De Utrechter Week 4 - page 11

Utrechts archief aan de Alexander
Numankade leverde allereerst erg veel
op over de Tuin van Kol. Het ontstaan
en gebruik ervan en zeker de ‘ups en
downs’ in de lange periode 1920 tot
heden (Toegang 1007-3 Inventaris-
nr.21063). Opvallend is dat ik eigen-
lijk niets terug vond over de fotograaf.
Ik moest andere bronnen aanboren.
Stapje voor stapje lukte mij dat; bij-
voorbeeld in de serie Utrechtse Wijken
deel Noordwest, onder redactie van
Fred Vogelzang (zie blz. 107), die ver-
meldt onder ‘Parken, de geschiedenis
en... ‘ Vlak na de Tweede Wereldoor-
log hadden weinig mensen een eigen
fototoestel. Regelmatig kwamen er
dan ook fotografen door de buurten.
Zo stond er ook jarenlang elke woens-
dag en zondag een fotograaf in het Ju-
lianapark. Ook de website van de heer
Willem Scharenburg Zuilen te paard
in Julianapark heeft mij beslist goed
verder geholpen. Maar ik wilde toch
graag meer weten over die onbekende
fotograaf die, zo herinner ik mij van
jongs af aan, meestal onder een zwarte
doek binnenin zijn foto-toestel rom-
melde om een foto te maken. O, wat
had ik dit ook graag een keer gedaan!
Pas heel veel later dacht ik eraan dat
deze fotograaf een mens van vlees en
bloed was en stelde mij de vraag “wie
was hij?” U misschien ook wel?
Plantage-meester
In 1930 werd de Stichting Juliana-
park opgericht, al bestond het park al
sinds 1903. Het park was eigendom
van de heer Kol en rond 1935 werd
onder leiding van de plantagemees-
ter het noordelijke deel van het park
aangelegd, een theehuis gebouwd en
er werd zelfs een gidsje uitgegeven. In
dat jaar werd waarschijnlijk ook een
parkfotograaf aangetrokken? Of was
die er al? Ik heb daarover helaas niets
duidelijk gelezen. Maar het zou best
kunnen. Opvallend is dat de toenma-
lige parkfotograaf Evert Bernardus
Mur, mogelijk eerder als parkfotograaf
was aangesteld? Zeker zou een foto
uit 1927 van J.Roos dat nog eens extra
kunnen bevestigen, dacht de heer Wim
Scharenburg. Hij vermoedt namelijk
dat Evert Mur deze Roos uit de Van
der Pekstraat vereeuwigt in het jaar
1927!
Vragen
Evert Bernardus Mur werd geboren 19
september 1892 te Utrecht en overleed
op 16 september 1971 te Zeist. Toen
hij in 1935 solliciteerde had hij toch
al de leeftijd van 38 jaar bereikt. Wat
zou hij daarvoor gedaan hebben?
Eerder woonde hij in Zuilen op het
adres C.Mertensstraat 33bis, ook al
heel dicht bij het park (2e uitgang).
Daar woonde hij slechts één jaar.
Vervolgens verhuisde hij naar de Mar-
nixlaan 2 om daar tot 1968 te blijven
wonen. Door annexatie werd het adres
Marnixlaan 6. Het is wel duidelijk dat
Evert Mur honderden en misschien
wel duizenden foto’s heeft gemaakt
en niet alleen in het park, maar ook
elders. Ik kan mij voorstellen dat je als
fotograaf weleens meer wil dan alleen
maar ouders met hun kinderen fotogra-
feren. Wat is daarover bekend? Vragen
blijven er natuurlijk ook, zoals; waar
kreeg hij zijn opleiding? Wanneer be-
gon hij te fotograferen? Hoe kwam hij
terecht als parkfotograaf? En hoe ging
het in de Tweede Wereldoorlog? Wat
deed hij nog meer? Hij is er helaas niet
meer. Maar gelukkig hebben wij de
foto’s nog!
Frans Landzaat
030-6011207
Fotograaf van de Tuin van Kol
Naar aanleiding van mijn
publicatie inzake de fotograaf
Tuin van Kol in De Oud-
Utrechter van 17 april 2012
kreeg ik zoveel reacties van
lezers, dat ik door “de bomen
het bos niet meer zag”. Was
de fotograaf voor mij in 2012
(evenals voor vele anderen)
nog anoniem, zo’n vier jaar
later staan we er beter voor.
Gestimuleerd door het ‘op-
roepje’ van Bob Smits hierbij
meer over de fotograaf.
Een stevig archiefonderzoek in het
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 24 januari 2017
pagina 11
De Tuin van Kol
“Mama wil je wat brood bewa-
ren voor zondag. Papa gaat
zondag met ons wandelen
naar de Tuin van Kol.” Dat was
altijd een feest. Je maakte een
boodschappentas klaar met
oud brood, twee flessen water
en de voetbal mee. En de zon-
dagmiddag kon niet meer stuk.
Bij de ingang stond en groot houten
paard waar je als klein kind op mocht
zitten. Grote jongens mochten er naast
staan. Een echte fotograaf zette je op
de kiek. Een heel aardige man die er
wel verstand van had. Hij zette je op
de juiste plaats en dook dan achter een
groot zwart doek. Ik dacht eerst dat hij
verstoppertje wilde spelen, maar hij
riep “ kijk naar het vogeltje”. Ik keek
rond maar zag er geen. Je moet naar
die zwarte doek kijken, zei m’n vader
en toen hoorde ik een klik. Ik dacht ‘hij
zal het vogeltje toch niet dood hebben
gemaakt’, maar hij kwam lachend onder
z’n sprei vandaan en zei “het is gelukt”.
Straks bij het uitgaan kunnen jullie
de foto zien. Wij op pad, in dat grote
park van 9.5 hectare groot daar aan de
Amsterdamsestraatweg. Het spannend-
ste vond ik de wilde dieren. Er was een
echte vos. Mijn vader zei: “Dat is een
kippendief.” Dat vond ik heel erg en ik
zei bij mezelf ‘jij krijg geen brood van
mij’. We wandelden verder en zagen
herten, pauwen, ezels, flamingo’s en
klein vee, zoals konijnen en hamsters,
een vogelkooi met alle kleuren vogels.
Op een boomtak zat een echte papegaai
die kon praten. Hij kraste met een
schorre stem “Hé ben jij daar”. Ik keek
maar zag niets. “Dat doet dat beesie”,
zei mijn vader lachend op z’n Utrechts.
Het spannendste vond ik de vissen.
Je moest wel ver lopen naar de vijver.
Daar ging je tegen het houten hekwerk
staan. Dan haalde je zoveel mogelijk
brood uit de tas. En dan vissen voeren.
Hele scholen kwamen aanzwemmen.
Grote goudvissen en karpers. Een feest
om dat mee te maken. Na onze eindelo-
ze wandeling liepen naar het grote gras-
veld. Daar kwam de tas tevoorschijn.
Flessen water werden gulzig leegge-
dronken. Moeder had voor iedereen een
stuk zelfgebakken cake er bij gedaan.
We maakten twee doelen van jasjes en
truien en gingen voetballen. Mijn vader
keek wie het meest talent had voor het
later.. Een broer heeft nog wel in de
4e klas KNVB gespeeld, de rest heeft
het niet gehaald. Bij het naar huis gaan
waren we benieuwd naar de foto. Ja
hoor, daar hing hij, met z’n allen er op.
Het was een onvergetelijke middag.
Enkele weken later hoorden wij dat een
ooievaar was ontsnapt uit de Tuin van
Kol. Laat die nu gespot worden op het
dak bij ons aan de overkant. Mijn vader
zei “alle ramen en deuren dicht, we heb-
ben al kinderen genoeg.” ik zei nog “hij
heeft hem al afgeleverd want hij heeft
niets in z’n bek”. Destijds geloofde ik
nog in de ooievaar! Nu niet meer...
Op het paard bij de ingang
Poseren voor de fotogrraaf
1...,2,3,4,5,6,7,8,9,10 12,13,14,15,16
Powered by FlippingBook