Page 17 - oud rotterdammer week 26

This is a SEO version of oud rotterdammer week 26. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »

Als Hendrik Hartog werd hij in 1939 ingeschreven bij de burgerlijke stand van Rotterdam en uitgeschreven na zijn te vroege overlijden in 2002. Henk was een fijn mens en bovenal een zéér gewaardeerde stadsfotograaf. Zijn duizenden negatieven zijn toevertrouwd aan uitgever Arnoud Voet in Capelle aan den IJssel. Hiervan verscheen in 2009 ‘Rotterdam gefotografeerd 1960-1970’, als eerste van drie boeken met bijzondere en treffende foto’s, die Henk Hartog overal in Rotterdam schoot. Deel 2 van de jaren 1970-1980 is zaterdag 23 april verschenen en aan het laatste deel (1980-1990) van de trilogie wordt gewerkt.

De Oud-Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser Dinsdag 28 juni 2011 pagina 17

Een van de gonzende bijenkorven in het Rot-terdamse stadhuis was en is de bodekamer. De mannen, en naderhand ook vrouwen, verbonden vernuftig allerlei zichtbare en onzichtbare draadjes vanuit hun bodekamer op de begane grond naar alle plekken in het stadhuis, zoals op deze foto van 14 maart 1980. Ze verzorgden en bezorgden niet alleen in- en externe post, maar assisteerden ook bij ont-vangsten door de burgemeester of wethouders. Het uitserveren van koffie, thee en fris en (indien nodig) ook broodjes tijdens langdurige vergaderingen ging hen eveneens uitstekend af. Natuurlijk waren en zijn het ook hartelijke en behulpzame gastheren en gastvrouwen van de vele duizenden bruidsparen die in een van de fraaie zalen in de echt zijn verbonden. Ze kenden de weg in het stadhuis als geen ander en vrijwel iedereen die er werkte, ook van naam en toenaam. Het ging er ongedwongen aan toe in de gangen van het stadhuis en zeker niet zo strak als

tegenwoordig. Decennia terug kon je na aanklop-pen alle deuren zelf openen, in tegenstelling tot nu. Toen stapte je binnen en ging ongestoord je gang. Nu is melden verplicht, moet je tekst en uitleg ge-ven en als je ergens in het gebouw moet zijn, moet een beveiligingsbeambte eerst deuren openen. Het dragen van een (tijdelijk) verblijfspasje is ook regel en deze dien je voor het verlaten van het gebouw bij het afmelden in te leveren. Het zal allemaal wel noodzakelijk zijn, maar echt leuker is het er niet door geworden en het doet je verlangen naar tijden als op de foto. Deze is geselecteerd voor het volgend jaar verschijnende deel 3 van ‘Rotterdam gefotografeerd 1980 – 1990’. Wie zijn de keurig in pak gestoken ambtenaren en wie wil er verhalen over kwijt? Reacties graag naar reinw@telfort.nl

Bodekamer

“Van 1943 tot aan het eind van de oorlog zat ik ondergedoken op de boerderij/stee Slot Valckenstein van oom Leen en tante Jaapje Koster aan de Slotsedijk in Poortugaal. Ik was toen 23 jaar. Een nichtje van mij had verkering met Piet Groeneweg en zodoende leerde ik hem kennen. Piet werkte als bakker in Maasoord. Met medewerking van een stuk of zes patiënten bakte hij dagelijks van vijf tot twaalf uur brood voor de gehele

inrichting. Daarna kwam Piet naar de boerderij waar hij volop met ons meewerkte. We werden vrienden voor het leven, dat voor hem duurde tot 2001.”

Varkensmesterij

“In oktober 1944 waren Piet, twee van mijn nichten en ik op zondag-middag in de kerk. Tijdens de dienst kwam iemand de kerk binnen en fluisterde Piet iets in zijn oor. Daarop

stompte Piet me en zei: “Kom mee”, wat de andere kerkgangers niet ont-ging. Buiten zei hij dat we snel naar huis moesten, omdat Duitse soldaten paarden aan het ronselen waren bij alle boeren en tuinders op de Jacht-dijk en Slotsedijk. Thuis haalden we onze drie paarden en een bijna vol-wassen veulen uit de stal, bonden er elk twee achter onze fiets en brachten die binnendoor naar Maasoord aan de Albrandswaardsedijk. De ziekenin-richting had stallen met een eigen varkensmesterij en eigen slachterij en Piet kreeg het voor elkaar onze vier dieren – na veel passen en meten – er onder te brengen tot het gevaar voor inbeslagname was geweken. Dus op dat moment waren in Maasoord niet alleen mensen, maar ook paarden ondergedoken.”

Verder in zijn geheugen gravend: “Omstreeks 9 november 1944 kwam Piet in de middag op de boerderij en zei dat ik mee moest gaan naar Maas-oord, omdat er een grote razzia zou

komen om alle mannen van 18 tot 50 jaar op te pakken voor transport naar Duitsland om daar tewerkgesteld te worden. Het was te link om op de boerderij te blijven. Onderweg ver-telde Piet dat hij ook zijn zwager Jaap Lagendijk uit Pernis en nog enkele andere dorpsgenoten verwachtte, want die waren ook gewaarschuwd en hadden de hint gekregen naar Maasoord te komen. De meelkamer werd als slaapplaats ingericht voor zeven of acht personen. Zo hebben wij daar tussen de balen ondergedo-ken gezeten tijdens de razzia’s op 10 en 11 november, waar zo’n vijftig-duizend mannen het slachtoffer van zijn geworden. De Pernissers hadden het begin van de Hongerwinter al aan den lijve ondervonden, zo bleek. Piet haalde, toen ze arriveerden, vanuit het niets een stel broden voor de dag, sneed deze overlangs in twee delen, besmeerde die vanuit een groot hou-ten vat dik met boter en bestrooide ze uit een baal met bruine suiker. Een ware delicatesse en ik geloof dat ze allen er wel drie verorberden.”

Steekje los

Van Veelen vertrouwde voorts aan het papier toe: “Piet werkte op zijn afdeling met ‘mensen waar een steekje aan los was’, zoals men het toen uitdrukte. Ook op andere

afdelingen en werkplaatsen van de inrichting waren dergelijke mensen werkzaam. Maar het liep niettemin gesmeerd. Er liepen er ook een paar bij die ik ervan verdacht komedie te spelen en hun onderduikadres hadden gevonden door zich gek te houden. Ik geloof nog steeds dat ik het toen bij het juiste eind had. Dat op die manier mensen geholpen zijn om uit de klau-wen van de Duitsers te blijven, staat voor mij als een paal boven water. Toen ik met Piet onder vier ogen daarover een gesprek had, keek hij mij verbaasd aan en zei: ‘Hoe kom je daar nou bij? Zonder medische papieren kom je hier niet binnen.”

Na de oorlog heeft hij wel wat tipjes van de sluier opgelicht. Zelfs als kornuiten onder elkaar bleef je tijdens de oorlog dingen verzwijgen. Of er onder de medewerkers van Piet Joden waren, weet ik niet. Ik heb nooit – wat men noemt een goede kijk gehad – of iemand een Germaan of Jood was. Wel keek ik of iemand een goed mens was en of ik ermee kon omgaan. Maar dat Maasoord een veilige haven is geweest tijdens de oorlog voor zieken en gezonden is een ding dat zeker is.”

De 91 jaar geleden op of bij de Pernisse Molenweg in het dijkdorp Pernis geboren en er vijf jaar getogen Leen van Veelen Sr. bevestigt in een lange brief dat het voormalige Maasoord, nu Delta Psychiatrisch Ziekenhuis, in de Tweede Wereldoorlog onderduikers herbergde. Het ooit door Rotterdam gestichte complex bevindt zich tussen de Albrandswaardsedijk in Poortugaal en de noordoever van de Oude Maas. Hiervan maakte ik melding in RW’s mijmer-ZUIDhoekje van 17 mei. Leen van Veelen las het instemmend en haakte in met bijzondere persoonlijke herinneringen en daar geef ik hem graag de ruimte voor.

Ook paarden

doken onder in Maasoord

- Maasoord in 1908 in aan-bouw. Alle gebouwen zijn on-dertussen vervangen door nieuwe. Foto verzameling Rein Wolters -

- De hoeve Slot Valckenstein aan de Slotsedijk in 1959 waar vijftien jaar eerder mensen waren ondergedoken voor de Duitse bezetters. Foto collectie Leen van Veelen Sr -

Page 17 - oud rotterdammer week 26

This is a SEO version of oud rotterdammer week 26. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »