Page 19 - week30-oudrotterdammer

This is a SEO version of week30-oudrotterdammer. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »

De Oud Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser Dinsdag 26 juli 2011 pagina 19

De Tour de France….

Voor de lezers die regelmatig met mij In het Spionnetje gluren, is het geen geheim, dat ik niet echt sportminded ben. De finale van de Wereldkampioenschappen Voetbal, Spanje – Nederland, bereikt mijn TV-ontvanger niet, net zo min als de Dames Hockey-kampioenschappen, Nationale- en Internationale wedstrijden atletiek, zwemmen, paardendressuur, tafeltennis, korfballen, biljarten, schaatsen en F1-autoraces gaan aan mijn belangstelling voorbij.

Ik zwijg nu maar over het natio-nale voetbal: de Holland Casino Eredivisieheet bij mij nog steeds de ‘eredivisie’, zoals de Jupiler League gewoon de tweede divisie is. De strijdpartijen tussen ‘supporters’ van verschillende voetbalclubs, mogen van mij uit het nieuws blijven. Deze relschoppers zijn geen ‘supporters’, maar domweg een stelletje opgehits-te (door wie eigenlijk?) vandalen.

De verschillen tussen ‘die club op Zuid’ of ‘de Kuip-bewoners’ en ‘de Kasteelheren uit Spangen’ gaan mijn deur voorbij. Hoewel, als ik als geboren Spangenaar heel eerlijk ben, moet ik zeggen, dat mij geen negatieve berichten bekend zijn over de supporters van de Kasteelclub. Natuurlijk moet ik laten weten, dat de voetbalvereniging op Woudestein in Kralingen ook bestaat. Maar gebeurt er daar wel eens wat? Eén naam hoort voor mij eeuwig bij die Kralingse club: Henk Zon. Wat deze man voor ‘zijn’ club gedaan heeft, is zelfs met goud niet te beschrijven. Ik heb hem diverse malen mogen interviewen; bijna was ik destijds lid van Excelsior geworden.

Eén gebeurtenis in 1951 koppelde mij op 13-jarige leeftijd aan een sport, die ik nooit meer verlaten heb: wielrennen.Op 16 juli 1951 pakte Wim van Est met een etappezege de gele trui in de Ronde van Frankrijk, en dat nog wel in de bergen van de Pyreneeën.Dat plezier duurde voor Van Est echter niet lang. De dag na zijn overwinning viel hij namelijk tijdens de afdaling van de Col d’Aubisque in een ravijn. Een huilende Van Est werd aan een ketting van fetsbandjes omhoog gehesen. Hoewel hij zeventig meter naar beneden viel, bleef hij vrijwel ongedeerd, maar zijn Tour was wel voorbij.

Voor mij was die Tour de France een onbekend fenomeen. Het dagblad dat op werkdagen op de deurmat viel, was de protestant-christelijke De Rotterdammer. En deze krant be-richtte niet over sportevenementen, die ook op zondag plaatsvonden. Het was dus via een nieuwsuitzen-ding op de radio dat ik van de val van Van Est hoorde en daarmee ook van een Tour de France (Weet je nog hoe offcieel die nieuwsuitzendingen begonnen? Eerst een Westminster-klokslag en dan “Het is … uur. Nu

volgt een uitzending van de Ra-dionieuwsdienst, verzorgt door het Algemeen Nederlands Persbureau, het ANP. En dan nu het nieuws.”).

Ná de betreffende nieuwsuitzen-ding pakte ik mijn Bos-atlas, om uit te vinden waar nu toch de Col d’Aubisque was. Ik ging naar mijn buurvrouw juffrouw Schouten, om te vragen of zij nog exemplaren van ‘haar’ krant had: Het Vrije Volk. Ze had nog enkele kranten liggen en beloofde me, dat ze in de komende dagen alle kranten voor me zou be-waren. Ze moest deze kranten echter wel terughebben, want eens per drie maanden gingen de oude kranten naar de oudpapierboer op het Piet Heynplein. Dat leverde haar dan weer een paar dubbeltjes op.

Een nieuwe wereld Voor mij ging een nieuwe wereld open. Aan de hand van de radiopro-grammagegevens in de Omroepgids (natuurlijk NCRV!) ontdekte ik, dat ene Jan Cottaar rond 5 uur ’s mid-dags ‘rechtstreeks’ verslag deed van de aankomst van een touretappe. In de praktijk bleek het een krakerig en (bijna) onverstaanbaar verslag te zijn, maar ik genoot: het kwam uit Frankrijk!

Jaren later, ik schat rond 1965, kwamen de eerste rechtstreekse TV-uitzendingen van de laatste 20 minuten van een etappe. Deze uitzendingen waren in zwart/wit en hadden meer storing dan accepta-bele beelden. Maar indien moge-lijk, miste ik geen seconde. In de jaren’70 en ’80 keek ik nog steeds zwart/wit; een kleurenscherm was toen véél te kostbaar voor me. In mijn stacaravan in Stolwijk keek ik naar een 31 cm groot zwart/wit accu teeveetje. De romantiek van de toer hing daar ook in het boerenland.

In 2011 is het zwart/witte 31 cm beeld veranderd in een 106 cm groot HD plasmascherm. Ik kan de wielrenners bijna letterlijk aanraken, als ze urenlang door mijn woonka-mer fetsen. Niets geen storingen meer, alleen op de Nederlandse TV veel, niet ter zake doend, gewauwel van de commentatoren. Maar, ook in HD-kwaliteit, is er uit te wijken naar een Eurosport of (beter nog) de Sporza-zender van de Vlaamse televisie.

Ik mag één man niet vergeten, als we het over de Nederlandse radio- en TV-verslaggeving hebben: Theo Koomen. De ietwat saaie verslagen van Jan Cottaar verdronken in het niets, als je de enthousiaste com-mentaren van Theo hoorde. Toen echter de TV-uitzendingen langer in tijdsduur werden en je a) naar het TV-scherm keek en b) je naar de radio luisterde, zag je heel vaak de dingen niet, die Theo Koomen zo bloemrijk beschreef. Toen ik eind ja-ren zeventig in zijn radioprogramma Goal te gast was (de Ziekenomroep RANO-ROTTERDAM was de enige zendgemachtigde, die een volledig radioverslag mocht maken van een voetbalwedstrijd Fey-enoord – Sparta), vroeg ik buiten de Goal-uitzending aan Theo, waarom hij zijn radioverslagen zo opkleurde. “Ach Aad, als je honderden kilome-ters achter trappende wielrenners aanrijdt, slaat de fantasie soms op hol. Maar je hebt toch mijn waarheidsvolle commentaar niet gemist?”. Op 4 april 1984 versloeg Theo Koomen in Enschede de wed-strijd FC Twente-MVV. Tijdens de nachtelijke rit naar huis kwam zijn auto in botsing met een tegenligger. Koomen overleed ter plaatse.

Terug naar 1951

Voor mij was de kennismaking met ‘de Toer’ er eentje voor het leven. En voor de eerste, maar ook de laatste, keer trapte ik in het commer-ciële gedoe van ‘le Tour’. Het Zwit-serse horlogemerk Pontiac was een deelsponsor van Wim van Est. De dag na Wims’ ravijnval adverteerde Pontiac in de Nederlandse kranten met “Mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep nog”.

Vanaf dat moment had ik maar één wens; zelf de bezitter te zijn van

een Pontiac-polshorloge. Op mijn 15e verjaardag, op 13 december 1952, kreeg ik een Pontiac van mijn ouders. Tot ver in het kwarts- en digitale tijdperk heb ik dit horloge gedragen. Toen in de jaren negentig ‘de juwelier van Delfshaven’, Peter de Knegt, mij een uiterst modern kwartshorloge aanbood, heb ik tij-delijk(!) afscheid genomen van mijn Pontiac. Een CVA in 2000 en een auto-ongeluk, met daaraan gekop-peld de noodzakelijke verhuizingen, hebben de Pontiac zoekgemaakt.

Wanneer je nu denkt, dat ik een ex-pert ben in 60 jaar Toergeschiedenis, dan heb je het mis. Ik geniet van de prestaties van individuele renners, bewonder de landschappen waarin men rijdt, maar neem winnaars van gele/witte/groene/bolletjes trui niet in mij op. Een kerel als Johnny Hoo-gerland krijgt mijn respect, als ik zie hoe hij met 33 hechtingen in zijn lichaam nog ‘gewoon’ doorfetst. Ik neem mijn pet af voor een Voeckler, Laurens ten Dam, de gebroeders Schleck en een Contador. Maar vraag aub niet over twee weken aan me wie de Tour de France 2011 gewonnen heeft.

In 1999 stond ik zelf op één van de uitlopers van de Franse Alpen. Om 10 uur ’s morgens was ik al op de D557, terwijl de renners niet voor 15 uur verwacht werden. Vervelen deden mijn vrouw en ik ons niet; we werden direct en spontaan opgeno-men in de plaatselijke bevolking, die ter plekke aanwezig was. Om 12 uur had ik al meer glazen rode wijn gedronken, dan ik thuis bij een avondje uit totaal nuttig.

De commerciële karavaan, die zo’n 90 minuten voor de eerste renners uitrijdt, werd met gejuich begroet. Van deze karavaan had ik altijd begrepen, dat er zeer ruimhartig met ‘niemendalletjes’ wordt rondge-strooid, maar deze gedachte kan naar het rijk der fabelen. Het was allemaal van “Vandaag niet drie exemplaren voor Fr 1,50, maar vier voor Fr 2.—“. Maar er was genoeg belangstelling voor de koopwaar!

Een kopgroepje van drie renners passeerde ….. sorry, ze zijn al voorbij. Drie minuten later werden ze gevolgd door het peloton, dat zoef-zoef-zoef passeerde. Vraag niet of ik nog een Nederlandse renner heb gezien; ze waren voorbij voor ik mijn ogen scherp had gezet. Maar de sfeer en de stemming ter plekke waren niet te omschrijven.”Qui svp, je voudrais un autre de vin” (of iets wat daar op lijkt). Toen de weg weer ‘schoon’ was, mochten we met de auto vertrekken. Mijn vrouw Nina reed – zij dronk uitsluitend Cola Light – en mopperde zo’n 40 kilometer op de intense drukte. Na die 40 kilometer kon ze ongestoord nog zo’n 80 kilometer rijden naar de camping, waar onze tent stond: Ramatuelle (net 10 autominuten van Saint-Tropez).

Nu ben ik jaarlijks ‘getrouwd’ met drie wielerrondes: de Italiaanse Giro, de Spaanse Vuelta Ciclista én de Franse Tour.

Spionneur

spionnetje@ditisrotjeknor.nl

- Eén dag na zijn dramatische val stond deze advertentie al in de Nederlandse

kranten -

- Ook via Internet kan je de Tour de France rechtstreeks volgen. -

Page 19 - week30-oudrotterdammer

This is a SEO version of week30-oudrotterdammer. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »