De Utrechter Week 14 - page 12

Wij zaten in de auto zonder veilig-
heidsgordel, zonder hoofdsteun,
zonder kinderzitje en zonder airbags.
Onze bedden en meubels waren vaak
geschilderd met verf vol met lood en
cadmium. Boven aan de trap geen
hekje; wie niet oplette donderde
gewoon naar beneden.
Flessen met gevaarlijke stoffen
stonden gewoon in het keukenkastje
en konden probleemloos door elk kind
worden geopend.
Op de fiets zat je gewoon achterop
met je kont op de bagagedrager, met je
benen in een fietstas en je hield je vast
aan het zadel. Een helm op de brom-
mer? Op de fiets? Nooit van gehoord.
Water, gewoon uit de kraan en niet uit
zo’n flesje.
Geur, smaakstoffen en E-nummers
hadden we nog nooit van gehoord; kij-
kend naar de kleuren van de limonade
van toen zou je je nu achter de oren
krabben.
Schoenen en kleding die je had waren
daarvoor al eens gedragen door je
broertjes/zusjes en waren vaak net
iets te groot of te klein. We gingen
‘s morgens de deur uit en kwamen
vaak thuis als het alweer donker was;
niemand wist waar je uithing, want
een mobieltje had je niet.
Vieze ouwe mannetjes
Een bos of park was een plek om te
spelen en niet een gevaarlijke plek met
vieze ouwe mannetjes. Als je naar een
vriend/vriendinnetje ging, ging je op
de bonnefooi; we maakten nooit een
afspraak. We aten koekjes en brood;
vol met boter en geen idee van choles-
terol; we werden niet dik.
We dronken allemaal uit dezelfde fles
als onze vrienden; niemand werd er
ziek van; we hebben gevochten, ons
gesneden, botten gebroken, tanden
verloren en niemand werd voor de
rechter gesleept. Het waren gewoon
ongelukken en soms kreeg je nog een
pak slaag toe van je ouders. We voch-
ten met elkaar en geen ouder/volwas-
sene die zich er druk om maakte.
Zeepkisten
Pedagogisch verantwoord speelgoed
maakten we zelf. Tollen en priktollen
met een touwtje; met stokken sloegen
we naar ballen, we bouwden zeepkis-
ten en merkten pas onderaan de heuvel
dat we de rem waren vergeten.
We voetbalden op straat en alleen die-
genen die goed genoeg waren mochten
meedoen. Wie niet goed genoeg was,
moest maar blijven toekijken en leren
omgaan met teleurstellingen.
We gingen op de fiets naar school,
helemaal alleen, ook in de winter en
als je moeder je uitzwaaide was je een
softie.
Mee leren omgaan
Als je problemen had veroorzaakt,
waren je ouders het altijd eens met de
politie; ze kwamen je wel ophalen,
maar niet om je eruit te kletsen. Onze
daden hadden consequenties, het was
duidelijk dat je je niet kon verstoppen.
We hadden de vrijheid, ondervonden
mislukkingen, succes en verantwoor-
delijkheid. We moesten er maar mee
leren omgaan. Onze generatie heeft
veel mensen voortgebracht die pro-
blemen kunnen oplossen, innovatief
bezig zijn en daarbij risico’s durven
nemen en kunnen instaan voor de
gevolgen. Herkent u zich hierin? Nou,
gefeliciteerd dan.
Peter Velo
Hoe overleefden wij de jaren ‘50 en ‘60?
Hoe ging het in de jaren
50/60? Hoe is het mogelijk dat
wij, die in die jaren zijn gebo-
ren, nu nog leven? Volgens de
huidige maatstaven zouden
wij toch al lang de kraaien-
mars hebben geblazen. En
waarom? Nou daarom.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 4 april 2017
pagina 12
Kindsluitingen
Zeepkisten bouwen
Dag in, dag uit zaten we daar in die
barak aan de Utrechtse Walsteeg die
aktes te registreren. Dat moest, dat
was in de wet zo geregeld.
Eerste baantje
Het was mijn eerste baantje. Ik
belandde daar in 1958 nadat ik voor
de tweede keer was blijven zitten
in de vierde klas van de hbs aan de
Catharijnesingel. Een keer blijven zit-
ten, dat kon nog, dan mocht je dat jaar
overdoen. Maar als je dan wéér bleef
zitten, moest je van school af.
Geen spat uitgevoerd
Daar had ik het ook wel op aange-
stuurd; door geen spat uit te voeren.
Geen huiswerk, niks leren, alleen
(min of meer) de lessen bijwonen,
daarmee had ik het na twee geslaagde
eerste jaren (toen ik nog wel mijn best
deed) nog geschopt tot in de vierde.
Wat ik op die school allemaal te leren
kreeg, interesseerde me totaal niet;
alleen Nederlands en tekenen kon ik
nog een béétje verdragen, mede door
de prettige persoonlijkheden van de
desbetreffende leraren (respectievelijk
Praas en Bussemaker).
Aangenomen
Maar toen moest ik de maatschap-
pij in. Via via regelde mijn moeder
een baantje voor me, op de Inspectie
Registratie en Successie van ‘s Rijks
Belastingen, waar ene Jaap Dijkstra
de chef de bureau was, een oom van
kennissen. Ik solliciteerde, ik werd
gekeurd, ik werd aangenomen.
Betrapt
Een soort bureaucratische hel was het,
een grote zaal met bureaus waaraan
mannen en jongens (ik kan me geen
vrouwen herinneren) de hele dag ge-
gevens uit notarispapieren zaten over
te schrijven in die grote boeken. In het
magazijntje achter de zaal maakten we
nog wel eens een beetje pret, maar dan
moest je niet door Dijkstra worden be-
trapt. Wat mij natuurlijk wel gebeurde:
toen ik daar eens een grap over hem
maakte, stond-ie achter me. Ik werd
er niet eens meteen uitgegooid, wat ik
eigenlijk min of meer verwachtte.
Dramatisch moment
Ik herinner me een dramatisch mo-
ment aan de balie, waar een moeder
kwam protesteren tegen een aanslag
successierecht. Haar zoon was omge-
komen bij de treinramp in Harmelen
(januari 1962), was student, had niks,
eigenlijk alleen een spaarbankboekje
met een paar duizend gulden. Zijn
moeder was de erfgenaam en moest
er erfbelasting over betalen. “Dat geld
heb ik er zelf op gestort’’, snikte ze.
“Het is niet eerlijk!’’
In later jaren heb ik nog heel wat
baantjes en functies en werkgevers
meegemaakt, maar zo’n hel als daar
aan de Walsteeg (die gelukkig van de
kaart is verdwenen) heb ik nergens
ontmoet.
René de Cocq
Jacob Catslaan 17
7314 LX Apeldoorn
De bureaucratische hel van de Walsteeg
Ik zou nog wel eens zo’n
register willen inzien. Zo’n
groot, dik boek, waarin ik in
mijn handschrift de essentia-
lia heb geschreven van tallo-
ze notariële aktes. Op de akte
zelf zette ik dan een stempel,
met de datum van inschrijving
en het nummer van inschrij-
ving en dan zette de chef er
zijn handtekening bij.
De barakken van de belastingdienst in de Walsteeg (foto Utrechts Archief)
1959 even een pauze in het werk in de barak van de belastingdienst (foto René de Cocq)
1...,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11 13,14,15,16
Powered by FlippingBook