De Utrechter Week 12 - page 13

Toen ik dat hoorde moest ik onmid-
dellijk denken aan een soortgelijke
situatie van bijna 50 jaar geleden. We
woonden toen in Oudwijk aan de rand
van het Wilhelminapark. Mijn jongste
zusje (12 jaar) kreeg op enig moment
een klein puistje aan haar enkel (het
leek op een steenpuist). Omdat dit
nogal pijnlijk was, ging mijn moeder
met haar naar de dokter die het zoge-
noemde Burow-water voorschreef;
daarmee moest het binnen een paar
dagen over zijn. Toen het echter niet
wegging, is mijn moeder met mijn
zusje opnieuw naar de dokter gegaan,
die ze naar het Diaconessenziekenhuis
verwees om daar röntgenfoto’s te laten
maken, niet alleen van het been, maar
ook van de borst. Toen ik een paar
dagen daarna thuis kwam (ik woonde
inmiddels op kamers), trof ik mijn
moeder helemaal overstuur aan. Om-
dat ik er niet echt wijzer van werd, ben
ik naar de huisdokter gegaan en heb
gevraagd wat de röntgenfoto’s hadden
opgeleverd.
Paragnost
De dokter zei dat de situatie niet best
was. Het bleek kanker te zijn die in-
middels ook was uitgezaaid naar lever
en longen. Omdat in de laan waar
de huisarts woonde ook paragnost
Gerard Croiset woonde, ben ik met
een foto van mijn zusje deze man gaan
raadplegen. Nadat hij enkele minuten
naar de foto had gestaard, schudde
hij zijn hoofd en zei dat de persoon
op de foto in een heel nare situatie
verkeerde. Ook hij ‘zag’ dat lever en
longen waren aangetast, zonder dat ik
hem iets verteld had.
Verhaaltjes
Vanaf dit moment werd de situatie
voor mijn zusje steeds slechter, haar
bed werd naar beneden gehaald en in
de kamer gezet waar ze in ieder geval
de dagelijkse gang van zaken kon
volgen. Ik had inmiddels voor halve
dagen vrij genomen van mijn werk,
zodat ik elke dag bij haar aanwezig
kon zijn. Ik las haar voor en vertelde
verhaaltjes. Op enig moment kwam
er elke dag een wijkverpleegster die
haar voor de pijn een morfine-injectie
kwam geven. Dat hielp tijdelijk, maar
niet lang. Ze moest dus op enig mo-
ment naar het Diaconessenziekenhuis.
Verbazing
Toen de ziekenauto kwam ben ik
meegegaan in de auto om haar te be-
geleiden. Ik vertelde de chauffeur wat
er aan de hand was en tot mijn verba-
zing ging hij met de ziekenauto door
het Wilhelminapark rijden. Normaal
mogen daar alleen fietsers komen en
natuurlijk de wandelaars maar zeker
geen auto’s. Bij de vijver van het park
bleef hij een tijdje staan om mijn zusje
daarnaar te laten kijken.
Het was werkelijk ontroerend, want je
wist dat ze dit daarna nooit meer zou
zien. Ik wil met dit verhaal aangeven
dat er 50 jaar geleden al broeders wa-
ren, die zonder het te vragen al wensen
van terminale patiënten vervulden.
Een dag voor haar dertiende verjaar-
dag overleed ze. Gelukkig hadden we
op die dag daarvoor haar verjaardag
nog gevierd en kon ze haar cadeautjes
zelf nog bekijken.
Theo de Ruiter
Ambulance dwars door Wilhelminapark
In het TV-programma Tijd voor Max van vrijdag 10 februari 2017
waren mensen aanwezig die vertelden dat zaterdag 11 februari
2017 in Amsterdam het tienjarig bestaan gevierd zou worden
van Ambulance Wens Nederland, waarbij diverse bekende arties-
ten zouden optreden. De stichting Ambulance Wens Nederland is
een groep van 200 medisch geschoolde vrijwilligers die dage-
lijks gratis laatste wensen vervullen van niet-mobiele terminale
patiënten met behulp van speciaal daarvoor ontwikkelde ambu-
lances.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 21 maart 2017
pagina 13
Ambulance in het park
Tijdens het logeerpartijtje van mijn
vijfjarige kleinzoon Kasper gaf het
KNMI, midden in een voorjaars-
achtig wintertje, een weeralarm af,
waarin werd geadviseerd vanwege te
verwachten hevige sneeuwval binnen
te blijven. Een bericht dat aan opa en
kleinzoon niet besteed was.
Sneeuwpop
Uitgerust met dikke dassen en
handschoenen begonnen ze in de
sprookjesachtige witte tuin aan het
vervaardigen van een sneeuwpop.
Oma leverde de hoed, wortel en drie
knopen en werd als dank door twee
grijnzende jongetjes, die slinks achter
een boom stonden opgesteld, bekogeld
met een lading sneeuwballen om
vervolgens met een gepaste gil naar
binnen te vluchten. Vanachter het raam
keek ik rillend toe hoe ze onvermoei-
baar doorwerkten. Niet alleen aan
de sneeuwman, maar ook aan het
vervaardigen van een enorme stapel
sneeuwballen waarmee ze onder het
slaken van opgewonden kreten, elkaar,
schuttingen en ramen onafgebroken
bekogelden.
Bewaren
De sneeuwpret duurde tot bedtijd.
Kasper, die zijn steeds maar weer
nieuw aangemaakte lading sneeuw-
ballen maar niet op kreeg, besloot na
opa’s uitleg dat nachtvorst water in
ijs deed veranderen, het overgebleven
voorraadje dat hij had opgestapeld
in een plastic kruiwagentje, tot de
volgende dag te bewaren om dat
interessante proces eens van dichtbij
te bekijken.
Rooie konen
“Morgen weer hè Oop”, zei hij toen
hij na de warme douche en dito choco-
lademelk met rooie konen gelukzalig
in slaap viel. Beneden, in de huis-
kamer hoorde ik opa via de televisie
naar het weerbericht luisteren dat snel
intredende dooi aankondigde.
Deceptie
De volgende ochtend werd ik gewekt
door een enthousiast jongetje die me,
met zijn jas verkeerd om aan over zijn
pyjama, meedeelde dat hij dringend
naar zijn ijsballen moest kijken. Groot
was de deceptie toen hij tijdens het
openen van de gordijnen, in plaats
van de witte wereld die hij de avond
ervoor nog achterliet behalve een
hoedje, wortel en drie knopen die
zinloos in een piepklein bergje sneeuw
lagen, slechts een kruiwagentje vol
water aantrof dat middenin een fris
groen grasveldje stond opgesteld.
Gek geworden
In zijn pyjamaatje zat hij aan de
ontbijttafel droevig boven zijn boter-
hammetje. Ook tijdens het inpakken
van zijn rugtasje was de razendsnelle
wisseling van de decors nog steeds
niet verwerkt.
Toen zijn tienjarige zus Ginette - die
in het gezelschap van haar moeder
per fiets arriveerde - vanwege haar
splinternieuwe roze suède laarsjes in
navolging van haar oma en moeder
opgelucht uiting gaf aan haar blijd-
schap over de snel verdwenen sneeuw:
“Bah, vieze troep”, keek Kasper haar
aan of ze gek geworden was.
Geheimzinnig
Opa, die het tafereeltje van een
afstandje had staan bekijken, zei
geheimzinnig: “Loop eens mee naar
de keuken Kas.”
Terwijl hij de deur van het vriesvak
van de ijskast opende alsof het een
kluisdeur was, zagen we Kaspers
ogen zo groot worden als schoteltjes
toen een enorme tot ijs verworden
sneeuwbal hem tussen de diepvries-
groente tegemoet schitterde. Toen opa
hem met een plechtig gezicht aan hem
overhandigde, keek Kasper alsof hij
een klompie goud kreeg.
“Je bent me allerbeste vriend Oop”,
riep hij gelukzalig toen hij achterop
zijn moeders fiets met de schat veilig
in een plastic koeltasje, nagezwaaid
door een samenzweerderig lachende
Opa, de straat uit fietste.
Achter hem haalde zijn wegfietsende
zus in een gebaar van onbegrip haar
schouders op. Jongetjes, zullen we ze
ooit begrijpen?
Lucy Huy-
bregts
Jongetjes
Toen de straten onlangs plotseling bedekt waren met een dik pak sneeuw die de volgende dag al
even plotseling was verdwenen, moest ik denken aan een voorval van een aantal jaren geleden.
1...,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12 14,15,16
Powered by FlippingBook