De Utrechter Week 28 - page 6

Maandag was dus de grote wasdag,
maar de voorbereidingen begonnen
al op zondagavond. Dan werd de
witte was in de soda gezet, later weer
uitgewrongen en met zeep (Sunlight)
en heet water in een grote wastobbe
gedaan. De tobbe werd afgedekt
voor de nacht, zodat de was lekker
warm bleef. Bij sommigen werd het
wasgoed de hele nacht op een vierpits
petroleumstel warm gehouden.
Op maandagmorgen begonnen de
vrouwen (want het was natuurlijk
‘vrouwenwerk’) écht aan de was.
Eerst werd in een teil een flink
sopje van warm water en zeeppoeder
gemaakt. Bekende merken waren De
Klok en Persil. De was, die de hele
nacht had staan weken, werd in het
nieuwe sop gegooid. Dan begon het
zware werk: het schrobben. Eén voor
één gingen de stukken wasgoed door
de handen. Het vuile goed werd door
het water gehaald en op een wasplank
of wasbordje met een harde borstel
schoon geschrobd. Er werd net zo
lang geborsteld tot alle vlekken ver-
dwenen waren.
Spoelwater
Daarna moest er gespoeld worden.
Rondom stonden emmers en teilen
met spoelwater. Het spoelen, soms
wel twee of drie keer, was pas klaar
als er geen restje zeep meer uit de was
kwam. Als de zeep uitgespoeld en al
het wasgoed schoon was, werd het
door de wringer gehaald.
‘Zondagse kleren’
Na de witte was, begon men met
hetzelfde sop aan de bonte was. Het
was heel gewoon als je een hele week
in dezelfde kleren liep. Dat waren je
dagelijkse kleren. (Eén aan je bast,
één in de was, één in de kast). Naast
je dagelijkse kleren had je ook ‘zon-
dagse kleren’, die ook wel ‘je goeie
goed’ werden genoemd. De zondagse
kleren werden natuurlijk op zondag
aangetrokken, maar ook bij speciale
en feestelijke gebeurtenissen.
|Als alle was gespoeld en door de
wringer was gehaald, werd hij op de
waslijnen en grote houten rekken in de
tuin te drogen gehangen. Om de witte
was goed schoon te krijgen, gebruik-
ten de vrouwen chloor. Hier werd het
wasgoed echter een beetje grauw en
gelig van. Een tante van me vertelde:
Bleek
‘Onze buurvrouw, die van boerenaf-
komst was, had achter haar tuintje een
paar meter gras: dat was haar ‘bleek’.
Als haar was schoon was, spreidde ze
de natte lakens op dat gras uit en liet
de zon haar werk afmaken. Halver-
wege het proces keerde ze het nog
niet geheel droge wasgoed om. “Het
is lekker opgebleekt, buurvrouw”, riep
ze naar mijn moeder aan de andere
kant van het hekje. Mijn moeder had
niet zo’n bleek, maar die loste het
probleem van de langzaam vergelende
was op een andere manier op. Ze had
een blauwdotje (ook wel ‘poppetje
blauw’ genoemd) dat ze bij de kruide-
nier had gekocht.
Reckits zakje blauw
Dat ‘poppetje blauw’ heette eigenlijk
‘Reckits zakje blauw’. Het was een
cilindervormig brokje harde, blauwe
kleurstof, verpakt in een lapje katoen
en dichtgebonden met een draadje.
Voordat de was in het laatste spoel-
water ging, slingerde m’n moeder
dat dotje enige malen door het water,
waarop het in een oogwenk diep-
blauw werd. Daar werd de witte was
in gespoeld, daarna opgehangen aan
de waslijnen. Het resultaat was voor
haar even bevredigend als dat van de
buurvrouw.
Als het weer niet meewerkte, moest de
was in huis op de zolder, in het trapgat
of op een driedelig, scharnierend hou-
ten rekje voor de kachel, opgehangen
worden. Boven de kachel hing vaak
een ‘spin’, waaraan ook nat wasgoed
kon hangen. In de kamer was het dan
snikheet, want het wasgoed moest
goed drogen, en de ramen waren soms
beslagen van het vocht dat er in huis
hing.
Stijven
Een gedeelte van het wasgoed werd
nog ‘gesteven’, vertelde mijn tante.
Daartoe had men een pakje stijfsel bij
de hand: SB of later Crackfree. Daar
kookte men een glazig papje van, dat
vervolgens wat werd verdund. Dan
gingen de schorten en overhemden en
vaak ook slopen en tafellakens erin.
Het goed, dat daarmee behandeld was,
droogde zo stijf als een plank op. Zo
kon het niet gestreken worden.
Het werd daarom dan op de tafel
gespreid, waarna m’n moeder met
in de ene hand een bakje water en
ondertussen met de andere hand het
stugge goed nat sprenkelde. Daarna
het volgende laagje erop tot er een
heel stapeltje lag, waarna ze het in z’n
geheel stijf in elkaar rolde. Zo bleef
het een poos liggen. Na enige tijd
werd het weer uit elkaar gerold en was
het goed soepel genoeg om gestreken
te worden.
Strijken
De volgende dag werd alles gestre-
ken. Strijkijzers werden vroeger vaak
verwarmd met gloeiende kooltjes, met
heet water of op de kachel. In de jaren
‘50 werd het elektrische strijkijzer
steeds meer gebruikelijk. Pas in de ja-
ren ‘80 verscheen het stoomstrijkijzer.
Wasmachine
Eind jaren ‘50 ging het met de
economie in ons land steeds beter
en kwam er in veel huishoudens een
wasmachine om het zware werk van
de huisvrouw te verlichten. Be-
kende merken uit die tijd waren Erres,
Hoover en AEG. Eerst waren er de
langzaamdraaiers met een heen en
weer draaiende, geprofileerde spil in
het midden van de wasbak. Watertoe-
voer ging via een slang op de kraan en
de afvoer via een slang met een bocht
die in de lage gootsteen hing. Het
water kon ook verwarmd worden. Dan
moest wel het deksel van de machine
af om de warmte te laten ontsnappen.
Later kwamen de snelwassers, waar
de pulsator snel in één richting rond-
draaide.
Trommel
In de jaren ‘60 verschenen de trom-
melwasmachines. Een trommel met
gaatjes wentelde in een kuip een aantal
toeren heen en hetzelfde aantal malen
terug. Tot deze groep behoorden ook
de volautomatische wasmachines. Een
aparte centrifuge was niet meer nodig.
Wout van Kouwen
Maandag Wasdag, zo was dat vroeger
In de vorige eeuw werd op elke dag wel een bepaalde taak in
en rond het huis uitgevoerd. Zo werd op vrijdag de binnenboel
gedaan. Op die dag kreeg de huiskamer meestal een grote beurt.
Het zeil langs het vloerkleed werd grondig in de boenwas gezet,
waardoor het spekglad werd en je er op je sokken lekker over-
heen kon glijden. De kleden en kokosmatten (waar altijd zand
onder bleef liggen) werden geklopt en de franje aan het uiteinde
met een kam uit de klit gehaald. Op zaterdag werd de buitenboel
gedaan. De maandag stond bekend als ‘de wasdag’.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 11 juli 2017
pagina 6
Mijn moeder aan de was in onze achtertuin Jacob Grimmstraat 16 in Oog in Al.
Bij de producten van zeepfabriek De Klok werden diverse cadeautjes voor kinderen en volwas-
senen verpakt om de aankoop ervan te stimuleren.
Reclames voor wasmachines
1,2,3,4,5 7,8,9,10,11,12,13,14,15,...16
Powered by FlippingBook