De Oud Rotterdammer Week 18 - page 7

De Oud-Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser
Ik doe de administratie van mijn pas
overleden moeder. Ik weet hoe arm
ze was. Toch twijfel ik over het zuiver
aanvaarden van mijn erfdeel. Wat moet
ik doen?
Bij twijfel niet inhalen. U mag als ad-
ministrateur misschien een goed beeld
hebben van uw moeders financiën, er
kan altijd ergens een addertje onder
het gras vertoeven. Een verdwaalde
factuur van de uitvaartkosten bijvoor-
beeld of de nog te ontvangen aanslag
inkomstenbelasting. Natuurlijk, het
is aantrekkelijk te bezuinigen op de
juridische kosten van beneficiaire aan-
vaarding, maar u wordt wel aanspra-
kelijk voor die schuld wanneer u uw
erfdeel zuiver aanvaard had.
Onverwachte schulden
Tegen die aansprakelijkheid is in
september 2016 een klein ontsnap-
pingsluikje in de wet gekomen. Wan-
neer het gaat om een schuld waarvan
u het bestaan niet had kunnen weten
toen u de nalatenschap zuiver aan-
vaardde, kunt u bij de kantonrechter
een machtiging vragen alsnog benefi-
ciair te aanvaarden en een definitieve
keuze uit te stellen. Daarbij gaat het
eerder om schulden die ontstaan zijn
door een onrechtmatige daad dan om
schulden veroorzaakt door de onver-
koopbaarheid van de woning. Om het
zekere voor het onzekere te nemen,
adviseer ik u niettemin alleen zuiver
te aanvaarden wanneer u 100% zeker
weet dat u elke mogelijke factuur uit
de nalatenschap kunt betalen. Bij de
notaris tekent u dan een verklaring
waarin u aangeeft de nalatenschap
zuiver te aanvaarden.
Zes jaar geleden hebben mijn man
en ik een geregistreerd partnerschap
afgesloten. Kan de notaris ons helpen dit
partnerschap te ontbinden?
Ja, maar alleen wanneer er geen
minderjarige kinderen zijn betrokken.
De notaris stelt dan een akte op die u -
binnen drie maanden - kunt aanbieden
aan de gemeente waar het partner-
schap is voltrokken. Vanaf het moment
dat de akte is geschreven zijn u en uw
man geen geregistreerd partner meer.
De kwestie wordt anders als u nog een
of meer minderjarige kinderen heeft.
De wetgever heeft hun belangen niet
willen veronachtzamen en gebiedt
dat u voor hen een ouderschapsplan
opstelt. Een plan waarin de plichten en
verantwoordelijkheden voor de ver-
dere opvoeding van de kinderen staat
omschreven. Dit kunt u een echtschei-
dingsadvocaat laten doen. Uiteindelijk
zult u ermee langs de rechter moeten
voor een beoordeling ervan en om te
vragen uw partnerschap formeel te
ontbinden. Niettemin zult u moge-
lijk alsnog langs de notaris moeten,
maar dan voor de verdeling van de in
gemeenschap aangekochte goederen
als uw woning of aandelenpakketten.
De notaris kan dan zorgen dat bij de
hypotheek een van u beiden uit de
hoofdelijke aansprakelijkheid wordt
ontslagen en als eigenaar uitgeschre-
ven bij het Kadaster.
Van onze familie ben ik als enige nog in
leven. Wat gebeurt er nu met mijn spulle-
tjes als ik er niet meer ben? Heb geen zin
een vreemde alles te laten afhandelen.
Neem me vooral niet kwalijk, maar
heeft u al gedacht aan wat er met
uzelf moet gebeuren wanneer u bent
overleden? In Nederland hebben we
nog altijd de Wet op de Lijkbezorging.
Als er geen nabestaanden zijn om de
uitvaart te regelen, moet de gemeente
zorgen dat uw stoffelijk overschot de
juiste bestemming krijgt. De kosten
die ze daarvoor maken moeten uit uw
nalatenschap vergoed worden. Er moet
dus wel iets afgewikkeld worden.
Onbeheerd
Als uw nalatenschap enige omvang
heeft, zal de gemeente deze voor de
afwikkeling aanmelden bij het Rijks-
vastgoedbedrijf, dat valt onder het
ministerie van Binnenlandse Zaken.
Daar worden elk jaar honderden na-
latenschappen aangemeld. Niet alleen
nalatenschappen zonder erfgenamen,
maar ook erfenissen die door iedereen
verworpen zijn. Deze zogeheten
‘onbeheerde’ nalatenschappen zal
men zo goed mogelijk afwikkelen,
door bijvoorbeeld op zoek te gaan
naar andere erfgenamen. Daarnaast
zet men uw nalatenschap om in geld
dat in de consignatiekas wordt gestort.
Als na 20 jaar niemand zich heeft
gemeld, vervalt zij aan de Staat. Als
de gemeente denkt dat uw nalaten-
schap niet die moeite waard is, zal
men de rechter vragen de gemeente te
benoemen tot vereffenaar. Mijn advies
is toch te kijken of u niet zelf iemand
per testament kunt aanwijzen om uw
nalatenschap af te handelen.
Ook een vraag voor de notaris? Stel
uw vraag en krijg direct antwoord.
Gratis en vrijblijvend. Mail naar
of bel 010-
7671700.
In deze bijdrage is het onderwerp
wat technisch en van groot belang,
namelijk de rekenrente, die verzeke-
raars moeten gebruiken om de huidige
waarde van hun toekomstige uitkerin-
gen aan polishouders te berekenen.
Een particulier wil bijvoorbeeld
pensioen ontvangen, wanneer hij 67
jaar oud wordt. Het aanbod van de
verzekeraar bevat twee onderdelen,
namelijk de premie, die de polishou-
der moet betalen, en de uitkering, die
de verzekeraar de polishouder zal
betalen. Een verzekeraar is verplicht
om deze betaling van de uitkering
te garanderen. Daarom belegt een
verzekeraar alleen in obligaties van
schuldenaars, zoals de Nederlandse
Staat, die zeer kredietwaardig zijn.
Alleen als een verzekeraar failliet
gaat, krijgt de polishouder de beloofde
uitkering niet.
De verzekeraar berekent die premie op
basis van een verondersteld toekom-
stig rendement, dat op de belegde
premies zal worden behaald, de reken-
rente, een levensverwachting en de
kosten van de verzekeraar. De verze-
keraar veronderstelt bijvoorbeeld een
toekomstig rendement van 2,5 procent
bij de berekening van de premie. De
klant aanvaardt het aanbod en hij be-
taalt daarna periodiek de premies aan
de verzekeraar. Na aftrek van kosten,
belegt de verzekeraar de restant van
de ontvangen premies. Uiteraard dient
het behaalde rendement op de belegde
premies minimaal gelijk te zijn aan die
2,5 procent, want met die rekenrente is
de premie berekend.
Ook een verzekeraar moet jaarlijks
een jaarverslag publiceren. Een
belangrijk onderdeel in dat jaarverslag
is de VVP, Voorziening Verzekering
Verplichtingen. In dit onderdeel is
het saldobedrag genoemd van de
huidige waarde van alle toekomstige
uitkeringen, onder aftrek van de hui-
dige waarde van de nog te ontvangen
premies. Bij de berekening van de hui-
dige waarde is de rekenrente een zeer
belangrijke factor. Logisch lijkt om
de rekenrente, waarmee de premies
zijn berekend, ook te gebruiken om
de VVP te berekenen. Beide posten,
premies en VVP, hebben betrekking
op hetzelfde verzekeringscontract.
Tegenwoordig zijn verzekeraars echter
verplicht om de huidige waarde van
de toekomstige uitkeringen met een
andere rekenrente te berekenen dan
die van de premies. Voor dat deel van
de toekomstige uitkeringen, die de
verzekeraar in de verre toekomst, na
20 jaar, moet betalen, is de verzeke-
raar verplicht om met een rekenrente
van 4,2 procent te rekenen. Hoe hoger
het toekomstig beleggingsrendement,
de rekenrente is, hoe lager de huidige
waarde van de toekomstige uitkerin-
gen wordt.
De klant betaalt een premie, gebaseerd
op een rekenrente van 2,5 procent. Op
het moment dat de ontvangen premies
in de administratie worden verwerkt,
ontstaat voor een deel van de premie
een “schijnwinst”. Namelijk op dat
deel van de premie, bestemd voor de
uitkeringen na 20 jaar. Voor dat deel
wordt de huidige waarde met 4,2 pro-
cent berekend en niet met 2,5 procent
De verzekeraar moet in werkelijkheid
dat hogere rendement van 4,2 procent
op de belegde premies dan wel kunnen
maken. De rente op de obligaties van
kredietwaardige schuldenaars met een
lange looptijd is nu veel lager dan die
4,2 procent. De overheid dwingt de
verzekeraars rijk te rekenen.
Zodra de verzekeraar deze hogere
rendementen van 4,2 procent in de
toekomst niet maakt, dan moet de
verzekeraar jaarlijks een verlies mel-
den in zijn jaarverslag. De vreemde
situatie ontstaat dat de verzekeraars
nu een “schijnwinst” lijken te boeken,
waarbij de verliezen in de toekomstige
jaren hiervoor als compensatie dienen.
Als de verzekeraar deze “schijnwinst”
nu als dividend uitkeert aan aandeel-
houders, is de vraag wie dan in de
toekomst de verliezen gaan betalen.
De verzekeraar kan bijvoorbeeld geen
dividend meer uitkeren of bezuini-
gen op de kosten, zoals die van het
personeel. In ieder geval iemand gaat
hiervoor betalen.
Verstandig zou zijn om te kiezen voor
een uniforme rekenrente, dat gebruikt
is voor het contract tussen verzekeraar
en polishouder. Het jaarverslag van
de verzekeraar is ook een verant-
woording van de verzekeraar aan zijn
crediteuren, de grootste groep van
crediteuren bij een verzekeraar zijn de
polishouders
Contact NBP: info@pensioenbelan-
gen.nl of
Dinsdag 2 mei 2017
pagina 7
In de laatste bijdrage van de NBP, Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, werd de situatie tussen
pensioenfondsen en verzekeraars onderling vergeleken. De conclusie was dat de situatie van ver-
zekeraars, die voorheen producten, zoals pensioenverzekeringen en beleggingspolissen, ook wel de
woekerpolissen genoemd, hadden verkocht eigenlijk slechter is dan die van pensioenfondsen.
1,2,3,4,5,6 8,9,10,11,12,13,14,15,16,17,...24
Powered by FlippingBook