Herinneringen aan mijn jeugd

4 juni 2015, door Fred Wallast

Verschillende keren per jaar bezoek ik, soms samen met mijn zussen Maartje en Corrie, een oudtante in IJsselmonde. Samen beleven en luisteren wij vooral naar de verhalen van mevrouw Dien de Koning. Ze is een fors eind in de tachtig en niet meer zo vlug ter been, maar dat bekkie en die verhalen, grandioos! Tegen mijn zussen zeg ik dan wel eens, voorafgaand aan het Rotterdamse uitje, de punten en de komma’s laten we thuis, want tante Dien gebruikt die toch niet.

Na zo’n bezoek, altijd met veel plezier, gaan er diverse exemplaren van “De Oud-Rotterdammer” mee naar Breda.  We hebben dan nog een plezierige dag met het lezen van wetenswaardigheden, belevenissen en herinneringen van andere oud stadgenoten.

In het begin van de vorige eeuw zijn mijn grootouders van vaders kant neergestreken in oude boerderij aan de Charloise Lagedijk, vlakbij het oliespoor, waar mijn vader is geboren met twaalf broers en zussen. Mijn vader leerde mijn moeder kennen en samen hebben zijn drie kinderen gekregen, mijn beide zussen en ik. Grootvader van moeders kant, van origine uit Hardinxveld-Giessendam, was zijn werkzame leven machinebankwerker en heeft onder meer gewerkt bij Shell op Curaçao en bij de Graan Elevator Maatschappij (GEM). Via de GEM mochten wij naar de huisjes in Ede, waar deze onderneming een vakantiepark had. Grootvader, Hendrik Versteeg, bouwde een windmolen, die wellicht nu nog werkzaam is op het vakantiepark. Nadat een broer omgekomen is in het zwembad van het vakantiepark, zijn mijn grootouders nooit meer naar Ede gegaan. De herinneringen waren te pijnlijk.

Na de tweede wereldoorlog, voor mij toch ook met veel herinneringen, ik ben van 1941, verhuisden wij naar Barendrecht, samen met de grootouders, opa en oma Versteeg. In de loop van de jaren vijftig keerden wij weer terug naar Rotterdam en gingen wonen aan de Mijnsherenlaan. Mijn zussen en ik ging daar het vervolgonderwijs volgen, want, zo hielden onze ouders ons voor, wij moesten het beter hebben dan zij. Mijn oudste zus en ik bezochten de Mulo aan de Kastanjedaal, mijn jongste zus ging naar de Zwartewaalstraat. Opa en oma woonden aan de Katendrechtse Lagedijk, tegenover de Tarwestraat, waar een krotenkokerij was gevestigd. Als wij bietjes eten, zo worden de kroten in Brabant genoemd, komt nog wel eens de geur van de krotenkokerij terug.

De beide zussen zijn uitgevlogen. De één is met haar man in Nieuwegein gaan wonen en de ander woont met haar man in Bennekom. Mijn werkzame leven startte aan de Plukmekaalstraat, waar ik werkte bij de belastingdienst op de afdeling inkomstenbelasting, met afdelingchefs Jan Schenk, Jan de Lange en meer. Het eerste maandsalaris was, als ik mij goed herinner, 112 guldens voor een zesdaagse werkweek, want toen was werken op zaterdagmorgen heel gewoon. Ik kreeg een vriendinnetje, Ellie Kramer, maar haar ouders waren van ‘het geloof’ en, vooral mijn moeder, ze was fel socialistisch, moesten daar niet veel van hebben en mijn moeder heeft veel uit de kast gehaald om te voorkomen, dat ik samen met mijn vriendinnetje op zondagmorgen ter kerke ging.

H. Groenewegen, henlie@ziggo.nl


Dé gratis krant voor
de vijftigplusser!

Advertenties
Het Welzijnswarenhuis