De Utrechter Week 6 - page 9

Op ons rijtje woonden als eersten op
64 Fam. van de Plas ( later de fam.
van Os). Op 66 wij dus. Op 68 de fam.
Borgers( later naar de van de Pekstraat
gegaan en kwam Rietveld er in). Op
70 de fam. van Ewijk ( later geruild
met de Fam. van Dijk uit de van de
Pekstraat) en op 72 de fam. Stek.
Hutten bouwen
Als kind trok ik het meest met Joop
Stek op en met Adrie Brands en Jan de
Jongh, die net op de hoek Bazelstraat/
van de Pekstraat woonden. Speelruim-
te was er in overvloed want achter
de Bazelstraat lag een braak stuk
liggend land waar we naar hartelust
konden spelen. Zoals hutten bouwen
van achter gebleven oorlogsmateriaal.
Ook wel eens 2 hutten gebouwd die
met onderaardse gang met elkaar in
verbinding stonden. Nooit ingestort
en als dat wel zo had geweest dan was
er zeker een groot probleem geweest.
Mijn vader had een tent van zeildoek
gefabriseerd waar eerst mijn broer
Piet plezier aan beleefde en later mijn
generatie. Gingen dan zogenaamd in
de vakantie daarin kamperen. Sliepen
er dan in en gingen op een vuurtje
aardappels poffen en waren dan zwart
en niet te eten maar gingen toch naar
binnen want je was toch aan het kam-
peren. Mijn moeder kwam s’avonds
laat wel even controleren of alles wel
goed met ons ging.
Filmpjes
Adrie Brands vertoond soms in hun
schuurtje korte filmpjes voor een paar
centen. Je zat dan op 2 houten banken
naar een schokkerig beeld te kijken
van de avonturen van “Frits en Frats”
Vaak gezien natuurlijk want andere
waren er niet. Hij had ook een trapauto
waar ik nog een foto van heb met mij
als chauffeur. Wim Scharrenberg zag
deze foto en wist te vertellen dat die
op werkspoor gemaakt was. Ik zelf
had een “vliegende Holander” die je
met de handen moest voort bewegen
en met de voeten moest sturen. Als je
zo iets had dan had je echt iets meer
dan de rest van je vrienden. Achteruit
keken we op de brandweergarage, po-
litiebureau en het gemeentehuis (wat
er nog staat). De meeste brandweer-
lieden woonde toen op het Zand en
omdat wij net op het laatste deel zaten
kwamen, bij brand, de brandweerman-
nen op de fiets langs spurten. Er was
een premie aan verbonden aan die,
welke als eerste bij de kazerne was en
het ruitje verbrak waar de sleutel in
hing. Er was vrijwel niemand sneller
dan Kramer uit de Bazelstraat. Kwam
dan, met nog open jas en helm aan het
stuur, langs racen en de rest daar niet
ver achter.
In de fik
Bij de Lelimanstraat stond een houten
gebouwtje dat het honk van de A.J.C.
jeugd was. Een vriendje van mij
woonde daar en daar trok ik ook veel
mee op om kattenkwaad uit te halen.
Die opperde het idee om dat honk
in de fik te steken. Dat ging me toen
wat te ver en ging daar dan ook niet
in mee. Op een avond kwam hij ach-
terom bij ons binnen en buiten adem
zij hij tegen mij: “Ik heb het gedaan”
Toen wist ik al hoe laat het was.
Enkele minuten later ging de sirene
en kwam Kramer al langs. Helemaal
afgebrand dat ding. Tot aan de dag van
vandaag heeft niemand geweten wie
dat gedaan had. Hij nog wel denk ik.
Olienoot
Op Nr. 60 woonde Odinot en deed in
petroleum en aanverwante artikelen en
werd dan door ons natuurlijk Olienoot
genoemd. Was een mannetje dat nogal
gepest werd door de jeugd. Daar was
jij erg allert op. Dat ondervond, op
een dag, Kruimeltje van Eden uit de
van de Pekstraat. We hadden hem
opgestookt om daar belletje te gaan
trekken, Maar hadden vooraf al de
aandacht van Odinot getrokken en
wist dus dat er wat te wachten stond.
Kruimel er op af en trok aan de bel en
kreeg gelijk vanuit het naast gelegen
W.C. raampje een volle po over zich
heen. Lachen geblazen dus.
Het laatste huis was nr. 72 met aan de
zijkant een blinde muur. Dat was de
plek waar we knikkerden (kuiperen),
bokstavast en bokkiepiejee deden.
Ook op een doel schieten. Daarvoor
had Joop Stek met verf een doel
gemaakt en dat namen zijn ouders
hem niet in dank af. Er werd dan soms
hard op geschoten en dat gaf nogal
wat overlast en werden we vaak weg
gejaagd omdat dat gebonk hun te
veel werd. Het doel staat er trouwens
nog steeds op. Vliegeren was ook
een bezigheid, maar dan wel met zelf
gemaakte vliegers. Wedstrijden waren
er ook. De vlieger die het hoogste
stond en het stilste stond waren dan
de winnaar. Mies Stolker was vaak de
winnaar want zijn vlieger was goed in
balans. Een sport was ook om elkaars
touw door te schuren. Als dat lukte
dan moest je de vlieger op gaan halen,
daar waar hij neer kwam.
Kentukkies
Voetballen deden we op een zandveld-
je bij het politiebureau. Niets deed aan
afmetingen en lijnen waren er niet op
te bekennen Twee stokken als doel en
een oude leren knikker met een veter.
Daar kwam Andries van Dijk wel eens
aan, want die voetbalde in het eerste
van Elinkwijk en was onze leermees-
ter. We hadden ook nog een naam en
die was de Kentukkies. Speelden dan
ook tegen andere clubjes op het Zand.
Deuit de Van de Pekstraat o.a. Later
kwam iemand op het idee om ook
eens te gaan vollyballen. Ok dat ging
op z’n boerenfluitjes zoals we dat dan
noemde. Twee palen in de grond en
een zelf gevlochten net en met gewone
bal spelen. Leek natuurlijk nergens op.
We hadden wel toeschouwers en dat
waren de tuten van het politiebureau.
Op een dag kwam agent Reisemus, die
ook in de Bazelstraat woonde, met een
heuse vollybal en een net aanzetten
want die kon het getob niet langer aan-
zien vanuit het bureau. Dat resulteerde
tot de oprichting van de vollybalver-
eniging t”zand. ( lees hierover mijn
artikel wat aanwezig is in het museum
met de teamfoto’s van toen)
Kapper
Wat ik me kan herinneren zijn de
twee winkels in de straat. Dat was
de kruidenierswinkel van Verhoef
met hun zonen Kees en Hennie en de
kapperszaak van Van Baaren met hun
kinderen, waarvan ik me alleen Evert
kan herinneren die van mijn leeftijd
was. Met van Baaren, deed het verhaal
de ronde, dat je moest uitkijken want
die knipte nog wel eens in je oor.
Verders had je ook nog de groenteboer
welke op de Daalseweg woonde. Daar
stond een huis 2 onder één kap. Rechts
de hovenier en links de groeteboer.
Beide de broers Stolker. Dove Giel
was de Groenteboer en kwam met
paard en wagen langs de deuren. Paard
Jopie wist precies waar hij een korst
brood of ander lekkers kreeg. Ging de
stoep op en stond dan met die grote
kop in de gang om zijn versnapering
in ontvangst te nemen.
Toen de oorlog afgelopen was heeft
mijn broer Piet op het platte dak van
Verhoef het Wilhelmus staan spelen.
Hij was lid van het Zuilens fanfare-
korps en speelde de Tuba. Was knap
om dat hoorbaar op dat ding te spelen.
Kreeg daarvoor een pakje sigaretten
van het merk” chief wipes,’ wat voor
die tijd een flinke beloning was.
In de schoolvakantie waren alle jon-
gens en meisjes zich aan het uitleven
achter op het Zand. We hadden ook
een tent staan die onderdak bood bij
slecht weer. Meestal werd er gekaart.
Zwikken was favoriet. Gedobbeld
werd er ook. Kassie 6 heette dat. Ook
Andries van Dijk was daar bij, want
hij was aan zijn knie geopereerd. Toen
we daar met een clubje bij elkaar
zaten kwam ook Kuur ( Albert ) Pijl
er bij en die had zijn vinger dik in het
verband zitten. Daar hij postbezorger
was, werd hem al direkt gevraagd of
hij met zijn vinger tussen de klepper
had gezeten. Ook een vaste klant was
Wallenburg uit de van de Pekstraat.
Die kon zonder bobbelstenen het
geluid nadoen van de stenen. Deed net
of hij de stenen in zijn hand had en
rammelde dan met zijn gebit. Prachtig
was dat. Vaste klanten waren Roel
Benschop, Jan de jongh, Joop Stek,
Hennie Wallenburg en mijn persoon-
tje. Bewoners van toen waren, zo
ver ik nog kan nagaan Verhaaf, Smit,
Lambrechts. Van Tamelen, Broks,
Roffel, Westerhout, van Bremen, nog
een Stek en Rietveld, de Jongh, Stun-
kel, van de Haar, Schuddebeurs, de
Ruiter, Veldman, Huisman, Witkamp,
Heins, van Tellingen, Kramer, Pijl,
Matense, Versluis, Van Tellingen had
een schildersbedrijf, Dat runde hij met
zijn zonen Bram en Hennie. Bram is,
in het harnas, gestorven, Was tijdens
het schilderen van de ladder af geval-
len en zo ongelukkig terecht gekomen,
dat het hem het leven heeft gekost.
Zo dus het een en ander wat de Bazel-
straat aangaat in de jaren dat Zuilen
nog Zuilen was.
Leen van den Heuvel
De belhamels van de Bazelstraat
Ik ben geboren in de Bazelstraat nr. 66 en wel op 29 februari
1936. Daar ik een schrikkelkind ben dus nog redelijk jong. Mijn
vader en moeder kwamen uit Leiden en doordat de Zachte Zeep-
fabriek van start ging in Maarssen zijn ze toen naar Zuilen ve-
huisd. Mijn wortels liggen dus op Het Zand waar de Bazelstraat
een van de straten was en nog is. Woningbouwvereniging Eigen
Haard had als eerste daar woningen gebouwd en rond 1935 zijn
op de kopse kanten woningen geplaatst door de woningbouwver-
eniging Zuilen en daar woonde wij in.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 7 februari 2017
pagina 9
De paardenwagen is van de melk/kruidenierswinkel de hr.H.Verhoef ( nog net te zien met hoed).De zoontjes Hennie en Kees op het paard,dan
mevr.Roos en Jantje Baart
Voor de foto van de tent van links naar rechts Kees Veldman,Piet van den Heuvel,Joop Veldman
en de Leentje van den Heuvel
De trapauto waar Leen van den Heuvel zelf
in zit
1,2,3,4,5,6,7,8 10,11,12,13,14,15,16
Powered by FlippingBook