De Oud Rotterdammer Week 8 - page 15

In 1876 zag Albert Widenhorn het
levenslicht in het Duitse Uberlingen
(Bodensee). Als jongen vertrok hij
met een oom naar Parijs en kwam via
Brussel in het begin van de vorige
eeuw terecht in het Belgische Gent.
Niet alleen in reizen, maar ook in
zaken was hij een ondernemend man.
In die tijd was hij vertegenwoordiger
van industriële was- en strijkmachines.
In Gent waren destijds verschillende
mechanische wasserijen, met als be-
langrijkste die van de familie Brandt.
Na het overlijden van de ouders in
1903 werd de wasserij voortgezet door
hun drie kinderen - Maria, Gustave en
Emérance. Albert Widenhorn verkocht
zijn wasmachines aan de kinderen
Brandt en trouwde met de oudste
dochter.
Scheepsmotoren
Albert Widenhorn en zijn echtgenote
vestigden zich in 1905 in de Bor-
luutstraat in Gent. Inmiddels had hij
een eigen handelsbedrijf in scheeps-
motoren van het merk Wolverine uit
de VS. In die tijd liet hij naar eigen
ontwerp een luxe motorjacht (Water-
rat) bouwen bij een scheepswerf in
Dordrecht. Deze pleziermotorboot was
voorzien van een keuken en een eet-
en slaapkamer.
Geboren Duitser
Bij het uitbreken van de Eerste We-
reldoorlog in 1914 heeft hij zijn activi-
teiten gestaakt en het bedrijfspand en
de koopwaar op naam gezet van zijn
Amerikaanse leverancier, onder het
toeziend oog van zijn zwager. Omdat
hij als geboren Duitser niet gedwon-
gen wilde worden tegen zijn Belgische
landgenoten te vechten, is hij met zijn
boot via Terneuzen naar Puttershoek
in Zuid-Holland gevaren. Aan het
einde van de oorlog kwam hij in de
Kralingse Plas in Rotterdam. Al zijn
spaarcenten en bedrijfskapitaal waren
inmiddels verdampt.
Compagnon
Begin 1919 werden hun Belgische
spullen met een schip van rederij
Braakman (Noordereiland) naar Rot-
terdam gebracht. Op 19 september
begon Widenhorn aan de Leuveha-
ven 193 te Rotterdam zijn handel in
gereedschappen. Eerst werd één pand
met woonhuis van metaalverwerker
Vles gehuurd, later kwam daar op 195
een tweede pand bij. In de crisisjaren
is Albert Widenhorn gedwongen een
compagnon als financier in de zaak op
te nemen, die later weer werd uitge-
kocht. Vóór de Tweede Wereldoorlog
waren er naast de heer Widenhorn al
enige personeelsleden, een boek-
houder, een administratieve kracht
en een loopjongen in dienst. Albert
Widenhorn was in de vooroorlogse
jaren president van de Zeilvereniging
Kralingen en jurylid/tijdwaarnemer bij
zeilwedstrijden. Zijn Waterrat had hij
inmiddels verruild voor een motorboot
met de naam Barcas.
Rokende puinhopen
In 1940 ontstond er een vacature voor
boekhouder bij Widenhorn. Op 10 mei
1940, de datum waarop Nederland in
de Tweede Wereldoorlog betrokken
raakte, zou Cornelis Euser - de vader
van de auteur - als boekhouder begin-
nen. Zodra de oorlogshandelingen het
maar even toelieten ging Euser naar de
Leuvehaven - van geen van de andere
personeelsleden heeft men ooit nog
iets vernomen - en vond daar de heer
Widenhorn op de rokende puinhopen
van zijn door Duitse bommen vernie-
tigde zaak, op zoek naar verkoopbare
en bruikbare spullen.
Daadkracht
Cornelis Euser bood onmiddellijk aan
de heer Widenhorn te helpen. Deze
reageerde met: “Ik heb geen werk voor
u en ook geen zaak meer.”
Toch drong Euser aan: “Ik wil u hel-
pen, een maandsalaris van 10 gulden
is genoeg.”
Euser had zijn kans gegrepen; voor
minder dan het oorspronkelijk afge-
sproken salaris ging hij aan de slag.
Als negentienjarige heeft hij alles
georganiseerd. Hij vond bedrijfsruimte
aan de Westzeedijk in Rotterdam,
zodat het bedrijf opnieuw verder kon
gaan. Ook vond Euser een appar-
tement voor de familie Widenhorn
aan de Katendrechtse Lagedijk in
Rotterdam-Charlois.
Widenhorn die zeer onder de indruk
was van de daadkracht van de jonge
Euser, betaalde hem alsnog het oor-
spronkelijk afgesproken salaris. Door
zijn optreden in deze moeilijke mo-
menten heeft Cornelis Euser in hoge
mate de bestemming voor zichzelf en
zijn familie bepaald.
Geen vreemd kapitaal
Albert Widenhorn en Cornelis Euser
werkten samen tot januari 1944, toen
de eerste op 68-jarige leeftijd plotse-
ling kwam te overlijden. Widenhorn
was zeer op Euser gesteld. Dit was
ook de reden dat zijn weduwe de zaak
niet verkocht, maar nieuwe afspraken
met Euser maakte.
De wensen van de familie Widenhorn
waren dat de zaak werd voortgezet
en de naam Widenhorn behouden zou
blijven, en dat geen vreemd kapitaal
zou worden aangetrokken.
Op deze voet is hij, na het overlijden
van de weduwe Widenhorn, in april
1955, als directeur/medeaandeel-
houder doorgegaan, samen met de
enige nicht van de familie, Yvonne
Hutsebaut.
Informatie gezocht
Tot zover is - grofweg - de overleve-
ring bekend over de voorgeschiedenis
van wat later het familiebedrijf zou
worden. Door het vertrek uit Gent en
het bombardement op Rotterdam is
alles uit die periodes verloren gegaan.
Auteur Euser zoekt advertenties,
foto’s, namen van medewerkers, spul-
len en informatie uit de vooroorlogse
periode. Men kan deze slijten via
Anco Euser
, 010-
8209550) of (
06-54932752).
Hulp gezocht voor boek ‘Widenhorn 100 jaar’
Volgend jaar september bestaat de technische groothandel Al-
bert Widenhorn honderd jaar. Dit Rotterdamse bedrijf in machi-
nes en gereedschappen is bij velen bekend. Bij het bereiken van
de feestelijke mijlpaal wordt een boek gepresenteerd over de be-
drijfsgeschiedenis. De schrijver en samensteller is de Albrands-
waardse geschiedschrijver Bert Euser. Van de eerste twintig jaar
is hem slechts een brokje overlevering bekend. Daarom zoekt hij
hulp van lezers van De Oud-Rotterdammer.
De Oud-Rotterdammer - De krant voor de 50-plusser
Dinsdag 20 februari 2018
pagina 15
Personeel van Widenhorn net na de Tweede Wereldoorlog.Foto’s Bert Euser
Bronzen beeld van oprichter Albert Widen-
horn
Een schilderij van de verwoeste Widenhorn-panden aan de Leuvehaven.
Een bewaard gebleven glas-in-loodraam van
Widenhorn
1...,5,6,7,8,9,10,11,12,13,14 16,17,18,19,20,21,22,23,24
Powered by FlippingBook