De Utrechter Week 18 - page 3

Wat mij pas onlangs ter ore is geko-
men, is dat in de Tweede Wereldoor-
log alles wat aan de levende leden van
het Koninklijk Huis herinnerde, ver-
wijderd of veranderd moest worden.
Zo werd het Wilhelminapark voortaan
Nassaupark genoemd. De Prins Bern-
hardlaan en de Julianalaan werden
beide omgedoopt tot Nassaulaan.
Bloemenhandelaren werden gedwon-
gen hun goudsbloemen te vernietigen.
Mensen moesten hun oranjekleurige
bloemen uit de vensterbanken halen.
Natuurlijk zijn deze afgedwongen ver-
anderingen na de Tweede Wereldoor-
log direct weer in hun oorspronkelijke
situatie teruggebracht.
Bunkers
Omdat wij zelf in Oudwijk woonden,
om de hoek van het Wilhelminapark,
en als kinderen bijna altijd in het
Wilhelminapark speelden, zagen wij
wel dat er nog een bunker aanwezig
was. Aan het eind van de oorlog, toen
de Duitsers aan de verliezende hand
waren maar de strijd nog zeker niet
wilden opgeven, bouwden zij aan de
rand van de stad maar liefst 24 grote
en 27 kleine bunkers.
Rantsoenering
Vanaf 17 september 1944, het begin
van de algemene spoorwegstaking,
hadden veel Utrechters bijna geen eten
meer. Vooral gezinnen met kleine kin-
deren moesten een beroep doen op de
gaarkeukens die in het leven werden
geroepen. Ik weet nog goed dat mijn
oudste broertje Kees met een pannetje
naar de gaarkeuken ging om daar wat
eten op te halen. Hoogst vervelend
was dat de Duitsers de nog aanwezige
voedselvoorraden roofden die voor de
burgers bestemd waren. Dus er kwam
een rantsoenering; dat betekende een
beperking van de hoeveelheden. De
Gemeente Utrecht nam daarom maat-
regelen. De gemeente gaf opdracht
zuinig om te springen met water en
verordonneerde een beperking van het
gebruik van elektriciteit, rantsoeneerde
het gasverbruik via vastgestelde gas-
loze uren en verminderde de toevoer
van water.
Saamhorigheid
Een positief punt was, dat de saam-
horigheid onder de bevolking enorm
was. Al was die saamhorigheid na de
oorlog weer snel verdwenen. Jammer!
Theo de Ruiter
Wilhelminapark werd Nassaupark
Doordat de Tweede Wereldoorlog alweer 72 jaar geleden is,
wordt het aantal mensen dat deze oorlog bewust heeft meege-
maakt, almaar kleiner. Dat is natuurlijk logisch, maar als deze
mensen een deel van hun avonturen die ze in de oorlog hebben
meegemaakt doorverteld hebben aan hun kinderen, is het moge-
lijk hier hun kennis te blijven delen.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 2 mei 2017
pagina 3
maar een hap uit mijn bovenbeen. Als
ze even later met passie op een mond-
vol beenvlees aan het kauwen is, biedt
ze me wel eens een hapje uit haar mond
aan met de woorden: “Eet maar snel
op, want daar word je sterk van.” Het
zijn de woorden die mijn moeder sprak
als ik met demonstratieve weerzin be-
zig was een bord spinazie naar binnen
te werken. Verdere overeenkomsten
tussen mijn moeder en de vrouw van
mijn dromen heb ik nog niet weten te
achterhalen.
Als jongen van een jaar of 18 werd ik
van deze droom gillend wakker om pas
tot rust te komen als bij inspectie bleek
dat allebei mijn benen nog ongeschon-
den waren. Tegenwoordig weet ik al
tijdens de nachtmerrie dat het maar een
droom is en dat ik niet bang hoef te zijn
om bij het ontwaken te beseffen dat ik
me in het vervolg hinkelend door het
leven moet verplaatsten. Deze enge
nachtmerrie is tijdens mijn slaap in
de loop van de tijd afgewaardeerd tot
een griezelige droom. Een aangename
zelfs, want een zombiefilm op zijn tijd
vind ik best vermakelijk.
Ik heb niet altijd uitsluitend last van
nachtmerries gehad, want ik heb de
repeterende droom waarin twee levens-
lustige dames er een dag- en nachttaak
van maken mij op de meest fantasievol-
le wijze te verwennen nooit als zodanig
kunnen ervaren. Hoewel ik vroeger ook
wel eens gillend wakker werd als ze me
onder mijn voetzolen aan het kietelen
waren en maar niet van ophouden
wisten. Tegenwoordig droom ik deze
droom incidenteel nog wel eens, maar
in het droombesef dat het allemaal niet
echt is. Dus dat ik me bij het ontwaken
helemaal geen zorgen hoef te maken of
er wel voldoende ontbijt in huis is.
Als ik in mijn dromen het verschil
tussen echt en onecht al heb leren
beseffen, zult u begrijpen dat ik bij het
zien van een film compleet door heb
dat het maar film is; niks meer dan een
amuserende leugen. Als ik Sylvester
Stallone bekwaam zie doorknokken
met 24 kogels in zijn lijf, dan denk ik
echt niet dat Sylvester of wie dan ook
dit echt kan. En Spiderman is net God.
Die bestaat ook niet. Net toen ik zeker
wist dat ik het verschil tussen nep en
echt feilloos onderscheiden kon, deed
ik mee aan een test voor een nieuw
spel. In een rustgevende omgeving
kreeg ik een masker op mijn hoofd dat
mijn hersenen zo op het verkeerde been
zette, dat ik even later geloofde dat ik
midden in een doodeng aardbevings-
gebied rondliep. “Wil deze vorm van
virtuele realiteit goed werken, dan
moet je er - net als voor hypnose - wel
een beetje gevoelig voor zijn”, zei de
begeleider, terwijl ik natrilde. Zelden
zo gebaald dat ik blijkbaar toch een
gevoelig type ben.
Gevoelige mens wacht nog wat
Ik slaap tegenwoordig vrolijk
door mijn nachtmerries heen.
Zelfs door die over dat meisje
van een jaar of 12 in een zon-
nig zomerjurkje. Ze heeft een
hoofd dat - door gebrek aan
ogen, afwezigheid van gezond
hoofdhaar en door de uitbun-
dige aanwezigheid van slordig
gehechte littekens - een
weinig aantrekkelijke indruk
maakt. Maar smaken verschil-
len.
Als ik in deze nachtmerrie even de
verkeerde kant opkijk, dan neemt ze zo
Het Wilhelminapark ging Nassaupark heten in de oorlog
Een bunkercomplex in het Wilhelminapark
HWtje
Boris Karlof als Frankenstein
1,2 4,5,6,7,8,9,10,11,12,13,...16
Powered by FlippingBook