De Utrechter Week 12 - page 7

MUSEUM
VAN ZUILEN
MUSEUM
WIJK C
MUSEUM
VAN ZUILEN
Tijdens de tentoonstelling organiseren we (met steun van de
Van Baaren Stichting en het Elise Mathilde Fonds) een aantal
ClubReünies voor verenigingen die niet meer bestaan. Op 20
april 2017 houden we de (6de) ClubReünie, voor de oud-leden
van de Zuilense (er bestond vreemd genoeg ook een Utrechtse
vereniging met dezelfde naam) mondaccordeonvereniging ‘Ons
Genoegen’. Van 14 tot 17 uur bent u van harte welkom in het
Museum van Zuilen, Amsterdamsestraatweg 569 te Zuilen.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 21 maart 2017
pagina 7
In het Museum van Zuilen is sinds enkele maanden de tentoonstelling:‘Verenigingen uit
Zuilen’ van start.
Het bestuur van mondaccordeonvereniging ‘Ons Genoegen’ liet zich op de foto zetten,vermoedelijk bij het 5-jarige bestaan van de vereniging.
Staand v.l.n.r.: zien we de heren: W.C.Brouwer,Bosvelt sr.,Van de Wel en Van Lunteren jr.Zittend: Cator,mevrouw van Lunteren,Meulenbroek,Kool,
Van Luyn,van Lunteren sr.en Bosvelt jr.
Zuilense mondaccordeon-
vereniging Ons Genoegen
JanTuinstra speelt de bas
De heer H. Kool was voorzitter van
de Zuilense mondaccordeonvereni-
ging ‘Ons Genoegen’. Hij woonde in
de Jan van der Doesstraat 39 (Geluk-
kig voor ons nog net op Zuilens
grondgebied, de oneven nummers ho-
ger dan 51 zijn namelijk ‘Utrechts’.)
Enige jaren geleden ontvingen we
een prachtig verslag van een oud-lid
van de vereniging: Jan Tuinstra.
‘MIJN JEUGDJAREN BIJ ONS
GENOEGEN’
In 1946, het eerste jaar na de oorlog,
kwam het normale leven weer een
beetje op gang. Ook het verenigings-
leven liet weer van zich horen in de
vorm van mondaccordeon-vereniging
ONS GENOEGEN die druk zuigend
en blazend op hun instrumenten
in marstempo (met de mars: ‘oude
kameraden’) over de Van Hoornekade
marcheerden, waar ik woonde op
nummer 56 bis.
Ik was tien jaar en door de oorlog was
mijn enige tijdverdrijf de prik- en de
bromtol plus een zakje met zand aan
een touwtje dat je al slingerend zo
hoog mogelijk moest gooien en wie
het hoogste gooide had gewonnen.
Natuurlijk was dit niet te meten, dus
de sterkste had dan gewonnen.
Terug naar ONS GENOEGEN. Daar
wilde ik natuurlijk bij, want ik had
zelf al een mondorgel, die ik van een
nichtje van me gekregen die hem al
zo vol gespuugd had dat hij alleen
nog borrelde. Mijn vader heeft me
aangemeld bij ONS GENOEGEN
(voor 5 cent per week), zeer tot mijn
genoegen, want daar heb ik twee din-
gen geleerd; namelijk goed mondorgel
spelen en vloeken, want daar kon de
dirigent wat van als je vals speelde.
We hadden een paar maal per jaar een
concours, ergens in het land. Als we
daarheen gingen, stopten we onderweg
meestal bij een kersenboomgaard om
ons vol te proppen met de aanwezige
fruitvoorraad om de voedselach-
terstand van de Hongerwinter te
compenseren.
Onze wekelijkse oefenruimte was in
de Hubert Duyfhuysstraat in Openbare
Lagere School 3 op woensdagavond,
dus mijn ouders wisten altijd waar ik
uithing op deze avond. Niet dus, want
als er een leuke film in de Olympiabio-
scoop draaide, was ik daar aanwezig.
Maar weer naar ONS GENOEGEN.
Er was een groep A en een groep B,
een beginners- en een gevorderden-
groep, waarbij de gevorderden ook bij
de beginners mochten spelen om ze te
ondersteunen in hun zuigen en blazen
op hun mondschuiver. De mondorgels
zaten in een grote kist, in vakken waar
per vak twee mondorgels aan elkaar
verbonden waren op nummer. Iedere
speler had zijn eigen nummer, dus dat
kon nooit mis gaan. Maar wat wel mis
kon gaan was na afloop van het spelen
op een repetitie of concours, dat was
het opbergen van de mondharmoni-
ca’s. Ze werden dan “schoongemaakt”
om het speeksel te verwijderen, dat
de spelers tijdens het spelen in het
instrument hadden gedeponeerd. Dit
gebeurde voor alle instrumenten met
één doek. Dus op de eerstvolgende
speeldag zat Jantje het slijm van Pietje
naar binnen te werken (maar daar
dacht je toen niet aan).
Voor de jaarlijkse feestavond werden
artiesten ingehuurd, meestal afkomstig
uit Zuilen. Ik herinner me alleen nog
een zanger die Jansen heette en een
lied zong met een lallende vrouwen-
stem op de achtergrond (sjantan koor
dan la nuit, of zo iets; Chante encore
dans la nuit). Die vrouw heb ik nooit
gezien want die stond altijd uit het
zicht (ik vermoed omdat ze lelijk was).
Toen de kosten voor het inhuren van
artiesten te hoog werden, begon ONS
GENOEGEN met het vullen van de
avond met eigen leden. Dit resulteerde
in de volgende groepen buiten de twee
mondorgelgroepen die al bestonden:
Een Hawaiianband onder leiding van
Co Henneveld; een accordeonduo
met Laurens Minderhout en Gerard
Landzaat; een mondorgeltrio de
Chromonica’s; een cabaretgroep; een
huismannenorkest; een modeshow;
een zangkwartet en een marionetten-
theater van ondergetekende. In 1955
ging ik weg bij ONS GENOEGEN (na
veel genoegen). Zelf ben ik nog verder
gegaan met diverse zanggroepen.
Jan Tuinstra
Verzetsheld
De Tweede Wereldoorlog ging voor de Zuilense mondaccordeonvereniging
‘Ons Genoegen’ met een groot verlies gepaard. De tweede voorzitter van
deze vereniging, de heer W.C. Brouwer, staakte als een van de eersten bij zijn
werkgever, de Nederlandse Spoorwegen en moest dat uiteindelijk met de dood
bekopen. Op het Zuilense Verzetsmonument staat zijn naam vermeld. In het
boekje ‘Zuilen eert zijn Verzetshelden’, geschreven door A.H. Pasman bij de
onthulling van het Verzetsmonument, lezen we over de heer Brouwer: “W.C.
Brouwer was een grote zware man, met een kinderlijk en eenvoudig hart. Hij
voelde zich aangetrokken tot de jeugdbeweging en was dan ook de tweede
voorzitter van de bekende Zuilense Mondaccordeonvereniging Ons Genoegen.
Reeds vrij spoedig na de capitulatie in de Meidagen van 1940 kwam hij in
aanraking met de contactgroep van Vrij Nederland: hij bezorgde illegale lectuur.
Zijn woning was een contactadres voor de werkers van Vrij Nederland en in
zijn woning stond een zendapparaat opgesteld. (...) Tijdens de Februaristaking
in 1941 trachtte hij het Spoorwegpersoneel te bewegen, eveneens het bijltje
erbij neer te gooien. Wat jammer genoeg niet geschiedde. In januari 1942 was
voor Brouwer de maat vol. Hij kon eenvoudig geen werk voor de vijand meer
verrichten. Brouwer ging reeds staken in 1942, 2½ jaar voor het officiële bevel.
Hij simuleerde kleurenblindheid en werd afgekeurd. Zijn vrij gekomen tijd
besteedde hij geheel in dienst van de illegaliteit. Het kwam bij Brouwer niet
op, dat Nederlanders zo gemeen konden zijn, hun landgenoten te verraden. Zijn
argeloosheid en impulsiviteit werden hem noodlottig. (...) Hij werd gearresteerd
en ondanks zware verhoren en scherpe bewaking van zijn woning, had de ar-
restatie van Brouwer geen gevolgen voor zijn vrienden. Brouwer zweeg. Via de
lijdensweg Scheveningen, Vught, kwam hij in Neuengamme terecht. Op Oude-
jaarsdag 1944 was de strijd van Brouwer volstreden. Hij stierf in de leeftijd van
47 jaar, zijn vrouw en 4 kinderen achterlatend.’
1,2,3,4,5,6 8,9,10,11,12,13,14,15,16
Powered by FlippingBook