De Utrechter Week 8 - page 7

MUSEUM
VAN ZUILEN
MUSEUM
WIJK C
De aanleg van de St Jacobsstraat maakte deel uit van een groter
stedenbouwkundig plan, het plan voor de uitbreiding van Pijls-
weerd. Bakker Keers verzette zich fel tegen het plan, omdat het
sloop van zijn winkel betekende. Maar Keers was een van de
weinige. De meeste Wijk C’ers ondergingen de kaalslag van hun
volkswijk aanvankelijk vrij lijdzaam.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 21 februari 2017
pagina 7
Al voor de oorlog waren er vergaande plannen voor de sanering van Wijk C. Het begon met
de aanleg van de St. Jacobsstraat in 1931, dwars door de wijk. De weg spleet het oorspron-
kelijke Wijk C in tweeën. Het eerste echte Utrechtse volkspark, het Oranjepark, met zoveel
liefde tot stand gebracht, moest ervoor wijken.
Zicht op hoek Oranjestraat/Koningstraat.Huizen zijn klaar voor afbraak.Rechts de waterstokerij van Jacobs met watertonnetjes voor de deur.Jaren 60
Hoe Wijk C (bijna)
ten onder ging
Gezicht op de Jan Meijenstraat met grotendeels dichtgemetselde huizen.Op de achtergrond een deel van de
Jacobikerk met toren.Jaren 80.
Aansluitend op het plan-Pijlsweerd
ontwikkelde de gemeente het Sane-
ringsplan Wijk C. Daarin werd onder
meer gesteld dat het verdwijnen van
het Oranjepark geen groot verlies
hoefde te zijn, want er zou toch
ontvolking plaats vinden in de wijk. Er
werden 241 woningen gesloopt.
Die ontvolking was inderdaad al in
volle gang. Rond 1900 woonden er in
Wijk C 5783 mensen. Vanaf 1934 nam
het aantal woningen in Wijk C gestaag
af. In 1947 waren er 471 woningen.
In 1968 was dit aantal afgenomen
tot 361. De wijk had ook te kampen
met vergrijzing. In 1964 moest de
protestantse diaconieschool in de
Waterstraat, waar nu het Nederlands
Volksbuurtmuseum gevestigd is, slui-
ten vanwege een tekort aan leerlingen.
In 1978 waren er nog maar 214 huizen
over.
De afname van het aantal woningen
paste in de visie van de gemeente. Die
wilde niet alleen van de slechte wonin-
gen af, maar ook de bestemming van
Wijk C veranderen. In de naoorlogse
jaren moest het gebied nog ingrij-
pender ‘cityvorming’ ondergaan, als
overloopgebied van het centrum met
veel winkels en kantoren. Het Wijk C
zoals we dat nu kennen is grotendeels
het gevolg van deze plannen. Dit ging
ten koste van de woonfunctie.
Permanente ruïnes
De sanering verliep onregelmatig en
zonder plan. Men sprak van ‘kiezen-
trekken’: slechte woningen werden
onbewoonbaar verklaard en (niet altijd
meteen) gesloopt, maar de woningen
ernaast bleven meestal onaangeroerd
staan. Dit leidde tot gebroken huizen-
blokken, als kaken waaruit een aantal
kiezen is getrokken. Dit werkte de
verloedering van de buurt natuurlijk
alleen maar in de hand. In het hart van
de wijk waren veel braakliggende ter-
reinen, die alleen nog als parkeerter-
rein werden gebruikt. Tussen het puin
en in de leegstaande woningen speelde
zich, tot ongenoegen van buurtbewo-
ners, van alles af dat het daglicht niet
kon verdragen. Wijk C had al geen
goede naam, maar de wijk, die ‘op
sterven na dood’ was, ontwikkelde
zich in deze periode nog erger tot ‘de
steen des aanstoots’ van de stad.
De rode draad door dit proces is dat
de gemeentelijke plannen nergens
spraken over herstel en onderhoud
van woningen of nieuwbouw. De
stedenbouwkundige Ronald Blijstra
schreef in 1969: “Het is in dit verband
niet overdreven dat in Utrecht al
gesproken kan worden van vrijwel
permanente ruïnes. En in Utrecht is
Wijk C een sprekend voorbeeld van de
traagheid waarmee de overheid de stad
vernieuwt. Een traagheid, die […] in
tegenstelling staat met de bouwwoede
welke ten aanzien van nieuwe wijken
heerst.”
Verzet
Pas in 1982 ging de gemeente over tot
het onderhoud van de overgebleven
woonpanden. De belangrijkste reden
hiervoor was mogelijke juridische
actie van de wijkbewoners te voor-
komen. In de jaren daarvoor was het
verzet inderdaad toegenomen. Waar de
Wijk C’ers aanvankelijk de teloorgang
van hun wijk redelijk gelaten over zich
heen lieten komen, begonnen zij zich
in de jaren ‘70 te organiseren tegen het
uitblijven van langetermijnplannen.
In 1974 stuurde een buurtbewoner de
eerste boze brief naar de gemeente.
Voor die tijd hadden kranten al
geklaagd dat de burgers geen inspraak
hadden in de plannen voor hun wijk.
De brief leidde tot een uitnodiging
voor buurtbewoners een keer te komen
praten met burgemeester en wethou-
ders. Het Wijk C-comité was geboren
en trad 23 januari 1975 voor het
eerst op. In de jaren 80 schreven
zij een serie publicaties met de
veelzeggende titel ‘Wijk C, het hart
klopt door’. Uiteindelijk is vanaf
1982 een deel van de woonfunctie van
Wijk C behouden en ook als zodanig
aangemerkt.
De Utrechtse Droom
Het Nederlands Volksbuurtmuseum
is ontstaan uit deze ontwikkelingen
en wil met de tentoonstelling De
Utrechtse Droom - of hoe Wijk C
bijna ten onder ging, opnieuw de aan-
dacht vestigen op dit verhaal. Hiermee
sluit het museum aan op het thema van
de Culturele Zondag ‘Utrecht 50-75’
over de ingrijpende veranderingen
die de stad in deze periode onderging.
Op zondag 23 april zijn er in het
museum diverse activiteiten rond dit
thema. De tentoonstelling is van april
tot september te zien in Nederlands
Volksbuurtmuseum, Waterstraat 27-
29. Precieze data worden binnenkort
bekend gemaakt.
Vorige zomer berichtte het Neder-
lands Volksbuurtmuseum dat het
met sluiting werd bedreigd. Naar
aanleiding van dat bericht zijn diverse
oproepen gedaan het museum te
steunen. Daaraan is massaal gehoor
gegeven. Zo zijn er meer dan 3.600
handtekeningen opgehaald tegen de
sluiting. Inmiddels hebben wij te ho-
ren gekregen dat het museum in ieder
geval tot 2018 open kan blijven. Wij
danken daarom iedereen die gehoor
heeft gegeven aan onze oproepen en
zijn steun heeft betuigd met het zetten
van zijn handtekening of op een an-
dere manier. Het is hartverwarmend.
Jaap Hoeve;
Foto’s: collectie NVBM
Bronnen:
H. van der Wal en J. van der Werf
- Wijk C onbewoonbaar verklaard.
Afstudeerscriptie aan de Universiteit
Utrecht (1982),
R. Blijstra - 2000 jaar Utrecht. Stede-
bouwkundige ontwikkeling (1969),
‘Slopen nee, behoudt Wijk C!’, Wijk
C komité (1982),
Krantenberichten 1950-1970, archief
NVBM.
1,2,3,4,5,6 8,9,10,11,12,13,14,15,16
Powered by FlippingBook