De Utrechter Week 12 - page 9

Opa Jan wordt in 1915 opgeroepen
voor de militaire dienstplicht en
geplaatst bij de Compagnie Inten-
dancetroepen. Daar werkt hij tot
eind –st1:metricconverter–1919 in–/
st1:metricconverter– de militaire
bakkerij. Vanuit de militaire bakkerij
begint Jan zijn loopbaan als bak-
ker bij Koetsier en Schmidt, in 1919
omgedoopt tot de Lubro. Hij is inmid-
dels getrouwd met een meisje uit de
Bollenstreek en het paar woont aan de
Gildstraat, waar drie kinderen worden
geboren, waaronder mijn moeder.
Maar Jan wil zelfstandig en neemt in
1922 de bakkerij, annex winkel aan
de Hoogelanden Oost Zijde (O.Z.) nr.
15 over en begint er zijn eigen brood-,
koek- en banketbakkerij. Het pand ligt
niet ver van zijn ouderlijk huis. In de
keuken komt het water vooralsnog uit
een pomp en de wc is een poepdoos,
naast de buitendeur aan de toenmalige
Hofsteeg.
Bakkersbestaan
De beginjaren zijn zwaar. Het bakkers-
bestaan is hard werken en weinig rust.
‘s Morgens vroeg worden de ovens
gestookt, terwijl graan/meel, water/
melk, gist en vleugjes zout worden
vermengd tot een klomp deeg. Met
een kwast met water erover kunnen de
broden met twee tegelijk op een lange
schieter de oven in, om er even later
bruin gebakken uit te komen.
Het brood wordt aan de deur bezorgd.
Met zijn opgewekte karakter bouwt
Jan een uitgebreide klantenkring op.
Hij is goed van de tongriem gesneden
en kan klanten aan zich binden. Er zijn
in de jaren dertig veel bakkers in de
stad (meer dan 200). Op bijna iedere
hoek van de straat is wel een bakkers-
winkel. De concurrentie is groot. Opa
Jan moet opboksen tegen broodfa-
brieken als de Korenschoof (gesloten
in 1938) en de (toenmalige) Lubro.
Kleine, zelfstandige bakkers als Jan
gaan, om te overleven, naast (krenten)
brood andere producten maken:
beschuit, koek en banket (marsepein,
suikergoed, speculaaspoppen).
In navolging van de grote coöpera-
ties voert Jan de (w)arme bakker een
dividendsysteem (met zegeltjes) in.
Om zijn klantenkring uit te breiden
bedenkt hij een slogan en laat deze
drukken op pamfletten en kalkt deze
op zijn fietsmand (zie foto). Ook
maakt hij reclame via een jaarkalender
met de kreet ‘Eet brood van Jan de
Groot en u is tevree’. Op het moment
dat de klanten de dividenden verzilve-
ren, ontstaat er soms een liquiditeits-
probleem met de nodige spanningen
in huize De Groot tot gevolg. Het
echtpaar werkt ieder ruim honderd
uur per week. Alles bij elkaar is het
geen vetpot. Het RK-gezin is rijk
gezegend met twaalf kinderen. Om de
vele monden in het gezin te kunnen
voeden, worden achter het huis kippen
gehouden en er is een moestuin. Per
week gaat er bij het gezin een mud
aardappelen doorheen.
Oorlogstijd
Aan het begin van de oorlog halen de
Duitsers de machines uit de bak-
kerij weg. Jan laat zich dit echter
niet welgevallen, het is immers zijn
broodwinning. Nadat hij het bij thuis-
komst ontdekt, haalt hij ze in op de
Lauwerecht. Hij weet het voor elkaar
te krijgen dat de machines terugko-
men. De Duitsers eisen dan wel dat
hij brood voor hen bakt. Maar als Jan
laat zien hoe het brood eruit ziet (meel
vermengd met zwart gruis) laten ze
hem verder met rust.
Begin 1940 krijgt de oudste zoon
buikvliesontsteking. Hoewel hij de
dienstplichtige leeftijd heeft, wordt
hij na lang ziekbed vrijgesteld van
militaire dienst. Jan weet de gezag-
voerders ervan te overtuigen dat hij
zijn zoon niet kan missen in de zaak,
waardoor deze niet wordt opgeroepen
voor tewerkstelling in Duitsland. Bij
razzia’s in 1943 duikt de zoon de
onderoven in om het risico te ontlopen
dat hij opgepakt zal worden. Het zijn
spannende momenten als de hond des
huizes bij een van de controles blaf-
fend bij de oven blijft staan.
De nietsvermoedende Duitser merkt
vervolgens op dat een hond niet thuis-
hoort in de bakkerij. Zodra de mof zijn
hielen licht, haalt de familie opgelucht
adem.
Op de fiets
Als er na de Spoorwegstaking geen
benzine meer is, rijdt de oudste
zoon twee keer per week met de
mandfiets naar Amsterdam om
zo’n –st1:metricconverter–60 kilo>/
st1:metricconverter– meel te halen.
Opa Jan is lid van de Reclassering en
op zijn tocht naar Amsterdam neemt
de jongen ook kleding van gevan-
genen mee, die thuis bij families is
gewassen en gestreken. Jan is ook lid
van de Sint Vincentiusvereniging en
daarom rijdt zoonlief ook altijd even
langs bij de nonnen op de Keizers-
gracht, Amsterdam om daar hosties op
te halen voor pastoor Welman van de
Sint Joseph-parochie in Utrecht. De
pastoor staat in een goed blaadje bij
Jan de bakker. Hij krijgt regelmatig
een halfje wit toegestopt, ongetwij-
feld uitgewisseld tegen een glaasje
miswijn.
In de oorlogsjaren hebben opa en oma
in de buurt veel goeds gedaan. Het
echtpaar ziet het als hun plicht de hon-
gerige medemens te helpen, schrijft
het UN later in een interview (UN dd.
27-11-1968). Soms zitten er onderdui-
kers in huis op zolder of in de stallen
achter. Bij razzia’s weet Jan ze altijd
buiten schot te houden door hen met
zijn luide stem te waarschuwen. Als de
buurman op een avond bij de familie
zit te kaarten, moet deze noodgedwon-
gen onder de tafel schuilhouden als er
onverwacht Duitsers aankloppen. De
meisjes blijven dan stokstijf op hun
stoelen zitten zodat hij onopgemerkt
blijft.
Dadels pitten
De kinderen worden op allerlei
momenten ingezet om de bakkerszaak
draaiende te houden. Wanneer er een
tekort aan krenten en rozijnen dreigt,
wordt een kar met dadels aangevoerd.
De kinderen helpen mee de pitten eruit
te vissen. De dadels worden in stukjes
met het deeg verwerkt tot krenten-
brood. Als Jan de hand legt op grote
klompen zout, maken de kinderen die
kleiner, zodat hij het kan gebruiken in
de bakkerij.
Een zeer moeilijk moment voor Jan
breekt aan als zijn oudere broer wordt
opgepakt. De onderwijzer uit Gemert
helpt, via het klooster van hun andere
broer, Engelse piloten ontsnappen.
Door verraad valt hij in handen van
de Duitsers en gaat naar concentratie-
kamp Vught. Opa Jan spant zich op
allerlei manieren in om hem vrij te
krijgen. Dat lukt niet en zijn broer gaat
op transport naar Neugamme. Op het
moment dat de bevrijders eind 1944
Gemert bevrijden, overlijdt de onder-
wijzer in Duitsland aan ondervoeding
en uitputting. Opa Jan is wekenlang
niet aanspreekbaar, overmand door
verdriet.
Kinderen en kleinkinderen
Als hoofd van een gezin met negen
meisjes bidt de katholieke Jan Onze
Lieve Heer van het kruis: hoe raak ik
al mijn dochters kwijt? Elke (aspirant)
schoonzoon vertrouwt hij toe dat hij
de beste van alle negen heeft. Zijn
gebeden worden uiteindelijk verhoord
en alle dochters (én de twee zoons)
trouwen uiteindelijk. Na de eerste
reeks huwelijken kondigt zich een
nieuwe generatie aan. Als het eerste
kleinkind, in de hoop op een verse
boterham, hem aanspreekt met: “Ópa,
bo”? staat Jan vanaf dat moment bij
de (klein)kinderen bekend als Opa de
Bo. Op zondag is het een drukte van
jewelste aan de Hoogelanden. Kinde-
ren en kleinkinderen komen wekelijks
op bezoek.
Snoep
De kleintjes zijn gek op opa, ze
krijgen een Koetjesreep toegestopt
wat hem de bijnaam Opa Chocolade
bezorgd. Oma de Bo, die iedere week
de repen op de markt inslaat, wordt
daar Oma Chocolade genoemd. Als de
drukte in huis hem teveel wordt, stuurt
Jan de kleinkinderen naar buiten om
een ijsje te gaan halen bij Hogie (A.
de Hoog), ijscoboer op de hoek van de
Hoogelanden en de Hoogstraat.
Opa heeft een fototoestel. Ieder jaar
zet hij de kinderen op een rij voor een
overzichtsfoto. Ook de kleinkinderen
gaan in de jaren zestig op die manier
op de foto. Opa in een goed humeur
weet als clown de kleintjes vermaken.
Zo gaat hij eens op een verjaardag
op zijn handen tegen de muur staan,
waarbij alle kleingeld uit zijn zakken
valt. De kinderen storten er zich
enthousiast op, maar moeten wel alles
teruggeven, want Opa de Bo was een
arme bakker, zoals hij zei.
Pensioenjaren
Als voor Opa Jan de tijd komt met
pensioen te gaan willen de twee
zonen hun vader niet opvolgen in het
bakkersvak. De dochters verzekeren
hem dat ze met elke jongen willen
trouwen, als het maar géén bakker is.
In het najaar van 1961 doet Jan bak-
kerij en winkel van de hand, omdat de
gemeente de grond nodig heeft en hij
gaat met oma wonen in de Vlierboom-
straat. Bij uiteindelijke sloop van de
panden in 1971 worden onder nummer
15 restanten van een oude pottenbak-
kerij uit 1400 gevonden. De bak-
kersoven stond ongemerkt bovenop
de Middeleeuwse exemplaren. Hier is
destijds een boekje over verschenen
(Pottersvuren langs de Vecht, Anton
Bruijn, 1979). De straatnaam Hoog-
elanden O.Z. wordt met de nieuwe
woningbouw in 1973 gewijzigd in
Lauwerecht. Opa hield van een goede
sigaar en een glaasje. Dat én een
leven lang werken is hem noodlottig
geworden en Jan de Groot overlijdt
Kerstavond 1979 op 74-jarige leeftijd.
Marianne Smit (kleindochter), Van
Esveldstraat 139–st1:metricconverter–
3572 KM–/st1:metricconverter–
Utrecht, tel 030 2751960
Opa de Bo, (w)arme bakker te Utrecht
Mijn opa, Jan de Groot, wordt in 1896 in Utrecht geboren onder de rook van de Loodwit- en Been-
zwartfabriek, beter bekend of liever gezegd berucht als de ‘Benenkluif’. Het omzetten van beende-
ren tot lijm produceerde een ondraaglijke stank die menig (oud-)Utrechter zich goed herinnert.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 21 maart 2017
pagina 9
Opa de Bo op de bakkersfiets
Kleinkinderen op een rij,1954
1943: Jan hen Hennie de Groot op de
1,2,3,4,5,6,7,8 10,11,12,13,14,15,16
Powered by FlippingBook