Skip to main content
Green Button

Ingezoomd

vrijdag 8 mei 2026

Op autoloze zondagen rook Rotterdam anders

Tussen de papieren van mijn vader vond ik het terug: een ongeschonden kleurig velletje met sierlijke lijnen, groene randjes en dat ene woord in hoofdletters: BENZINE. “Personenauto’s, middelgewicht”, staat ernaast […]
4 november 1973: De politie controleert een eenzame automobilist op de Van Brienenoordbrug op een rijontheffing tijdens een autoloze zondag. (Foto: Ary Groeneveld, Stadsarchief Rotterdam.)

Tussen de papieren van mijn vader vond ik het terug: een ongeschonden kleurig velletje met sierlijke lijnen, groene randjes en dat ene woord in hoofdletters: BENZINE. “Personenauto’s, middelgewicht”, staat ernaast gedrukt, alsof het over een keurig geklasseerde paardenrace gaat. Maar het zijn geen gewone papiertjes. Het zijn benzinebonnen uit de jaren zeventig, uit de tijd, nu meer dan vijftig jaar geleden, dat Nederland ineens bang was zonder brandstof te komen zitten.

Mijn vader bewaarde ze en dacht misschien dat ze ooit weer nodig zouden zijn, maar zal het velletje met 25 bonnen ook gewoon een bijzonder stukje waardevolle geschiedenis hebben gevonden. Een aandenken dat het behouden waard was.

Oliecrisis

Het was 1973, midden in de oliecrisis. De Arabische olieproducerende landen (OPEC) draaiden de kraan dicht en Nederland, dat zich achter Israël na de Jom Kippoeroorlog had geschaard, kreeg helemaal niets meer. Plotseling was autorijden niet meer vanzelfsprekend. De regering van Joop den Uyl kondigde maatregelen af en ineens waren er autoloze zondagen. Ik was nog jong, maar ik weet het nog: die zondagen waren stil. Geen gebrom van motoren, geen drukte op de weg. Mensen wandelden, fietsten en kinderen speelden midden op de snelwegen alsof het de normaalste zaak van de wereld was. De lucht rook anders, schoner misschien, of gewoon minder naar uitlaatgassen. De auto van mijn vader, een witte Ford Taunus 17M met zwart dak, stond voor de deur, netjes gepoetst en had zondagsrust.

De overheid had intussen de benzinebonnen laten drukken. Ze lagen klaar, keurig geordend, voor het geval het echt mis zou gaan. Elk vel had waarde: een klein stukje rijvrijheid in een tijd van onzekerheid. Maar uiteindelijk zijn ze nooit gebruikt. De olie begon weer te stromen, de zondagen werden weer gevuld met verkeer, en de benzinebonnen verdwenen in lades en mappen, als stille getuigen van een crisis die net geen echte rantsoenering werd.

De situatie op de oliemarkt stabiliseerde sneller dan verwacht. De bonnen stonden jarenlang symbool voor die onrustige tijd. Nederland besefte voor het eerst echt hoe afhankelijk het was van olie uit het Midden-Oosten. Vandaag de dag zijn ze kleine tijdcapsules, tastbare herinneringen aan een crisis die de samenleving veranderde. Ze vertellen het verhaal van zuiniger rijden, energie besparen en een nieuw milieubewustzijn dat langzaam wortel begon te schieten. En ze laten zien hoe dichtbij rantsoenering in vredestijd eigenlijk kwam.

De benzinebonnen zijn van dun papier, maar stevig genoeg om vijftig jaar te overleven. Misschien vermoedde mijn vader wel dat ik ze ooit zou terugvinden en dat ze me zouden doen glimlachen ter herinnering aan die bijzondere crisistijd en stille zondagsrust van toen.

Bert Luijendijk / bert.luijendijk@hetnet.nl

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *