De Oud Rotterdammer Week 40 - page 9

Onder de woning was een kruipkelder,
waar je via twee langwerpige smalle
deurtjes met raampjes, naar binnen
kon. Daar werden de eierkolen gestort
die de kolenboer in de herfst in jute-
zakken bezorgde. Er werd ‘s zomers
voor gespaard met zegels, die je kon
kopen bij Kitje Kool op de Schieweg.
‘s Winters was het daar dus houtjes
hakken en de kolenkit vol schep-
pen. Ook werden daar de briketten
bewaard, die ‘s avonds in de kachel
gingen om deze zo lang mogelijk te
laten branden.
Bakkerskar
Mijn lagere school zat in de Berkelsel-
aan, de Dr.H. Bavinckschool en de
mulo op de Bergsingel, de Dr. D.P. Fa-
biusschool. Als we tussen de middag
vanaf de Bergsingel naar huis liepen,
stond in het stukje Berkelselaan,
tussen de Bergsingel en de Voorburgs-
traat, altijd de bakkerskar van ‘Joop de
bakker’ van Van de Meer & Schoep.
Wij, Wim van Leeuwen, Rinus Not-
troth en ik hadden dan altijd lekkere
trek en de donuts smaakten heerlijk.
Joop was een vrolijke man met altijd
een goed humeur.
IJzeren hond
In die tijd werd er nog veel aan huis
bezorgd, ook de melkboer kwam nog
aan huis. Dat was ‘Willem de melk-
boer’ van de Coöp. Die bezorgde met
een ijzeren hond, zo´n ijzeren hond
kreeg bakker Joop later ook tot zijn
beschikking.
Na enige tijd kwam de Coöp niet meer
aan de deur, waarom weet ik niet en
kwam er een nieuwe melkboer die
ook Willem heette. Dat was Wil-
lem Brackx, die met paard en wagen
bezorgde. Achterop de wagen stonden
aan beide kanten twee melkbussen
met een kraantje waaruit de losse
melk werd verkocht per halve liter.
Bepaalde klanten lieten een pannetje
of melkkoker vullen met ‘tapte’ melk.
Willem had een grote wijk en kon
wel wat hulp gebruiken. Ik heb als
hulpje menig litertje getapt. Ook de
portiekwoningen aan de Gordelweg
kan ik me nog goed herinneren, trapje
op en trapje af. Als we klaar waren
met de wijk reden we naar de Koe-
pelstraat in Crooswijk; daar stalde hij
zijn paard en had hij ook een pakhuis.
In de Voorburgstraat hangt nu een
grote afbeelding van hem. Heel veel
personen daarop herinner ik me nog,
alleen de namen niet meer, behalve
Truus van de Jagt die bij hem staat om
af te rekenen.
Kleine bedrijfjes
In de jaren vijftig/zestig zaten er veel
kleine bedrijfjes in de wijken. Zo
ook in de Voorburgstraat. Daar zat,
ongeveer ter hoogte van nummer 90,
Vaarties, een graveerbedrijfje. Een
vriend van mij, Fer van Dalen, werkte
daar. Later is hij slagersknecht gewor-
den bij slagerij Van Ammelrooy op de
Bergselaan en bezorgde hij op de fiets.
Andere ruimtes werden gebruikt als
fietsenstalling en natuurlijk was daar
ook het bodehuis Prins & Schox.
Hofpleintreintje
Het Hofpleintreintje reed over het
viaduct dwars door de straat. Onder
het viaduct had het bodehuis twee
bogen. Bij het bodehuis kon je zowel
in de Voorburgstraat als in de Insulin-
destraat naar binnen. Veel bewoners
van de Voorburgstraat maakten daar
gebruik van door, zonder om te lopen,
dwars door het bodehuis, wat eigenlijk
niet mocht van de heer Prins, naar de
winkels in de Bergselaan en de Schie-
weg te gaan.
Buiten de twee bogen gebruikte het
bodehuis ook de stoepen aan de kant
van het viaduct in de Voorburg- en
Insulindestraat om goederen op te
slaan die op dezelfde dag werden
aangeleverd en opgehaald. Als het re-
gende werden daar dekzeilen overheen
gegooid.
Het bodehuis had ook een pakhuis in
de Voorburgstraat, aan de kant van de
woningen. Beneden was opslagruimte
en via een steile houten trap kwam
je op een vide waar het kantoor was.
Daar werden de centjes voor de chauf-
feurs geregeld door de heren Schox
en Prins. Beneden in dat pakhuis was
een toilet voor de chauffeurs, waar de
‘mooiste’ teksten aan de binnenkant
van de deur waren geschreven.
Het was er altijd druk en uit uit alle
hoeken van het land kwamen de
vrachtwagens om goederen te lossen
en te laden. Uit Oude Pekela reed
Noordertransport, uit Barneveld de
Veluwe Expres (Jan Vermeer), maar
ook van dichterbij kwamen bodes
laden en lossen, Gebr.Tuitel uit Moer-
kapelle en Neleman uit Nieuwerkerk
aan den Ijssel, bode Van Buren (Bertus
Koorevaar) uit Rockanje enz, enz, ik
kan er nog zat noemen.
Zakcentje
De gang van zaken werd geregeld
door Willem Tobé die de hele goe-
derenstroom, zoals dat tegenwoordig
wordt genoemd, regelde. Willem had
gezag en liet zich niet gek maken, hij
was de baas en bepaalde wie wanneer
waar zijn goederen kon lossen en/
of laden. Ik heb daar als jongen in de
jaren 1958-1962 een aardig zakcentje
verdiend; na schooltijd helpen met
laden en lossen en tijdens de grote va-
kantie twee weken volledig meehelpen
bij de heer Prins als Willem vakantie
had. In de vakantieperiode werden
veel fietsen vervoerd, die op het dak
van de vrachtwagens met touwen
werden vastgebonden. De ritten naar
de Veluwe en Rockanje brachten een
aardig centje op aan fietsentransport.
Met mijn vriendjes, Wim en Piet van
der Hoff, die ook in de Voorburgstraat
woonden en Rinus Nottroth uit de
Insulindestraat hebben we een leuke
tijd gehad bij het bodehuis. Er waren
meer bodehuizen in Rotterdam, onder
andere in de Rauwenhoffstraat en de
Snellemanstraat. Eind jaren zestig
werd beslist dat bodehuizen in woon-
wijken niet meer konden en werd op
het Groenendaal het CCCB in gebruik
genomen. Daar werden alle activi-
teiten van de individuele bodehuizen
gebundeld. Maar ook dat is allang
verleden tijd.
Paaltjesvoetbal
Het laatste stuk van de Voorburgs-
traat, tussen de Berkelselaan en de
Gordelweg, noemden wij de stille
Voorburgstraat. Daar stonden geen
huizen, maar de zijmuren van het
confectieatelier van Peek & Cloppen-
burg met de ingang in de Berkelselaan
en de zijmuren van de ambachtschool
aan de Gordelweg. We speelden daar
met alle jongens van de buurt vaak
paaltjesvoetbal. Gewoon een potje
voetballen deden we op het grasveldje
tussen de Berkelselaan en de Tak van
Poortvlietstraat.
1953-1969: de Voorburgstraat, ik
heb er goede herinneringen aan, er
woonden leuke, gezellige en lieve
mensen in de straat en ook in de buurt
waaronder mijn veel te vroeg overle-
den vrouw.
Aad Dekker
Jeugdjaren in de Voorburgstraat
In 1953, ik was 7 jaar, kwamen wij na een woningruil terecht in
de Voorburgstraat 78b. Een voor-tussen-achterwoning met een
klein trapje naar het tuintje, waarin een schuurtje stond dat bij
elke flinke plensbui een paar centimeter onder water stond en
dan was het weer hozen. De afmeting van het tuintje was bedui-
dend minder dan de aangrenzende tuinen die bij de woningen op
de Bergsingel hoorden.
De Oud-Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser
Dinsdag 3 oktober 2017
pagina 9
De melkboer kwam aan huis met ‘de IJzeren Hond’
Kolenzakkendragers aan het werk
De Voorburgstraat in vroeger dagen
Bodehuis in de Voorburgstraat
1,2,3,4,5,6,7,8 10,11,12,13,14,15,16,17,18,19,...28
Powered by FlippingBook