De Rotterdamse bleekneusjesvereniging. Oostvoorne, Agathahuis
Zelf werd ik in de zestiger jaren door mijn ouders twee maal zes weken ‘op kamp gestuurd’ naar het St. Agathahuis in Oostvoorne. Ik was kennelijk een bleekneus en het leek mijn ouders een goed idee om me aan te laten sterken in zo’n kamp. Ik kan me niet herinneren door wie het werd georganiseerd en ik weet ook niet meer waar ik ben aangemeld. Ik kan me van de tweede keer dat ik ging wel herinneren dat een verpleegster thuis kwam kijken. Toen die verpleegster dan ook kwam, was mijn moeder niet thuis. Omdat ik die keer niet wilde, heb ik haar maar voor de deur laten staan. Ik hoopte zeker dat die hele vakantie naar Oostvoorne dan niet door zou gaan. Maar ja, ze kwam natuurlijk gewoon een ander keertje. Wat heb ik het daar afschuwelijk gevonden.
AFBEELDING
Zes weken was tenslotte ook wel een lange tijd om van huis weg te zijn. We moesten in de Conradstraat of bij het station Blaak in de bussen stappen. Na vertrek werd in de bus al gelijk het snoep dat de kinderen bij zich hadden opgehaald. Ik vraag me nu nog af wat daarmee is gebeurd. In het Agathahuis sliepen de meisjes en de jongens apart. De grotere meisjes sliepen met vier of zes in kamertjes die naast de grote meisjesslaapzaal lagen. Aan de slaapzaal grensde ook het wasgedeelte. Daar waren open kastjes waar je spulletjes ingelegd werden. Voor het slapen gaan, moest je in je blootje naar de wasruimte. De verpleegster stond boven aan het trapje en dan moest je je onderbroekje laten zien. Ik weet niet precies meer waarom dat was maar ik denk dat dat was om te zien of je hem de volgende dag nog een keer aankon. Van de zuster kreeg je twee velletjes dun toiletpapier als je voor een grote boodschap naar het toilet moest. Als het tijd was om te gaan slapen werd er nog voorgelezen en daarna moest iedereen op zijn rechterzij in bed gaan liggen. Iedere dag werd er gewandeld door het bos en soms ging men naar het strand. De kinderen mochten wel op het strand spelen maar er mocht niet gezwommen worden. Pootjebaaien was ook taboe. Bij thuiskomst werd iedereen onthaald op een flinke beker hangop. Smerig spul maar het moest opgedronken worden.
AFBEELDING
De maaltijden waren wel gezellig. In de eetzaal stonden lange houten tafels met bankjes. Iedere groep had een eigen tafel. De broodmaaltijd bestond uit 2 of drie boterhammen die al waren belegd en netjes in blokjes waren gesneden. Was je brood op en wilde je nog wat dan kon dat. Na het brood kwam de pap: had je je brood nog niet op dan werd de pap gewoon over het brood in je bord gegoten.
AFBEELDING
at gebeurde trouwens ook met je warme maaltijd. Het kon dus gebeuren dat over de aardappelen met andijvie de karnemelkse pap gegoten werd. De kinderen mochten wel bramen plukken. De zuster zorgde dan voor een emmer en de koks maakten er bramenjam van. Verder kwam er geen zoet beleg op brood. Ik ben natuurlijk niet de enige die op ‘bleekneuzenkamp’ is geweest.
AFBEELDING
Over vakanties van Rotterdamse kinderen krijgen we ook verhalen toegestuurd. In dit deel vind u deze verhalen.
Geïnteresseerd in verhalen over de kinderkolonies? Op het Internet zijn heel veel verhalen van ‘bleekneuzen’ te vinden. Let eens op hoeveel zich de hangop herinneren.
AFBEELDING
Ria van Ekelenburg – van Kwawegen
|