Page 9 - oud rotterdammer week 26

This is a SEO version of oud rotterdammer week 26. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »

De Oud-Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser Dinsdag 28 juni 2011 pagina 9

Als zevenjarig jochie zat ik op het achterdek van de Zuiderkruis. We vertrokken vanaf de Wilhelminakade met uitzicht op het kantoor van de Holland-Amerika Lijn (nu hotel New York). Pa had zijn familie verboden naar het afscheid op de kade te komen. Zijn zus en moeder trokken zich daar niets van aan. Hij schaamde zich kapot, toen zijn moeder vanaf het gebouw van de HAL, als enige van de talrijke uitzwaaiers, het rood-wit-blauw liet wapperen.

Anderhalf uur later zwaaiden op de pier in Hoek van Holland opa en oma Van Walsum ons uit. Het spannende avontuur werd even onderbroken door tranen. Mijn baken in zee ging ver-loren. De overtocht werd ‘s morgens in een kinderspeelzaal doorgebracht. ‘s Middags zwierf ik door het schip. Leerzame expedities. Na twaalf dagen doemde de kust van het beloofde land op. Alle kinderen werden vroeg wak-ker gemaakt. Met hun ouders keken ze geëmotioneerd bij de opkomende zon naar de kust van New Found-land in Canada, het beloofde nieuwe vaderland.

Daarna twee dagen in de trein naar Hamilton. We eindigden in een opvang-centrum, een groot houten huis bovenop een berg, vergelijkbaar met een asielzoekerscentrum nu. We hadden een kamer voor ons vieren en deelden het

opvanghuis met emigranten uit alle windstreken. We hadden geen cent te makken.

Armoedzaaiers

In Nederland waren we spekkopers, met in de Aalscholverstraat op Zuid de eerste tv en auto. Alles wat we hadden leverde 3200 gulden op, destijds 800 dollar. In Canada waren we armoed-zaaiers. Pa had geen werk, had - in tegenstelling tot andere emigranten - niets voorbereid. Geen huis, geen baan. Het was een sprong in het diepe. Pa versierde een fiets (zonder banden) en reed iedere dag ratelend de berg af, op zoek naar werk.

Ons budget slonk snel. Na veertien dagen had hij beet. Hij kon aan de slag bij de Fruitcompany voor 80 dollarcent per uur. We verhuisden naar een ge-huurde bovenetage in een groot houten huis. Pa werkte 80 uur per week. Hij verbood zijn vrouw te werken. Voor alle andere emigranten en ook de Canadezen was een werkende vrouw de gewoonste zaak van de wereld. Een man, zo oordeelde pa, zorgde voor de inkomsten, de vrouw voor het

huishouden en de kinderen. Tegelijkertijd betraden we een nieuwe wereld van welvaart met grote auto’s, enorme parkeerterreinen, grote supermarkten en twintig tv zenders. Heel anders dan het woensdagmiddag kinderuurtje. Wat waren die Canadezen rijk, daar keek je tegen op.

Agressief

Ik ging naar school in een wijk waar voornamelijk

gevluchte Oost-Europeanen en Russen woonden. Ze waren agressief. Ik was de enige Nederlander en nam een mes mee naar school om me te verdedigen. Op het dieptepunt vluchtten we naar een leegstaand zomerhuisje buiten de stad. De Canadese winter is genade-loos, zeker in een tochtig zomerhuisje. De ijskoude wind woei door de muren. We spanden dun plastic voor de ramen, dat bol stond als er een beetje wind was. Water haalden we uit de waterpomp buiten. Ook de wc was achter het huis, in een hokje met een gat in de grond. Ik leerde met pijl en

boog en een geweer schie-ten, bomen en brandhout hakken. De kachel en de oven in de keuken moes-ten branden. Mijn eerste boom kappen was geen succes. Door een misreke-ning viel de naaldboom de verkeerde kant op, dwars over de, gelukkig verlaten, rijweg. Door het Canadese bos klonken hartgrondige vloeken. In het Nederlands, op z’n Rotterdams. Pa was pissig.

De zomer in hetzelfde huisje was de mooiste ooit. Met ven, kersen, appels, per-en, peren, watermeloenen, ak en slangen in de enorme n, zo groot als een weiland. ze tuin grensde aan een wild s met een waterval, inclusief ot. Soms mochten we niet ar buiten als de lokale nder waarschuwde voor n hondsdolle vos of wolf de omgeving. Bovendien as er juffrouw Kafka. Nog ooit haalde ik zulke hoge ijfers. Ze was gevlucht uit Hongarije en begreep me. Ze huurde een kamer een stukje verderop.

Thuis mochten we geen Nederlands meer spreken, in tegenstel-ling tot andere emigranten, voor een groot deel lid van de Nederlandse gereformeerde kerk. “We zijn nu Canade-zen”, zei Pa. Binnen een paar maanden sprak ik amper meer

Nederlands, maar wel vloeiend Engels, nog steeds mijn favoriete taal.

We verhuisden in vier jaar vier keer. Vier keer een nieuwe school, vier keer een nieuwe buurt. Vrijdag was payday, een feestdag. Met onze oude Plymouth reden we naar de enorme supermarkt. Dat was heel iets anders dan De Gruy-ter op de hoek. Heerlijk, de ijskast werd weer gevuld en er was weer beleg op brood. Het was een avon-tuurlijk leven met prachtige zomers en strenge winters. Dagelijks zwemmen in Lake Ontario of Lake Erie en een paar maanden later ijshockeyen met schoolvriendjes.

Crisis

Er brak een economische crisis uit. Pa dreigde werkeloos te worden. Wie het laatst kwam, moest als eerste eruit. Na lang beraad besloten mijn ouders dat een terugkeer naar het vergeten va-derland de beste oplossing was. Onze emigratie was mislukt. Met de Seven Seas voeren ma, m’n zus en ik in 1961 terug naar Rotterdam. Pa bleef achter. Hij drukte mij op het hart zo goed mo-gelijk op de ‘dames’ te passen. Geen overbodige waarschuwing. Veel zeelie-den op het beetje louche schip waren

dronken en klopten ‘s avonds op de deur van de kajuit. Mijn moeder zag er appetijtelijk uit. Als elfjarige stond ik met een stok op wacht. Pa bleef in Canada zijn loon verdienen. De dollar was nog steeds vier gulden waard. Hij stuurde zijn loon op. Zo kwamen we er snel weer bovenop.

Bij terugkomst stond ik op de Nieuwe Waterweg op het voordek van de Seven Seas. Oma Van Walsum stuurde ooit samen met de Donald Duck een krantenartikel op met een foto van de gloednieuwe Euromast. Die stond er nog niet toen we vertrokken. En daar was hij dan: die enorme paal. Ik was diep onder de indruk. Maar niet heus. Vergeleken met Canada stelde het niets voor.

Ons nieuwe adres was drie hoog in de Da Costastraat in Spangen. Dat was even wennen. Dirk Mellema

Deze krant wordt ook veel gelezen door oud-Rotterdammers die zijn geëmigreerd. Wij nodigen ze uit hun ervaringen op te schrijven.

De kogel was door de kerk. De Russische inval in Hongarije gaf de doorslag. We gingen emi-greren, in 1957. Achteraf gezien was het meer vluchten. Naar Canada. Een veilige plek, waar de kans klein was dat de koude oorlog zou ontaarden in een Derde Wereldoorlog. Pa koos voor Hamilton in Ontario, zo’n 100 kilometer van de Niagara watervallen. Een industriegebied met veel metaalbewerking. Daar had Pa de grootste kans op een baan.

Een Rotterdams jochie in Canada

ven, kersen, appels, per-en, peren, watermeloenen, ak en slangen in de enorme n, zo groot als een weiland. ze tuin grensde aan een wild s met een waterval, inclusief ot. Soms mochten we niet ar buiten als de lokale nder waarschuwde voor n hondsdolle vos of wolf de omgeving. Bovendien as er juffrouw Kafka. Nog ooit haalde ik zulke hoge ijfers. Ze was gevlucht uit Hongarije en begreep me. Ze huurde een kamer een stukje verderop.

boog en een geweer schie-ten, bomen en brandhout hakken. De kachel en de oven in de keuken moes-

boom kappen was geen

ning viel de naaldboom de verkeerde kant op, dwars

rijweg. Door het Canadese bos klonken hartgrondige vloeken. In het Nederlands,

pissig.

De zomer in hetzelfde huisje was de mooiste ooit. Met

dronken en klopten ‘s avonds op de

Page 9 - oud rotterdammer week 26

This is a SEO version of oud rotterdammer week 26. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »