De Oud Rotterdammer Week 48 - page 9

niet naar een boerenfamilie of
het buitenland, maar naar een
zus en zwager van mijn moe-
der, tante Anna en ome Arie.
Hoe een en ander georganiseerd was,
weet ik niet, maar op een gegeven
moment zat ik met mijn moeder bij
tante Anna thuis. Ik had deze tante
nog nooit gezien, maar ze ontfermde
zich over mij alsof ik haar eigen kind
was. En ome Arie, die graag kinderen
zou willen hebben, maar niet had,
vond het prachtig, zo’n jochie in
huis. De twee zussen hadden elkaar
al jaren niet gezien en gesproken, dus
er werd behoorlijk wat afgekletst.
Maar op een gegeven moment kregen
de dames trek en moest er gegeten
worden. Dat ben ik nooit vergeten.
Tante Anna bakte namelijk een omelet
met spekjes. In mijn gedachten was
dat ding zeker een centimeter dik. Ik
had nog nooit gebakken eieren gezien,
laat staan gegeten en al helemaal
geen omelet met spekjes. Wat rook en
smaakte dat lekker. Heden ten dage
eet ik nog regelmatig zo’n omelet en
dan dwalen mijn gedachten dikwijls af
naar die eerste keer bij tante Anna.
Veem
Hoe tante Anna aan eieren en spek
kwam, zal hierna wel duidelijk wor-
den. Tante Anna en ome Arie woonden
in een pakhuis. Dat klinkt misschien
vreemd, maar hun woning was onder-
deel van een groot gebouw, dat dienst
deed als veem. Ome Arie deed iets in
papier op een bloemenveiling en tante
Anna was zoiets als conciërge/koffie-/
kantinedame voor het personeel dat
in het veem werkte. De naam van dat
veembedrijf weet ik niet meer en heb
ik ook niet kunnen achterhalen.
Een veem is een opslag- en overslag-
bedrijf en ligt altijd aan de weg of het
water. Op mijn logeeradres was het
niet anders. Aan de voorzijde was een
brede straat met spoorrails en laadbor-
dessen voor het landverkeer en aan de
achterzijde was een kade. Dat werd
mijn speelterrein. Vanuit de keuken
van tante Anna stapte je zo de kade
op en daar ging mijn wereld open. Er
lag een breed water voor de deur en
daarachter was een grote waterweg
waar regelmatig zeeschepen voorbij
voeren.
In het begin was alles nieuw, vreemd
en spannend maar op een gegeven
moment ken je je omgeving en leer je
de mensen van het veem kennen. Na
verloop van tijd was ik ‘ingeburgerd’
en liep ik het veem in en uit alsof ik
bij het personeel hoorde. Maar het was
meestal spelen met de karretjes die er
gebruikt werden. Aan de kadekant was
ook de werkplaats van ome Piet, een
van de medewerkers, die naast smid,
bankwerker enzovoorts ook kraandrij-
ver was. Daar was altijd wat te zien en
te beleven, vooral als ome Piet ging
smeden. Maar af toe nam hij mij mee
de kraan in en kon ik van bovenaf
de werkzaamheden bekijken. Als het
niet druk was, mocht ik weleens aan
het wiel draaien om de kraan te laten
zwenken. Ik heb maar een keer de
gevel van het veem geraakt. Gelukkig
was er geen schade.
Chocola
Ook nam het kantoorpersoneel mij re-
gelmatig mee naar een achterafkamer-
tje in het veem. Daar stonden blikken
met nood/legerrantsoenen met allerlei
etenswaar en chocoladerepen. Die
repen werden zogenaamd stiekem in
mijn zak gestopt. Chocola! Een won-
der voor een jochie van die leeftijd, zo
vlak na de oorlog. Achteraf realiseer ik
me dat ik nooit zo’n reep helemaal al-
leen opgegeten heb. Ik kreeg een stuk
en de rest ging in een blik of zo. Maar
ome Arie was toen al goed rond en ik
vermoed dat hij ook wel een stukje
chocola lustte. Als kind vraag je je niet
af hoe die blikken met rantsoenen in
een veem terecht gekomen zijn en min
of meer verborgen waren. En nu wil ik
het niet meer weten. Maar het maakt
misschien wel duidelijk hoe mijn oom
en tante redelijk goed in de levensmid-
delen zaten. Ik zei het al, ome Arie had
echt geen hongerwinterfiguur.
Politieboot
Dit ging zo een aantal jaren door, maar
er was meer waarom ik zo graag naar
tante Anna en ome Arie ging. Aan de
kade legden regelmatig schepen aan.
Zoals het bootje van de parlevinker.
De kruidenier aan de overkant van de
straat was tevens parlevinker en die
kwam bij tante Anna een bakkie doen.
Af en toe mocht ik meevaren om de
binnenschippers aan hun boodschap-
pen te helpen. Een parlevinker is/was
zo’n beetje de SRV-man op het water.
Aan de overkant van het water was
een post van de Havenpolitie. Die
mensen kwamen ook bij tante Anna
op de koffie, letterlijk. En het kon niet
uitblijven, dat jochie uit Rotterdam
voer regelmatig heel parmantig met
een politieboot mee door de haven.
Van die politiemensen heb ik een
naam onthouden: Snoervanger. Als ik
het goed heb, was hij commandant van
de politiepost. Daarnaast lag er regel-
matig een binnenschip voor de kade.
De schipper heette Polak en woonde
met zijn vrouw en twee zoons op hun
schip. Met een van hen ging ik vaak
vissen en altijd in verboden gebied.
Altijd werden we weggestuurd door
diezelfde politiemensen. Maar ja, zij
kenden die zoon en door de aanwezig-
heid van een inmiddels bekend jochie
bleef het altijd vriendelijk.
Kopje onder
Schipper Polak wilde dat ik leerde
zwemmen en dat had hij goed gezien.
Met een eind touw onder mijn armen
werd ik ‘te water gelaten’ en moest ik
leren zwemmen. Dat lukte aardig, al
was het meer in staat zijn het hoofd
boven water te houden. En dat kwam
goed van pas. Door al het water om
me heen kon het niet uitblijven dat ik
een keer te water zou raken. Dat ge-
beurde dan ook. Het was niet de eerste
en de laatste keer in mijn leven dat
ik onbedoeld kopje onderging. Maar
zoals gezegd kon ik mezelf drijvende
houden en me redden door ergens op
een boot te klimmen. Consternatie
alom vanwege mijn natte kleren, want
niemand had het zien gebeuren. En
blijdschap over de goede afloop en
hier en daar een beetje trots over de
zelfredzaamheid.
Lossen en laden
In het veem werden voornamelijk kof-
fie- en cacaobonen overgeslagen. Het
was altijd een drukte van belang als er
een lading binnenkwam. Het lossen en
laden was spannend om te zien, maar
ook de keuring van de bonen. Een
inspecteur nam regelmatig monsters,
zo door de jutezak heen met een soort
schepje, op zijn hielen gezeten door
een man met naald en draad om de ga-
ten in die zakken weer dicht te naaien.
Het veembedrijf had zelf ook schepen,
sleepbakken en een of twee gemotori-
seerde vaartuigen. Daarmee mocht ik
diverse malen mee om kleine vrachten
in de stad af te leveren. Dat was erg
leuk. Je voer niet alleen maar door de
kanalen, maar had ook een prachtig
gezicht op het gebeuren aan de wal.
Op een van die tochten waren zelfs
mijn oudere broer en een paar van zijn
vrienden aanwezig. Daar werd in die
tijd niet moeilijk over gedaan.
Jeugdzonde
Zo heb ik een aantal zomervakanties
bij ome Arie en tante Anna doorge-
bracht. Maar ja, de tijden veranderen,
ik werd wat ouder en de lol ging er
een beetje vanaf en de thuissituatie
was ook veranderd. Mijn ouders had-
den een motorbootje gekocht, een om/
opgebouwde sloep en dat was ook
spannend. Maar dat niet alleen, ik
móest mee met mijn ouders op vakan-
tie. Ik was het extra handje aan boord
en dat was soms nodig.
Al met al vraagt u zich misschien af
waar dat Rotterdamse jochie zulke
leuke vakanties had. Ik durf het haast
niet te zeggen, maar misschien heeft
u het al geraden: het was godbetert
in Amsterdam. Noem het maar een
jeugdzonde. De kade waar ik speelde
heet nu de Van Diemenkade, de
voorkant van het veem lag aan de Van
Diemenstraat. Het pand bestaat nog en
heeft diverse functies. Het water voor
de deur is de Oude Houthaven en de
waterweg waar die zeeschepen voeren
het IJ/Noordzeekanaal. Het verboden
viswater was de Houthaven. De kana-
len in de stad zijn de grachten en die
schepen van het veem de onvervalste
Amsterdamse dekschuiten.
Ted Lakerveld
Tijd om een jeugdzonde op te biechten
Af en toe staat er in De Oud-
Rotterdammer een stukje
over kinderen die na de oorlog
werden uitbesteed naar gezin-
nen waar de omstandigheden
beter waren dan hier in Rot-
terdam. De z.g. bleekneusjes.
Het waren meestal gezinnen
in het noorden van het land
en soms in het buitenland. In
1945 was ik zes jaar en ik zal
er ook niet als Hollands wel-
varen uitgezien hebben. Dus
ook ik werd uitbesteed, maar
De Oud-Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser
Dinsdag 29 november 2016
pagina 9
De Houthaven was mijn speelterrein
Parlevinker aan het werk
1,2,3,4,5,6,7,8 10,11,12,13,14,15,16,17,18,19,...28
Powered by FlippingBook