De Utrechter Week 30 - page 1

U
Dé g r a t i s k r an t voo r de e ch t e Ut r e ch t e r
Oplage: 55.300 ex.
Bij het luisteren naar ‘Drin-
king On My Bed’ van Rob
Hoeke, gaan mijn gedachten
altijd terug naar halverwege
de jaren zestig, toen mijn
jongere broer Charles en ik
een kamer deelden op de
begane grond aan de achter-
zijde van een zeskamerflat
in het tweede blok van het
Lodewijk Napoleonplantsoen
in Utrecht.
Deze wijk kende een zestal blokken,
oftewel flatgebouwen, en tussen iedere
twee blokken bevonden zich aan de
voorkant - de huiskamerzijde - een
toegangsweg en een parkeergelegen-
heid en bevond zich aan de achterkant
- slaapkamerzijde - een groenvoor-
ziening. Tussen het tweede blok en
het derde blok was aan de achterkant
voor de kinderen ook nog een zandbak
geplaatst. Omdat onze kamer uitzicht
had op de slaapkamers van het derde
blok, viel er tegen bedtijd altijd wel
wat te genieten en dan bedoel ik te
genieten van vrouwelijk schoon, hetzij
direct, omdat gordijnen opzettelijk of
per ongeluk niet goed gesloten waren,
hetzij indirect, omdat de contouren
van vrouwelijk schoon duidelijk
zichtbaar afgetekend waren op de
slaapkamergordijnen.
Onze kamer had tevens een buitendeur
naar de groenvoorziening, hetgeen
enorme voordelen bood: we konden
min of meer komen en gaan wanneer
we wilden. Wanneer het ‘s zomers
warm was en we met de buitendeur
open sliepen, waren we gedurende
de nacht nog wel eens getuige van
schaars geklede mensen die de
zandbak of de groenvoorziening had-
den uitgekozen voor een wilde partij
vrijen.
Kinderlokker
Overdag in de zomer waren we overi-
gens extra attent, omdat het een paar
maal was voorgekomen dat kinder-
lokkers zich eveneens aangetrokken
voelden tot het zand en we waren niet
te beroerd om, als die gelegenheid
zich voordeed, zo’n ellendeling te
grazen te nemen.
Onze kamer hing vol met posters
van onze favoriete bands: The Rol-
ling Stones, The Beatles, The Who,
The Kinks enzovoort. Voorts hingen
er visnetten en olielampen alom.
Vooral in de winter, wanneer er naast
brandende olielampen ook nog een
aladdin kacheltje stond te branden,
deed de kwaliteit van de lucht niet
onder voor die welke men ervaart bij
opsluiting in een hangar tezamen met
een Boeing 747, nadat de motoren van
deze helse machine gedurende een
aantal uren binnen voluit hebben staan
warmdraaien. Heerlijk die lucht van
verbrande kerosine. Op het vliegveld
mag ik altijd gaarne onder aan de
trap de zaak enigszins traineren om
die lucht nog even diep op te snuiven
voordat we instappen.
Waar ik thans woon, ruik je alleen
zilte oceaanlucht en helemaal geen
verbrande kerosine; die zilte lucht
schijnt veel gezonder te zijn. Wel
probeer ik zo nu en dan nog een olie-
lampje aan te steken, maar dan begint
mijn vrouw meestal te mopperen dat
ze last krijgt van haar ogen.
Onweerstaanbaar
Vroeger vond ik het ook altijd aan-
genaam in de winter, buiten tijdens
het speelkwartier, me op te houden
bij het rooster van de doorvoer van
de gasgevelkachel van de klas. Daar
heerste een aangenaam riekende
warme verbrandingsdamp die via het
rooster naar buiten kwam. Vaak legde
ik mijn wanten op dat rooster, terwijl
ik tijdens het opwarmen genoot van
de damp. Benzinelucht vind ik ook
onweerstaanbaar. Bovendien, indien
je last hebt van warme handen, werkt
benzine heerlijk verkoelend wanneer
je een scheut ervan over je handen
gooit. Je moet dan wel uit de buurt
blijven van open vuur, want anders
gaat het verkoelend effect verloren of
beter gezegd: in vlammen op.
Rommelmarkt
Charles en ik hadden een zelf ontwik-
kelde stereo-installatie. Van geld,
verdiend met een krantenwijkje,
hadden we bij Radio Schuurman op
de Oude Gracht het goedkoopste
stereo platenspelertje gekocht dat
deze wederverkoper op voorraad had.
Daarna kochten wij op de wekelijkse
rommelmarkt op het Paardenveld in
Utrecht twee oude kolossale mono-
radio’s met ingebouwde versterkers en
sloten die afzonderlijk aan op de drie
draadjes van de platenspeler: ‘Rood
met gesplitste aarde’ naar de ene radio
en ‘zwart met gesplitste aarde’ naar de
andere en dan maar hard aanzetten die
radio’s en bijvoorbeeld ‘Drinking on
my bed’ van Rob Hoeke beluisteren.
Soldatenplunje
We kwamen in die tijd gaarne op de
rommelmarkt en we kochten er van
alles en nog wat. Het was nog niet
zo lang na de oorlog en er lag van
alles te koop dat de “slagvelden had
overleefd”: militaire kleding, solda-
tenkistjes, Duitse helmen, gasmaskers,
bajonetten. Kortom, teveel om op te
noemen. We kochten er oude dames-
bontjassen: lekker warm voor op de
Tomos, ziekenfondsbrilletjes om er
vervolgens zonneglazen in te zetten,
vliegeniersjassen, echte bontkragen
enzovoort. Allemaal gebruikt spul,
gebruikt door ik weet niet wie, maar
daar gaven wij in het geheel niet om.
Ook heb ik er eens een volledige
soldatenplunje met kistjes en diverse
Duitse militaire onderscheidingen,
zoals “het eikenloof en zwaarden”
voor een schijntje aangeschaft en, met
een zeker doel voor ogen, ook nog een
‘kunstbeen met volledige tuigage’.
Lollige bui
In een lollige bui heb ik me eens op
een drukke zaterdagmorgen, gehuld in
mijn oorlogsplunje en met een aange-
snoerd kunstbeen, op de stadhuisbrug
in het historisch centrum van Utrecht
naast de ingang van het stadhuis tegen
de muur genesteld, een omgekeerde
helm - niet zijnde een foute helm -
voor mij op het trottoir geplaatst met
wat geld erin. Mij was toen al bekend
dat mensen eerder geneigd zijn wat
geld in die helm te deponeren als er
al geld in zit en ook dat, indien er
papiergeld in zit, mensen bereid zijn
een groter offer te brengen.
Lees verder op pagina 3
Hondje Teddy op de loop met kunstbeen
Dinsdag 25 juli 2017 . Jaargang 8, nr. 15
Deze week o.a.:
Dorothy
Veldema
Pag. 5
Vakantie
vroeger
Pag. 7
In de drukkerij
Pag. 9
Velox greep
naast
promotie
Pag. 11
Op de rommelmarkt
Oplage: 55.30 ex.
Gansstraat 130
3582 EL Utrecht
telefoon 030 251 69 55
Meer informatie:
Donaudreef 25
Utrecht
Dag en nacht bereikbaar
voor directe hulp na
overlijden(030) 262 2244
1 2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,...16
Powered by FlippingBook