De Utrechter Week 6 - page 13

Bernard Bredero was regisseur en Bé
zorgde ervoor dat er een behoorlijk ge-
luid uit onze monden kwam. Ze vond
dat ik aardig kon zingen en ik werd
een van haar leerlingen. Het klikte
wel tussen de, in mijn ogen, deftige
mevrouw en mij. Als ze praatte moest
ik altijd aan Conny Stuart denken. Ze
leerde me de kneepjes en technieken
van het zingen. ‘Kijk in de spiegel,
hoofd omhoog, mond in de gaapstand,
plas ophouden, door de knieën zakken,
BLIJF NAAR JEZELF KIJKEN, zie
wat je doet!’
Engelengeduld
Bloed, zweet en tranen van mijn
kant en engelengeduld van haar
kant. Maar de lessen wierpen hun
vruchten af. Mede door haar kreeg ik
veel meer zelfvertrouwen en ik mag
gerust zeggen dat ik een bang musje
was en door haar lessen een aardige
zanglijster werd . Ik durfde het zelfs
aan om prachtige rollen bij operette-
gezelschap Grinzing te zingen. ‘Mijn
juf’ stond me bij met raad en daad.
Haar wereld was muziek. Ze coachte
vele zangers en zangeressen. Zong in
haar jonge jaren ook zelf. Ze nam me
mee naar opera’s en recitals en genoot
als ik ademloos naar de solisten
luisterde. Daar kon ik ook nog iets van
leren!
Lijfspreuk
Helaas werden haar oren steeds slech-
ter en moest ze, ze was toen al dik in
de tachtig, haar lesgeven beëindigen.
‘MOET JE MAAR NIET ZO OUD
WORDEN’ werd haar lijfspreuk en
was haar nuchtere reactie. Maar de
tranen in haar ogen terwijl ze dat zei
spraken boekdelen.
Bé woont met haar man Fokke op de
17e verdieping boven Hoog Catha-
rijne, in een appartement waar je zelfs
bij helder weer de Arena kan zien.
Mobieler
Een paar jaar geleden liep ze nog
zonder moeite de trap af die van haar
appartement naar de lift gaat. Maar
helaas, Bé kwam een paar keer ten
val en haar rug begon te protesteren.
Ze deed haar best om met oefeningen
weer wat mobieler te worden. De trap
af is nu een hele opgaaf.
Geluksmomentjes
Gewoonlijk ging ze iedere zaterdag
naar de markt. Kocht bij Jan de si-
naasappels, bij Tina de bloemen en gaf
altijd geld aan Bert de daklozenkrant
verkoper. Dat ritueel moest ze lang-
zaam loslaten. Maar er is een ‘klein
dorpje’ binnen Hoog Catharijne waar
ze nu met man en rolstoel nog kan
komen. En dáár in het GODEBALT-
KWARTIER beleeft Bé haar kleine
geluksmomentjes.
Vertrouwde wereldje
Het is een ‘sociaal hoekje’ waar de
winkeliers hun klanten kennen, een
praatje maken en hen missen als ze
even niet geweest zijn. De dames van
de banketbakker weten precies welk
gebakje mevrouw lust. Zoon Hotze
haalt, als Bé zelf niet kan, het iedere
zaterdag trouw voor zijn moeder en
de verkoopsters geven de hartelijke
groeten mee. Bij de slijter werkt Jop,
ook al zo’n aardige man. Bij de re-
formzaken en de vishandel wordt ook
vaak een praatje gemaakt. Het kleine,
maar o zo vertrouwde wereldje doet
haar goed. Op zaterdag is er een vast
uitje en wordt er gegeten bij Georgina
en Jan van restaurant Hagenouw.
Gezelschap
Er is in de flat ook mevrouw Ineke
die voor flatgenoten kookt. Een mooi
initiatief. De bloemenverkoopster Tina
komt nog regelmatig op bezoek en
houdt Bé een paar uurtjes gezelschap.
Er is thuiszorg, liefdevolle aandacht
en een berustende glimlach op het
gezicht van ‘mijn juffie’. TJA, DAN
MOEST IK MAAR NIET ZO OUD
WORDEN.
In dat grote grijze Hoog Catharijne,
waar zoveel om te doen is geweest en
waar heel veel mensen langs elkaar
heen lopen en elkaar NIET zien, ge-
beuren ook héle mooie dingen. Ik zag
het en het ontroerde me.
Irene Kraaij-
enhagen
Moet je maar niet zo oud worden!
Vandaag vertel ik u een verhaal over mijn zangpedagoog Bé
Mulder. Over hoe haar leven was en nu is. Ik ken haar ruim dertig
jaar. De eerste kennismaking was tijdens een repetitie van de
operaklas van de muziekschool.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 7 februari 2017
pagina 13
De makers van dit prachtwerk zijn Jos
Zijlstra, conservator in het Spoorweg-
museum, en Victor Lansink, die bij het
Utrechts Archief de spoorhistorische
fotocollectie beheert. Samen maakten
zij een levendige beeldkroniek van een
station dat niet meer weg te denken is.
Een geschiedenis van het allervroegste
begin tot aan de moderne tijd.
Voorwoord
De Utrechtse historicus Maarten van
Rossem schreef het voorwoord en laat
daarin nog maar eens zijn afgrijzen
blijken van de sloopzucht van de
jaren zeventig, toen, in 1975, het oude
stationsgebouw dat was ontworpen
door architect Sybold van Raveste-
ijn het veld moest ruimen. Over dat
stationsgebouw zegt hij: “Dat was een
aantrekkelijk, luchtig ogend gebouw
met een golvende gevel. Ik heb niets
dan goede herinneringen aan dat
gebouw en aan de aantrekkelijke res-
tauratie, waar je voor een habbekrats
kon eten en waar obers ouderwets
vriendelijk waren. Dat gebouw is
in 1975 gewetenloos gesloopt en
vervangen door een traverse met een
hal, een nepstation. Het stationsplein
verdween en werd vervangen door de
nieuwbouw van Hoog Catharijne, die
nu zo’n armetierige, doodse indruk
maakt.”
Brand
Na deze tirade als opening van de man
die van z’n hart nooit een moordkuil
maakt, en een gedegen inleiding is het
een aaneenschakeling van nostalgische
foto’s met informatieve beschrijvin-
gen erbij. Met bijzondere aandacht
voor een grote brand die het station
van Utrecht trof in 1938. Een oog-
getuigeverslag van Evert van Ginkel,
toenmalig commies bij het inspectie-
bureau annex huismeester die in de
dienstwoning bij het station woonde,
roept de gebeurtenis helemaal tot le-
ven en de bijbehorende foto’s doen de
rest. De man sloeg alarm, maar voor
de brandweer was er weinig redden
meer aan. Opmerkelijk trouwens: het
treinverkeer ging gewoon door…Al-
leen het eerste perron werd afgesloten,
maar zelfs de kaartverkoop werd aan-
vankelijk voortgezet. Totdat er zoveel
bluswater naar beneden kwam dat de
plaatskaartjesmachines in veiligheid
moesten worden gebracht…
Restanten
De afbraak van het station van Van
Ravesteyn is vaak betreurd. Met enige
moeite is toch nog wel iets terug te
vinden van het station van voor 1970,
dus voor de Hoog Catharijne-tijd.
Zijlstra en Lansink geven in hun boek
mooie voorbeelden. Naast enkele tun-
nels zijn dat vooral beeldhouwwerken
van Mari Andriessen, een jubileum-
monument en een stuk perronoverkap-
ping die in 2014 is geplaatst op het
Berlijnplein en dateert uit 1894.
Tot in detail beschrijven de samenstel-
lers allerlei ontwikkelingen op, in en
rond het station. Het moet voor velen
ongetwijfeld een feest der herkenning
zijn!
‘Utrecht Centraal’ is uitgegeven door
WBooks. ISBN: 9789462581593.
Prijs: 24,95 euro.
Uniek boek over historie Utrecht Centraal
Het Centraal Station in Utrecht is het spoorweghart van Nederland. Duizenden reizigers stappen er
dagelijks in of uit de trein. Zo gaat het al bijna 175 jaar. Vanaf de opening in 1843 heeft het station
allerlei gedaanteverwisselingen ondergaan, waarvan de laatste in december 2016 officieel werd
voltooid. Over die geschiedenis verscheen een prachtig boek, ‘Utrecht Centraal’ getiteld.
Brand in Utrecht Centraal in 1938
JA, ik bestel het boek UTRECHT CENTRAAL
(24,95 euro, excl. 3,75 euro verzendkosten)
Naam:
Adres:
Postcode/woonplaats:
Telefoonnummer:
Emailadres;
Stuur deze bon naar De Oud-Utrrechter, Postbus 615, 3500 AP Utrecht.
1...,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12 14,15,16
Powered by FlippingBook