Page 11 - De Oud Rotterdammer Week 32

Basic HTML Version

ROTTERDAMSE
POLITIE
De Oud-Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser
Dinsdag 21 augustus 2012
pagina 11
Op datzelfde moment reed ook een
personenauto met een redelijke
snelheid de kruising op, waardoor
een frontale aanrijding met de
fietsende oude man onvermijdelijk
was. Voor mijn ogen gebeurde een
verschrikkelijk ongeval. Piepende
remmen, de klap van staal op
staal, de meters door de lucht
vliegende fiets met zijn berijder,
die daarna roerloos op het wegdek
bleef liggen en niet te vergeten, de
krijtwitte bestuurder van de per-
sonenauto die snel was uitgestapt.
Voor mij stond vast dat ik getuige
was van een dodelijke aanrijding.
Een dergelijk ongeval afhandelen
kost vele uren. Maar het liep even
anders. Nadat de oude man met
zijn ijzeren ros enige momen-
ten roerloos op het wegdek had
gelegen, kwam hij plotseling weer
tot leven.
Na een korte inspectie van zijn
fiets balde hij zijn vuisten en riep
tegen de nog steeds onthutste
automobilist: “Stommeling, zie jij
niet dat ik hier rijd? Ik rijd op een
hoofdweg en jij met je kapsones
rijdt mij gewoon omver. Als ik
jonger was, zou ik je voor je kop
slaan. Idioot, wegpiraat dat je
bent.” Het overige geschreeuw,
gedreig en gefoeter zal ik u bespa-
ren. Terwijl de aanrijding toch echt
de schuld van de oude man zelf
was. Nadat ik, met de overigens
beschaafde automobilist, had
vastgesteld dat de schade aan de
auto te verwaarlozen was, heb ik
de nodige gegevens genoteerd en
het voorval op het bureau gerap-
porteerd. Met een vertraging van
ongeveer een uur ging ik snel naar
huis en kon diezelfde dag toch nog
nachtdienst doen op de Kaap.
Proces-verbaal
De voorschriften waren dat van
bepaalde ongevallen, zeker van het
niet verlenen van voorrang, altijd
proces-verbaal diende te worden
opgemaakt. Ook in dit geval dus.
Maar naar mijn gevoel moesten
er toch uitzonderingen mogelijk
zijn. Gezien het ontbreken van
noemenswaardige schade of letsel
en gelet op de persoonlijkheid van
de oude man, besprak ik in de da-
gen daarna het gebeurde met mijn
chef. Er was geen noemenswaardi-
ge schade. Kortom, ik stelde voor
het voorval met een eenvoudig
rapport af te doen. De chef luis-
terde gewillig en beloofde het met
de officier van justitie te bespre-
ken. Na enige weken gaf de chef
mij namens de officier van justitie
opdracht toch proces-verbaal op te
maken. Of de chef de officier van
justitie ooit heeft gebeld, betwijfel
ik ten zeerste. Ik voerde deze
opdracht met tegenzin uit, maakte
een tekening op schaal. De zaak
ging de ambtelijke molen in, mijn
teleurstelling en boosheid zakten
snel en ik vergat (bijna) het voor-
val. Totdat ongeveer een jaar later
ik werd opgeroepen als getuige
voor de kantonrechter te verschij-
nen. In de hal voor de rechtszaal
ontmoette ik de oude man, de ver-
dachte dus. Hij was in gezelschap
van een eveneens oude, maar
tevens stokdove man. Nadat eerst
de verdachte was binnengeroepen
en verhoord, werd ik als verba-
lisant binnengeroepen om mijn
waarnemingen te melden. Daarna
werd tot mijn stomme verbazing
de oude, stokdove man binnenge-
roepen. De kantonrechter tegen de
getuige: “Hoe is uw naam?” De
man bracht zijn handpalm naar
zijn oor en riep met luide stem:
“wahh blieff?” De kantonrechter
herhaalde wat luider zijn vraag en
de man bracht nu beide handen
naar zijn oren en antwoordde:
“Hendrik heet ik, ja Hendrik, zo
noemden ze me thuis, op school,
op mijn werk op zee en ook bij
de muziek. Maar eigenlijk heet ik
volgens de papieren Hendrik-Jan.
Maakt niet uit hoor, u mag mij
ook gewoon Hendrik noemen.”
Daarna volgden de achternaam
en de leeftijd van de getuige. Een
en ander ging op dezelfde luide
wijze. Toen kwam de kardinale
vraag van de rechter: “Heeft u de
aanrijding zien gebeuren?” Tot
verbijstering of vermaak van de
aanwezigen in de zaal antwoordde
de getuige: “Ik, welnee meheer,
Krijn is mijn vriend, ik heb jaren
met hem gevaren. Krijn vroeg aan
mij, wil jij voor mij getuigen? Ik
zei: tuuuuuurlijk Krijn, dat doe ik
zeker, het recht zal komen. Ik ben
toch je vriend!”
Boete
De officier stond op en verklaarde
dat het wettig en overtuigend
bewijs geleverd was, dat een
ieder, dus ook Krijn, voorrang
in het verkeer moest verlenen en
eiste een onvoorwaardelijke geld-
boete van 10 gulden, waarvan de
kantonrechter nog de helft afdeed.
In de gang foeterde de oude man
tegen mij: “Dat had ik van jou
nooit gedacht, dat je dát zou doen,
mij een bekeuring geven, terwijl
die stommeling mij omver reed.”
“Ja”, zei Hendrik, “ik ook niet.
Ik had dat ook nooit van jou
verwacht.”
Ik kon en wilde mij niet verde-
digen tegen deze oude zeerotten.
Want ook toen gold al: regels zijn
regels.
Bas de Vet
Het café heeft eenvoudige tafels, al-
lemaal keurig bedekt met de bekende
smyrna-tafelkleedjes. Ik verklaar
mijn komst. “Gilbert, ik wil voor
mijn boek graag je prijslijstbordjes
fotograferen. Ik heb een vermoeden
dat je met je koffie, bier en jenever
één van de goedkoopste bent in
onze stad.” Gezien de temperatuur
(24 graden) staat de deur permanent
open en geruisloos schuift een heer-
schap binnen dat zich keurig aan mij
voorstelt. “Piet Langton is de naam,
ook wel malle Pietje. Gilbert, geef
meneer wat te drinken.” Het ijs is
snel gebroken na zijn opening: “U
draagt nette schoenen, dat bevalt mij.
Ik zie ze als een visitekaartje.”
“Cheers”, zeg ik en nip van mijn
Berenburg-ijs. “Ik heb al drie kop-
pen koffie op, ben bang dat ik ga
stuiteren. Soms zondig ik met dat
Friese drankje.” Piet moet lachen
en riposteert: “Ik ben een recidivist.
Heineken spoelt zo gemakkelijk,
daar heb je geen idee van.”
Bert van Nikkelen-Kuijper
Een leeftijdgenoot van Piet stapt
binnen en neemt naast hem plaats
aan het tafeltje bij de ingang. Het
blijkt oud-bokser Bert van Nikkelen-
Kuijper te zijn. Hij houdt het bij een
imitatie. Piet daagt ‘m uit en zegt:
“Bert, vertel eens over je carrière.”
Bert: “Dat is tamelijk eenvoudig,
ik heb 128 wedstrijden gebokst.
Mijn mooiste partijen? Tegen Rudy
Lubbers in 1967. We stonden drie
keer tegenover elkaar in de ring. Ik
verloor ze alledrie, maar ze waren
hoogstaand.” “Jij was toch de eerste
bokser die een reclameboodschap
onder z’n zolen had?”, grapt Piet.
Bert moet lachen. “Wij zijn allebei
van het bouwjaar ‘42 en wij kennen
elkaar al een halve eeuw”, vertelt
Piet. “Wij zien elkaar voornamelijk
in Jacob Cats. Wij kaarten wat, wij
ouwehoeren en na een uurtje of twee
gaan we weer door.”
Willem Hameetman
Er wordt deze dag niet gekaart.
Bloemenman Simon Keller heeft
geen zin, hij heeft meer belang-
stelling voor de op hoge toeren
werkende gokkast. Hij mengt zich
ook niet in het gesprek. Wil Sluyter
hoort ook bij de kaartgroep. Hij
luistert aandachtig, lacht om Piets
vele grappen, maar heeft zelf weinig
inbreng in de conversatie. Piet
vertelt dat Jacob Cats van oudsher
een glazenwasserscafé is, aange-
vuld met verhuizers en slopers. Dát
verklaarde ook het vroege openings-
uur van even na zessen. Langton:
“Tegenwoordig komt er van alles,
maar vooral lui uit de buurt. Midden
jaren ‘50 begon de legendarische
horecamagnaat Klaas van Duijn hier
zijn loopbaan. Daarna kwam het café
in handen van Willem Hameetman.
Hij en zijn zonen hebben het café
50 jaar gerund! Wist je dat Willem
nog steeds leeft? Bijna 90 jaar oud.
Je moet hem eens interviewen. Wat
die man niet heeft meegemaakt.” Ik
schiet een foto van de twee vrienden
en neem afscheid. De drie kwartier
in deze gemoedelijke huiskamer
waren niet onaangenaam.
Naschrift: Een paar maanden
geleden overleed Bert van Nikkelen
Kuyper op 1 juni 2012, 69 jaar oud.
Mijn eerste ontmoeting met hem was
meteen de laatste…
Joris Boddaert
Café Jacob Cats, huiskamer pur sang!
Op een tropische zaterdag in de jaren zestig, enkele minuten voor de
klok van twee, reed ik als jong medewerker van Hermandad, in uniform
per fiets in de Roentgenstraat te Rotterdam in de richting van het poli-
tiebureau Nassaukade, waar ik me moest afmelden. Diezelfde dag was
ik ook nog ingeroosterd voor de nachtdienst. Vóór mij reed met geringe
snelheid een zeer oude man op een nog oudere krakende en piepende
fiets. Dat de oude baas bij die lage snelheid zijn evenwicht kon bewa-
ren, was bijzonder. Echter op het moment dat de man de kruising met de
Rosestraat naderde, verhoogde hij plotseling zijn snelheid en reed zonder
richting aan te geven de kruising op.
Juni 2009 stap ik voor het eerst café Jacob Cats binnen. Dit 70 jaar oude kroegje is, hoe kan
het anders, gevestigd in de Jacob Catsstraat, niet ver van de Zwart Janstraat. Het is even
na elven in de ochtend en ik ontwaar barman Gilbert van Rij achter een krantje en een kop
koffie. Ik bestel koffie, steek een sigaret op en geniet van de rust. Een lege kroeg in de och-
tend. Zonder muziek. Zonder gewauwel van voor mij onbekende mensen. Prettige minuten.
- De Roentgenstraat begin jaren zestig. Foto: Rotterdam door de tijd deel 11 -
- Bert (links) en Piet: halve
eeuw vriendschap… -
Een fragment uit het boek ‘Rotterdamse Cafés, deel 3’. Geschreven en
geproduceerd door Joris Boddaert. Het boek, (formaat 24 x 34,5 cm.
Gebonden. Circa 350 foto’s. Namen- en caféindex) is fraai uitgevoerd en
komt oktober a.s. uit. Lezers van De Oud-Rotterdammer kunnen inschrijven
op het boek en krijgen dan 25% korting. Wanneer u 39,50 euro overmaakt
op banknr. 24.34.20.684 t.n.v. Joris Boddaert, Rotterdam, ontvangt u het
boek rond 15 oktober portvrij in uw brievenbus. Het boek heeft een kleine,
eenmalige oplage! De actie geldt tot en met 10 september a.s.
Caféboek deel 3
Een boze oude man met een bekeuring