De Oud Rotterdammer Week 28 - page 3

Als ‘Rotterdamse Charley’ droeg hij
als ‘sandwichman’ op borst en rug
reclameborden voor de lokale mid-
denstand, die hij zelf ontwierp. Hij
noemde zichzelf ‘Charley, de reclame-
man van Rotterdam’. Hij was fanatiek
in z’n werk en maakte met iedereen
een praatje.
Klassieke auto
In 1964 kwam ik als 18-jarige in het
bezit van een klassieke auto van het
merk Rover uit 1947, model P2 met
een zescilinder benzinemotor in de
klassieke donkergroene kleur. Op een
gegeven moment stond Nico bij ons
voor de deur. Ik woonde in die tijd nog
bij mijn ouders op de Bergweg 176b.
Hij vroeg of ik de Rover aan hem
wilde verkopen voor reclamedoelein-
den. Om door de stad te rijden in deze
bijzondere, klassieke auto.
Ik wilde er even over nadenken, maar
in korte tijd werd ik enthousiast en ei-
genlijk vond ik het een leuk idee deze
auto aan hem te verkopen. Nico had
zelf geen rijbewijs, maar strikte een
buurjongen om ermee te rijden.
Contract
In juli 1964 maakte ik een afspraak
met Nico over de prijs van de Rover.
Dat was 450 gulden. Nico maakte de
opmerking: “Zoveel geld heb ik niet.”
Mijn vraag was hoeveel geld hij dan
wel had. Hij kwam tot 100 gulden.
Omdat het zo’n leuk idee was, heb ik
voorgesteld om de overige 350 gulden
op afbetaling te doen. Dat vond hij ge-
weldig. We maakten een contract met
daarin de afspraak dat hij elke maand
25 gulden kwam brengen.
Brand
De eerste maanden kwam Nico stipt
het geld persoonlijk brengen. Toen
kwam er op zeker moment een briefje
in de bus met de tekst “Geachte mijn-
heer Gerrit, ik kan deze maand de 25
gulden niet betalen.” Getekend Nico
Morelis.
Een paar dagen later ging ik naar
z’n huis in de Snellemanstraat om te
vragen wat er aan de hand was. Het
huis was een benedenwoning onder
de huurwaarde, met zogeheten voor-
tussen-achterkamer. Dat betekende
in die tijd een lage huurprijs voor de
bewoner. Toen ik voor het eerst het
huis binnenstapte, stond ik vol ver-
bazing te kijken naar alle spullen die
er waren. In de tussenkamer stonden
houten rekken vol dozen met dekens,
pannen en van alles en nog wat. Ik kan
mij ook nog herinneren dat in het huis
een tiental asbakken stonden, gevuld
met water om de sigaretten goed te
doven. Ik vroeg hem toen waarom. Hij
gaf als antwoord: “Ik ben heel bang
voor brand.”
Ik vroeg Nico waarom hij mij niet kon
betalen. Hij antwoordde: “Ik heb op
dit moment geen werk.”
Platenspeler
Omdat het huis vol met spullen stond,
stelde hij voor iets uit te zoeken om
de schuld mee te voldoen. In het rek
zag ik een draagbare platenspeler. Die
mocht ik meenemen.
In de maanden die volgden betaalde
hij de auto af. Niet altijd op tijd, maar
uiteindelijk is alles betaald.
Kunstwerk
Nico, veertig jaar geleden overleden,
was in de omgang tamelijk gesloten,
maar hij was voor mij gastvrij en ik
kijk positief terug op de periode dat ik
hem gekend heb. Nico Morelis heeft
als reclameloper Charley circa vijftig
jaar gewerkt. Ter nagedachtenis aan
deze markante Rotterdammer uit het
Oude Noorden staat er een kunstwerk
op het Snellemanplein met alle ken-
merken van Charley: hoed, schoenen,
wandelstok en een jas, geplaatst op
een stenen sokkel.
Ger Verhoeven
Charley, de reclameman van Rotterdam
Dit verhaal gaat over Nicolaas Johannes Jacobus (Nico) Morelis.
Geboren op 24 oktober 1913, overleden 10 mei 1977 op 63-jarige
leeftijd. Om de dagelijkse kost te verdienen, verkleedde Nico
zich als Charley Chaplin. Geschminkt, met snor, bolhoed en wan-
delstok wandelde hij als reclameloper door de winkelstraten van
Rotterdam. Je kon hem inhuren.
CCtje
c
foto burosolo.nl
C
ox
C
olumn
Vorige week zag ik Sonneveld in de
persoon van Willem Parel dit liedje zin-
gen op de TV. Ik heb altijd gedacht dat
de tekst van Eli Asser was, de bedenker
van de figuur Willem Parel, maar
dit lied is uit de film die uiteindelijk
gemaakt werd en is geschreven door
Huub Jansen, de eerste man van Son-
neveld. Deze Jansen schreef onder het
pseudoniem Jean Senn (voelt u hem?)
en was later nog verantwoordelijk voor
onder andere de liederen “Een zwoele
nacht in Krimpen aan de IJssel”, en
“Zo heerlijk rustig”, bewerkingen van
Franse chansons. De echte grote suc-
cessen werden later geschreven door
Friso Wiegersma, onder de naam Hugo
Verhage, en dat was de tweede man van
de grote Wim. Toen ik Friso eens vroeg
of hij het nooit hinderlijk had gevonden
dat Jansen ook gewoon bij hen in huis
woonde, antwoordde hij: “Welnee,
‘n ander heeft zijn schoonmoeder in
huis…”
Het televisieprogramma waar ik naar
keek, heet ‘Honderd jaar Sonneveld’,
als ik het goed heb, en is met veel
liefde gemaakt, maar het heeft weer
die gemakzucht die de hedendaagse
jeugd zo kenmerkt, het spijt me dat ik
het zeggen moet. Mensen die niet echt
van de hoed en de rand weten en er
dan maar een slag naar slaan, in plaats
van het goed uit te zoeken. Verhalen
en verdichtsels die in de loop der jaren
zijn ontstaan klakkeloos overnemen, in
plaats van de boel even te checken met
mensen die het allemaal nog hebben
meegemaakt. Ik hoorde bijvoorbeeld
zeggen dat Sonneveld het typetje
Willem Parel verruilde voor ‘Nikkelen
Nelis’. Dat is grote onzin. Willem Parel
was een enorme ‘hype’, al bestond dat
woord nog niet, het was de radiotijd.
En het succes was eigenlijk beneden
Sonnevelds stand, vandaar dat ie er
een einde aan maakte met die film, die
overigens een betrekkelijke flop was.
Jaren later, in zijn eerste onemanshow,
schreef Friso voor hem Nikkelen Nelis
en dat was gewoon een van de verruk-
kelijke nummers uit die show. Je zag
nog de man waar dat alles op gebaseerd
was, “Koperen Ko”, en er had best
even bij vermeld mogen worden dat
die in Rotterdam op de Lijnbaan stond.
Ook zong Wim het gouden liedje “Het
hondje van Dirkie”, natuurlijk maar
twee fragmentjes, want in de huidige
tv-traditie zijn liedjes alleen maar
hinderlijk, “de mensen kunnen zich niet
drie minuten meer concentreren”(?), en
dat was uit een interviewprogramma
dat ik met hem mocht maken in 1967 in
de toenmalige schouwburg van Tilburg.
Misschien is het beleefd dat er even bij
te zeggen.
We maakten dat in de middag, ‘s
avonds trad hij daar op, en toen we
klaar waren, nodigde hij ons uit met
hem te eten, wat natuurlijk een enorme
eer was voor een beginneling als ik.
Als je wekenlang op toernee bent,
verlang je wel eens naar “gewoon
eten”, later heb ik dat zelf ervaren, en
Sonneveld vroeg in het restaurant of
ze gebakken lever voor hem konden
maken. Helaas, de kok was er nog niet,
maar er was wel een koksmaat en die
wilde het wel proberen. Nou vooruit,
hij nam het risico. De lever kwam op
tafel, Sonneveld naam een hap, de ober,
wij allen, keken gespannen toe…, hij
fronste en zei: “Nou, die koksmaat
moet een draai om z’n oren hebben…”,
barstte toen uit in een lach en zei tot
onze grote opluchting: “Nee hoor, het
is heel lekker..!”.
Een heerlijke man, met een enorm
gevoel voor humor.
(En dan te bedenken dat ik het over
“poen” wilde hebben, waar tegenwoor-
dig ALLES om draait, de bonussen die
weer terug komen, je houdt het toch
niet voor mogelijk.)
Poen
Poen, poen, poen, poen.
‘t Zal je gedacht zijn wat je allemaal met poen ken doen.
Poen, poen, poen, poen.
De een zegt “geld”, de ander “money”,
Maar wij zeggen “poen”.
Je hoort vaak zeggen dat geluk niet zo te koop is,
Maar geld doet wonderen, vooral assut ‘n hoop is…
De Oud-Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser
Dinsdag 11 juli 2017
pagina 3
Kunstwerk op het Snellemanplein ter nagedachtenis aan Charley
Charley naast de Rover voor zijn woonhuis (1964)
1,2 4,5,6,7,8,9,10,11,12,13,...20
Powered by FlippingBook