin mijn wandeling bij de oude ingang van de Algemene Begraafplaats in de Crooswijksebocht en loop langs een houtzagerij en de zuurwarenfabriek van Nielsen. Even om de hoek is een slagerij. Ik sla de Paradijslaan in en loop aan de linkerzijde. Daar moet een grote wasserij gezeten hebben met de naam De Zon of de Rijzende zon. Er staan veel woningen in dit gedeelte en er is ook een groentewinkel. Op de hoek van de Kerkhoflaan is een aardappel- en/of brandstoffenhandel. Over het spoor van lijn 15 lopend, zie ik tegenover me de broodbakkerij van v.d. Meer & Schoep. Het ruikt er heerlijk als die broden in broodblikken buiten in rekken liggen af te koelen. Naast de etalage van v.d. Meer & Schoep is een sigarenwinkel. Daar langslopend kom ik weer in de Paradijslaan. Vlak bij de hoek zijn een paar bedrijfjes gevestigd op souterrainniveau. De eerste is een fietsenmaker annex fietsenstalling. Het volgende is de wasserij van Kervezee met daarbinnen de altijd hevig transpirerende dames die aan het wassen en strijken zijn. Als ik wil kijken, wordt ik, net als altijd, weggejaagd. Na een stukje verder lopen kom ik bij de slagerij van Kazan en weer wat verder bij de drogisterij van Louwe en de ijszaak van Janus. Dan volgen er alleen nog woonhuizen tot aan de hoek. Het eerste woonhuis, na de ijszaak, is van de familie Roggeveen. Daarboven, op de tweede etage woont de familie v.d. Wal. De vader is evangelist en ik heb hem slechts een of twee keer gezien. Zoon Wim zag ik regelmatig. Daarnaast wonen de familie Viegen en Reijs met hun beroemd geworden dochter Rita. Een eindje verder is er een laag stoepje dat toegang boedt tot twee voordeuren. Hier woonde ik, op nr. 49b. Achter de tweede voordeur woonde beneden de familie Reichhardt. Met Kobus, de zoon, trek ik veel op. Boven hen woont de familie Oosterhout met hun blonde zoon Theo. In het volgende huis, op de tweede etage, woont de familie De Rooy. Ik speel veel met Wim de Rooy. Op de hoek is de kruidenierswinkel van Oerlemans. Ik steek de Wandeloordstraat over: op de hoek heeft Alewijn een winkel in fijne vleeswaren. Wat verderop zijn alleen woonhuizen en weer wat verder kun je en fiets huren of een fiets laten repareren. Ik heb vaak een kinderfiets gehuurd voor 5 cent een half uur en voor 10 cent een heel uur. Ik steek de straat over en wandel de tegenovergestelde richting in. Daar kom ik bij een brood- en banketbakkerij, waar, in mijn herinnering, altijd veel wespen waren. In de slagerij op de hoek heb ik aan het eind van de oorlog gedropte spullen gekocht. Daar is net de ijswagen aangekomen en grote staven ijs worden naar de koeling gesjouwd. Ik steek de Couwaelstraat over en kom bij een winkel in zuivelproducten waar ik wat zoetemelkse kaas en eieren koop. Bij de kruidenier naast de slager koop ik stroop uit het vat. Weer buiten, met mijn boodschappen, kom ik als eerste het woonhuis van de familie Gardeitschik tegen. In het souterrain werkt de vader, die schoenmaker is. Als ik ook hier even wil kijken, wordt ik, net als anders, weggejaagd. Ik sta in het licht waardoor de schoenmaker zijn werk niet goed meer kan zien. Op de gevel prijkt een bord met daarop: Rijksgediplomeerd Schoenmaker. Het huis met de mooiste voordeur van de Paradijslaan is dat van dokter De Vries. Bij het diepe portiek, een eindje verder, heeft juffrouw Smit haar bibliotheek. Haar man is invalide en zij runt de winkel. Weer verder zie ik twee souterrains waar onder andere een glashandel is gevestigd. C. Jamin heeft op de hoek van de straat, bij het kleine pleintje, een winkel die ook op zondag geopend is. Bij de telefooncel steek ik de Rusthoflaan over en kom bij een ander pleintje. Overdag zitten daar veel bejaarde Crooswijkers op de bankjes. De meesten kauwen op hun pruimtabak en spugen de uitgekauwde tabak kwistig om zich heen. Achter de bankjes ligt een plantsoen waar in 1939 de schuilkelders gebouwd zijn. Wat verder op grenst het plantsoen aan de RK-begraafplaats. Dan maakt de Paradijslaan een kleine knik. Daar is een biljartfabriek gevestigd. Ik blijf even staan en kijk naar de draaibank, die bijna in de etalage staat, naar het draaien van de biljartballen. Verder is er nog een winkel met dierenbenodigdheden waar op de etalage met grote letters ‘P. Sluis Vogelzaad’ staat. Na de knik kom ik bij het bedrijf van Hutteman. Ze hebben een prachtig gepoetste slijpwagen waarmee ze langs de deuren gaan. Ook moet er daar nog een winkel in huishoudelijke artikelen zijn geweest. Verder kan ik me niet zo veel meer herinneren. Wellicht zijn er anderen die een en ander kunnen aanvullen? G.W. Canters, Buizerdstraat 46, 3145 AD Maassluis


Spiegelnisserkade / Faborstraat / Oudedijk

Mijn wieg stond in 1925 aan de Spiegelnisserkade. Mijn neef was kapitein van het heen-en-weer bootje “De Boezem”. Zijn klanten waren veelal werknemers van de darmenschrapperij. Mijn neef, Wim de Geus, zong altijd letterlijk het hoogste lied. Hij had een prachtige bariton. Later verhuisden we naar Kralingen. In uw krant zag ik een foto van de Lusthoflaan, die mij nogal aangreep. Daar lag immers mijn jeugd. Op de hoek van de Faborstraat zat het chocoladehuis. Daar kon je kantkoek kopen en voor 5 cent had je zelfs een hele bundel.

We speelden eigenlijk altijd buiten: de woningen waren klein en pas om een uur of vijf ’s avonds werd bij ons thuis de kachel met een flinke scheut petroleum aangemaakt. Ik ging op de Oudedijk naar school, bij meester Allart. De conci�rge heette De Hond. Op een keer zou de koningin langs de school komen. De kinderen stonden al een uur tevoren met een vlaggetje in hun hand langs de stoep te wachten. En ja hoor, eindelijk daar kwam ze. Net toen ze in mijn gezichtsveld kwam, ging er een agent te paard vlak voor mijn neus staan. Mijn opa had een volkstuin op Woudenstein. Wij konden als we op het huisje klommen de paardenrennen zien. Op het volkstuincomplex rook het altijd heerlijk naar bloemen.

Aan het eind van de Oostzeedijk was de theetuin “Rustwat”: daar kregen we wel eens een glaasje ranja. Toen de oorlog uitbrak zijn wij uit Rotterdam gevlucht en kwamen terecht in een onbewoonbaar verklaarde boerderij. Die boerderij lag in de buurt van Nieuwerkerk aan den IJssel, onder het Zalmhuis. Daar hebben we een heerlijke tijd gehad. Ons huis in Rotterdam was inmiddels verhuurd aan mensen die door het bombardement geen woning meer hadden. Helaas werd ‘onze’ boerderij gevorderd door de Duitsers en mochten wij nog maar een kamer bewonen. Mijn ouders vonden het niet verstandig in de boerderij te blijven. Later hebben we dan ook een huis gekregen aan de Noorderkanaalweg, waar we een noodwoning kregen. Men was al voor de oorlog met de bouw van die woningen begonnen en ze zijn door de Duitsers afgebouwd. Wij waren de eersten die er een woning kregen en we werden zelfs ge�nterviewd. Vlak bij ons was de fabriek van Jamin. Een uur per dag verkochten ze ijsjes gemaakt van bruine bonen.

Daar ontstond dan ook een levendige handel in.

Mw. H. Scheffer – Wouda,
C.Sterrenburgstraat 16
3151 JG Hoek van Holland


Kootsekade.

Van een kennis krijg ik de De Oud Rotterdammer, die ik van A tot Z lees omdat veel voor mij herkenbaar is. Voor de oorlog verhuisden wij vanuit Ridderkerk naar Rotterdam. We gingen wonen in een winkelpand op de Kootsekade naast de tramremise. Mijn vader was bakker. De zaak van mijn vader liep op de Kootsekade niet zo goed en wij verhuisden naar een hoekwinkel op het Soetendaalseplein. Toen dat ook niet liep, ging mijn vader bij een andere bakker brood bakken voor zijn klanten. Wij verlieten de winkel en verhuisden naar een bovenwoning aan de Soetendaalseweg. Een paar huizen naast ons woonde de familie Wilkes die een verhuisbedrijf hadden en waar altijd een grote auto voor de deur stond. Faas was nog een schooljongen en was in zijn vrije uurtjes altijd aan het voetballen met jongens uit de straat. Mijn broer was er ook vaak bij. Zo is zijn voetbalcarri�re begonnen. Er reden in die tijd nog niet zoveel auto’s. Later had Faas samen met zijn vrouw een prachtige modezaak aan de Lijbaan. Als je van de Bergweg naar Hillergersberg wilde, moest je door een tunneltje, dat het “Muizengaatje” werd genoemd. Het verkeer, paard en wagen en een enkele auto, moest tol betalen, ik geloof 10 cent. Toen later de tol werd opgeheven, ging dat met muziek gepaard. Mijn oudste broer was tamboer in het muziekkorps dat bij die gebeurtenis speelde. De weg bij het tunneltje had een ‘bult’ (hol). Mijn jongste broer hielp in zijn vrije tijd iedere bakker en melkboer de kar over de bult te duwen. En daar verdiende hij een paar centen mee. Tot mijn grote verbazing was er ook een krantje over mijn trouwdag op 16 juli 1941. Het was alsof ik die dag opnieuw beleefde toen ik het las. Wij trouwden in 2 mooie zwarte taxi’s met een grote gasballon op het dak. ’s Middags na de huwelijksinzegening in de Koninginnekerk moest onderweg naar huis de gasballon nog gevuld worden. Toen we eindelijk thuis waren werden er drie vliegtuigen neergeschoten: een op de Noordsingel, een op de Kruiskade en een ergens in de buurt van de Maas. Mijn trouwdag was toen wel over want alle familieleden en andere gasten wilden zo gauw mogelijk naar huis.

A. van Zanten
Lange Nieuwstraat 129
3111 AG, Schiedam


Soetendaalseweg.

Faas Wilkes woonde aan de Soetendaalseweg en ik woonde een paar straten verder in de Hoyledestraat. We gingen niet op dezelfde school omdat mijn moeder het veiliger vond dat ik in onze straat naar school ging. Ik hoefde dan niet over te steken.

Ik ging naar de Christelijke kleuterschool en daarna naar de Christelijke Lagere School “Paul Kruger”. Faas en wij, de jongens uit de straat, voetbalden wel op hetzelfde opgespoten stukje land aan de Heer Vrankestraat, waar nu de kerk staat. Faas voetbalde met zijn eigen cluppie tegen ons. Eigenlijk wilden wij hem ook niet in onze ploeg hebben omdat hij zoveel ‘pingelde’. Hij gaf nooit de bal over: nee, als hij de bal had, gaf hij hem niet meer af tot hij scoorde! Faas was een nogal lange, magere jongen en helaas verlies je elkaar later uit het oog. IK kan me wel herinneren dat we later toch een klein beetje trots waren op ‘onze Faas’!

Aad van Twist
Blijvenburgstraat 95
3042 KD Rotterdam
Tel: 010 – 4151924


Breestraat / Breedestraat.

In 1917 ben ik in de Breestraat, nr. 1 of 2, in het tweede huis vanaf de Goudsewagenstraat geboren. Mijn vader, Jan Visser, had met zijn broer Barend een winkel in tweedehands kleding. Op de gevel van mijn geboortehuis moet een bord gehangen hebben met de tekst: Gebroeders Visser tweedehands kleding. Van de gevel moet een foto zijn. In de afgelopen jaren heb ik in de diverse boekjes die over Rotterdam verschenen zijn gekeken of ik ergens die foto tegenkwam. Helaas, ik heb de foto tot nu toe niet gevonden. Ik herinner me dat mijn vader en zijn broer ook tropenuniformen opkochten. De broeken waren voorzien van een gouden bies. Die mooie biezen werden losgetornd en apart verkocht. Dat bracht nog aardig wat op. Mijn vader was ook bestuurslid van de Oranjevereniging. Met koninginnedag was er groot feest in de straat met allerlei spelletjes voor de kinderen. Van een Oranjepoort aan het begin van de straat bestaat een foto. De visvrouwen stonden op de hoek van de Goudsewagenstraat en de Breedestraat. In de Goudsewagenstraat tegenover het Burger Weeshuis was een winkel van Kok waar olienoten gebrand werden. Je rook dat drie straten ver nog. Maar als je ze kocht waren ze nog lekker warm. Thuis genoten we van die olienoten: krant op tafel en dan maar pellen en eten. Naast Vreugdehil zat een waterstoker. Die bracht op wasdag voor 2 centen een emmer kokend water boven voor de was. Het was in die tijd geen vetpot maar we hadden het wel gezellig.

Leen Visser
St. Helenabaai 913
2904 AE Capelle aan den IJssel


Speltstraat.

Wat een heerlijk krantje ‘De Oud Rotterdammer’! Ik ben geboren in Rotterdam en heb daar tot eind 1946 in de Speltstraat 7 gewoond. Ik zat op de ‘bovenschool’ in de Zwartewaalstraat. De hoofdmeester was meneer Nieuwenhuijzen, een man met rood stekeltjeshaar. Hij trok de jongens aan hun oren en deelde nogal eens een rake klap uit met de liniaal. Jan van ’t Hof, een jongen met rood krullend haar, was de beste maar ook ondeugendste leerling van de klas. Jan woonde aan de Katendrechtse Lagendijk. Ik herinner me de volgende namen uit de zesde klas van 1940: Anny de Vloed, Corry Kok, Nel, Piet, Jopie en Mientje Piersma, Annie Ockhuizen, 2 zusjes Van Zuilen uit de Speltstraat 11, Cisca Peters en haar Pekineeshondje, Jo Verbeek, Cor Barendrecht, Adje v/d Kooij en Lien Nugter uit de Egelantierstraat. Wij waren met een toneelstukje bezig maar door de invasie is daar nooit meer iets van gekomen. Na de lagere school ben ik naar de huishoudschool in de Drievriendenstraat gegaan. Ik zal nooit mijn vriendinnetje Lijntje (Leny) Huizer van de Brielselaan vergeten. Zij is vlak voor de oorlog ontvoerd. Jaren later is ze vermoord teruggevonden in een kelderruimte aan de Gerstraat. Op 10 mei 1940 maakte onze moeder ons ’s nachts om drie of vier uur huilend wakker en schreeuwde: ‘Er is oorlog, er is oorlog, kleed je vlug aan!’ Vanuit haar slaapkamer keek je zo op vliegveld Waalhaven waar de parachutisten uit de vliegtuigen sprongen. Dat vergeet ik nooit meer: ik was de dag ervoor dertien jaar geworden. Onze vader was, na veertien jaar werkloos te zijn geweest, sinds drie weken op de grote vaart. Weken later is hij vanuit Granville (Frankrijk) naar huis komen lopen. Mijn vader sprak zijn talen omdat hij van jongs af aan al over de wereld had gezworven. Onderweg naar huis was hij nieuwsgierig naar wie er zou winnen in het luchtgevecht dat boven hem plaats vond. Door die nieuwsgierigheid kreeg hij een granaatscherf op het puntje van zijn neus. Helaas versloegen de Duitsers de Engelsen. Hij ging in het verzet en ging daarvoor ook naar Engeland om wapens te halen die hij, zoals onze moeder na de oorlog vertelde, in de kelder verborg. In 1943 is mijn vader verongelukt, waarschijnlijk in de buurt van Granville. Hij is ook in Frankrijk begraven. Ik heb nog jaren lang naar zijn graf gezocht. In september 1941 konden wij, vanuit school, vrijwillig voor zes weken worden uitgezonden naar Oostenrijk. De trein, volgeladen met kinderen, vertrok vanuit Rotterdam naar Schardingen op de grens bij Passau. In de oorlog ben ik menigmaal van Rotterdam naar Amersfoort of Apeldoorn gelopen, in de hoop daar eten te kunnen bemachtigen. Ik wilde niet dat mijn moeder dat deed. Later ben ik in Apeldoorn gebleven en heb daar de bevrijding meegemaakt. In 1946 ben ik als au pair naar Engeland gegaan. Twee zomers lang heb ik in mijn eentje door Engeland gefietst. Wat een prachtig land! Ik ben daar verliefd geworden op een Poolse krijgsgevangene. Dat heeft een jaar of drie geduurd maar toen moest ik, of ik wilde of niet, naar huis. Drie jaar geleden (ca. 2003 red.) heb ik ‘mijn’ Pool, dankzij het programma ‘Memories’ van Anita Witzier, in Engeland teruggevonden. Oproep: Ik ben op zoek naar mijn klasgenoten van de lagere school. Verder zoek ik nog: Gerard Huizer, Alie of Ellie v/d Vlies, zij woonde aan de Katendrechtse Lagendijk 82, Beppie Vuik wonend bij ’t Volkshuis’ onder de poort in Vreewijk, Gerard ? die in de oorlog in de Rauwenhofstraat 4 woonde en iedereen die naar de V�cklafabriek is geweest.

Jony Brinkhaus
Pijnboomstraat 27
3203 XM Spijkenisse
Tel: 0181 – 616409


Almondestraat.

In 1918 of 1919 zijn Bram Schrijver en Christina Wolters (geboren in 1895 in Zuidland) in Rotterdam gaan wonen. Mijn vrouw is daar geboren. In de Almondestraat, die in 1940 is gebombardeerd, hadden ze een waterstokerij annex kolenhandel. De kolen werden met een hondenkar met twee grote honden ervoor, rondgebracht. Mijn schoonvader overleed in 1928 op 33-jarige leeftijd. Zijn vrouw bleef achter met negen kinderen waarvan de oudste 9 jaar was. Dit oudste kind stierf een half jaar na het overlijden van haar man. Het werk in de waterstokerij was voor haar niet meer vol te houden en ze is na verloop van tijd vertrokken naar Zuidland. Daar begon kocht ze een kleine tuinderij. Op het tuinderijtje rustte een zware hypotheek. Met hulp van haar broers en goede bekenden heeft ze alles gedaan om haar kinderen met eer en deugd groot te brengen. In 1982 is ze op 87-jarige leeftijd overleden. Misschien zijn er mensen die zich nog iets kunnen herinneren over mijn schoonouders?

J. van Nieuwenhuizen en C. Schrijver.
Burg. H. van Geestlaan 62
3214 TB Zuidland
Tel: 0181 – 451505


Mathenesserdijk

Na een verhuizing (1935-1936) van de Taanderstraat naar de Mathenesserdijk, ging ik ook naar school op de Mathenesserdijk. Daar heb ik de komst van de heer Klein meegemaakt. Ik zat in de klas waar hij als eerste les aan heeft gegeven. Er was ook ene juffrouw Roos werkzaam.

Iedere maandag werd van de kinderen het zendingsgeld in ontvangst genomen. Iedere leerling moest naar voren komen om het geld in te leveren. Daarmee kon de leraar dan meteen zien wie er wel iets meebracht en wie niet. Meneer de Jel ging een stapje verder: hij noteerde in een schrift heel precies wie wat meebracht. Het was crisistijd en veel vaders hadden geen werk en de gezinnen leefden van de steun. Maar ondanks dat moest het zendingsgeld betaald worden. Een klasgenoot van mij had al een paar weken lang niets meegenomen. Hij kwam uit een groot gezin en zijn moeder kon het geld gewoon niet missen. In het bijzijn van alle kinderen in de klas had meneer de Jel er al een paar opmerkingen over gemaakt. Na een paar weken bracht de jongen een dubbeltje mee. Meneer de Jel zei: “Tien cent, dan zullen we maar opschrijven dat je iedere week 1 cent hebt meegebracht, dan ben je weer helemaal bij.”

Ook konden sommige klasgenoten niet mee met het ‘schoolreisje’. De 5 centen die het uitstapje naar Diergaarde Blijdorp aan de Diergaardesingel kostte, kon niet iedereen opbrengen waardoor veel leerlingen op zo’n dag noodgedwongen thuis zaten.

In 1940 of 1941 zou de school als kazerne van de Wehrmacht worden ingericht. Wij weken uit naar de kapel aan op de Mathenesserweg in de buurt van de Dirk Danestraat. Na enkele dagen konden we terug naar ons eigen gebouw, maar moesten er twee lokalen worden afgestaan aan de school van meester Baas uit de Zoutziederstraat. Die school was namelijk ingericht als Wehrmacht-kazerne.

Namen van klasgenoten die ik me herinner zijn: Sjakie Zonneveld, hij woonde op de galerij (Justus v. Effenstraat), Bennie v.d. Bos en Peter Monje van de Spaansebocht, Gerrit Heuvelman, Gijs Folsche, Arie Wil(d)schut die aan de Mathernesserdijk woonde.

Aart Markus, Kreileroord 73, 3079 NB Rotterdam


Coolsingel voor 1940

Als jongen genoot ik ervan om over de Coolsingel te lopen. De vele theaters, bioscopen en dancings en terrasjes zorgden ervoor dat je er ‘over de hoofden’ kon lopen. Al had je geen cent op zak: je genoot van het geroezemoes, het gevoel en het gelach van de vele mensen die het ook allemaal naar hun zin hadden. Bij hotel Atlanta zat altijd een orkest te spelen en je drukte je neus tegen de ramen om vooral maar niets te missen. Soms zag je zelfs een vrouw daar die een sigaret rookte.

Tussen de Oude Binnenweg en het Hofplein was het drukste gedeelte: daar waren de bioscopen en theaters en aan de overzijde Caf�-restaurant-dancing Pschorr, de Doelentuin, het gemeentehuis, het hoofdpostkantoor, de Beurs, het Gymnasium, de ingang van de Passage. Daar was ook de Bijenkorf, een winkel van wel 130m breed. Als jongen kwam je daar niet binnen, omdat je onder geleide moest zijn. De controle was erg streng. Als je al slaagde om binnen te komen dan werd er rustig gevraagd of je wel geld bij je had om iets te kopen. Als je je geld kon laten zien mocht je binnen blijven.

N.M. Deflers, Berninistraat 348, 3066 BG Rotterdam, tel: 010-4568135


Rottestraat

Op onderstaande foto, op de hoek van de Noorderstraat en de Rottestraat, is het huis te zien waar ik gedurende de jaren 1930 - 1950 op nr. 27 heb gewoond. Er tegenover waren de winkels van Zoutewelle en de fietsenzaak van “Dewa”, waar ik mijn eerste Berini 21 kocht. Op de hoek van het Noordplein zat Caf� de Noordhoek, ook wel Caf� Spek genoemd. Daarnaast de Spar en op de Hofdijk is de trambaan van lijn 14 te zien. Verder was er de snoepfabriek van Smit en de koekjesfabriek van Paul C. Kaizer. We speelden graag met Lientje van Dongen en Rinus Nieuwkastele in het zogenaamde ‘Hoffie’.

In de Rottestraat woonde ook de familie Swet. Een dochter van deze familie trouwde met Piet Schipper. De moeder, tante Marie, was een zus van mijn vader Piet. Andere namen die mij te binnen schieten zijn: tante Sjaan en Ome Henk. Tante Sjaan woont nog steeds in de Rottestraat. Ze is intussen 93 jaar.

P. Rijneveldshoek, Dr. J.M. den Uylboulevard 31, 3181 KK Rozenburg. Pieterrijnhoek@kpnplanet.nl


Marnixstraat

Ik ben opgegroeid aan de Marnixstraat, in het hartje van Crooswijk. Ik heb goede herinneringen aan mijn jeugd, ondanks de armoede, maar iedereen om je heen was arm en het waren allemaal grote gezinnen. Mijn geboortehuis staat er niet meer, wel de lagere school. We speelden veel buiten. De enige beperking die ons door onze ouders was opgelegd, was dat we niet naar de katholieke speeltuin mochten. We gingen dan ook naar de ‘gewone’ speeltuin. Raar eigenlijk, als je er nu over nadenkt. We werden ook vaak naar die speeltuin gestuurd: moeder had het druk met zoveel kinderen en dan had ze tenminste even ‘het hok’ vrij. We aten vaak uierbord: het was lekker en goedkoop.

Piet en Inge van der Poel, Baambrugse Zuwe 154, 3645 AL Vinkeveen


Blommerdijksestraat

De bijgevoegde foto (volgt nog, red.) is genomen in de Blommerdijksestraat. De man is groenteboer Zoutewelle, die wordt omringd door de dames Kerklaan, Van Zwet en Kasbergen, die voor hem de aardappelen schilden en groenten schoonmaakten en sneden.

De meeste pakhuizen in deze straat waren van grossiers die al vroeg op het Noordplein hun groeten en fruit verkochten. Enkele namen: Daan Rijsdijk, Simon Boen en Gerrit Streefkerk. Simon Hansen maakte gele komkommers en grote gele zilveruien in, om die op de weekmarkt op het Noordplein te verkopen. Er waren twee markten op het plein: de dagmarkt (groente en fruit) en op dinsdag en zaterdag de weekmarkt. De woningen boven de pakhuizen werden voor fl 4,50 per week verhuurd. Zo’n woning bestond uit 1 kamertje met een bedstee en een piepklein keukentje.

Henk Zoutewelle, Residence Rembrandt 42, 2202 BR Noordwijk, henk.zoutewelle@wannadoo.nl