Aan de slag met de naaimachine

14 juli 2015, door Vanessa Wallast

Veel van de verhalen over allerhande zaken maken op de naaimachine zijn mij erg bekend, zoals zelf een tent maken. Ook mijn ouders presteerden dat. Ze hadden een echt, loodzwaar zeildoek op de kop getikt. Alles moest gestikt worden met dubbele naden. De trapmachine van mijn moeder kon dit niet alleen trekken, dus stond mijn vader ervoor te trekken en mijn moeder erachter te duwen. Later hebben ze nog eens een overtent met zitgedeelte gemaakt van gewone, zware katoen. De overtent woog maar liefst 42 kilo.

Gelukkig hoefde die niet mee op de fiets. De tent van het zeildoek wel. Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar we hebben er tweemaal een trektocht mee gemaakt door België. De eerste keer zat ik ook nog eens achterop bij mijn vader. Alle spullen op de zijtassen en er was nog geen lichtgewicht. De tentstokken, ijzeren elektriciteitspijpen, werden langs de middenstang van de fiets van mijn vader gebonden. De tweede tocht ging door de Ardennen. Vaak naar boven lopen en met een noodgang naar beneden over de steenslag, want de wegen waren toen nog erbarmelijk slecht. Tijdens de tweede tocht had ik inmiddels mijn eigen fiets. Mijn vader had bij ons allemaal, vader, moeder, zus en ik, een handrem, als extra bij de terugtraprem, gemonteerd. Dit was bepaald geen overbodige luxe. Naar beneden ging mijn moeder eerst, dan mijn zus en ik en als laatste mijn vader, zodat we elkaar niet in de weg zaten. Mijn vader had een fluitje bij zich, voor het geval er iets gebeurde onderweg. Hij heeft het één keer gebruikt. In een bocht was al zijn bagage gaan schuiven, dus alles moest opnieuw opgeladen worden. Over die tocht kan ik nog veel meer vertellen, maar dat doe ik hier maar even niet.

Ik wil graag vertellen over het zelf naaien. Mijn moeder had voor mijn zus en mij, heel modern, een driekwart broek en een anorak gemaakt en daarmee wil ik inhaken op het verhaal van mevrouw Stoffels. Zij schrijft dat er geen Burda was destijds, maar patronen waren wel te koop. Mijn moeder had, zuinig als altijd, zelfs patronen van voor de oorlog. En we bestelden patronen bij de Libelle. Op een gegeven moment ging mijn zus bij een stoffen- en fourniturenzaak werken op de Bergselaan. Die heette niet Rijkers, maar Rifer, een samenvoeging van de voornamen van de eigenaren, de heer en mevrouw Leverdinge. De zaak was een zo’n goudmijntje, dat ze een huis in de bossen van Epe hadden gekocht. Ze lieten zich nog nauwelijks zien en lieten de zaak in handen van meneer Akkermans. Uiteindelijk heeft hij de zaak ook overgenomen. Oorspronkelijk was meneer Akkermans etaleur. Tegen de tijd dat hij de zaak overnam, was de beste tijd al voorbij. Hij heeft de zaak uiteindelijk moeten sluiten en de laatste jaren voor zijn pensioen nog een baan moeten zoeken.  We vonden dat heel erg, maar ja, ook wij maakten bijna niets meer zelf. Hoewel er natuurlijk wel hele garderobes, inclusief mantels en zelfs de bruidsjurk van mijn zus vandaan zijn gekomen. Mijn eigen trouwjapon heb ik echter met stof van @ gemaakt een zaak op de Lijnbaan.

Overigens sta ik soms versteld van de kracht van mijn ouders. Ook ben ik blij dat ze me hebben leren fietsen. Ik zou niet weten wat ik zonder moest. Net als mijn ouders hebben wij er ook heel wat keren een pakpaard van gemaakt. Nu is er de auto voor de deur, maar het liefst fiets ik. Ik ben ook dankbaar voor de kennis van naaldvakken. Het heeft heel wat voordeel en plezier gebracht en het is weer in de mode om zelf te breien en te naaien. Toch nog een kans om het ook onze kleinkinderen te leren

J. Blaauw
v.Lieshoutstraat 34
3078 WP  ROTTERDAM


Dé gratis krant voor
de vijftigplusser!

Advertenties
Samen wonen is socialer wonen (SOR)