De Utrechter Week 32 - page 13

Velox de promotie kostte.
Piet Mackaay: “Ik voel me nog steeds
een echte Elinkwijker. Ik ben hier in
de jeugd begonnen als voetballertje
van 10. Beetje vreemd eigenlijk, om-
dat mijn opa Piet jarenlang bestuurder-
teammanager bij aartsrivaal DOS was
en mijn oom was Piet Dumortier, vol-
gens velen met Tonnie van de Linden
de beste voetballer van DOS. Ik heb
bij Elinkwijk een mooie tijd beleefd.
Na Elinkwijk heb ik nog even bij DOS
gespeeld alvorens mijn voetbalcarrière
te beëindigen bij AGOVV uit Apel-
doorn. In tegenstelling tot het verhaal
van Jan Huberts hebben wij in mijn
beleving niets bijzonders gedaan voor
de wedstrijd. We wisten gewoon dat
als we zouden winnen we ook zouden
promoveren.”
Mooiweervoetballers
“Ik was als rechtsback een felle,
maakte ook vaak de meeste overtre-
dingen. Mijn maatje, routinier Job
Gademans kon er wat dat betreft ook
wat van. Job speelde tegen Velox als
een slot op de deur en liet ons, Jan
Blaauw, Jan Verkaik en mijn persoon-
tje, het vuile werk doen. Niet erg hoor,
we hadden alle drie zoiets van “jullie
mooiweervoetballers van Velox”
komen er niet langs vandaag. Leuk
dat lijstje dat hier voor me op tafel
ligt, met mijn geheugen is nog niks
mis, kijk maar. Ik maakte inderdaad
de meeste overtredingen die wedstrijd.
We wonnen, wel een beetje gelukkig.
Twee weken later promoveerden we,
zoals verwacht, naar de eredivisie.
Helaas verloren we een week later
wel de beslissingswedstrijd om het
kampioenschap tegen Willem II. Er
was vooraf een hoop gezeur over de
wedstrijd- en kampioenspremie. Jam-
mer, want kampioen worden maak je
niet zo vaak mee.”
Tegen Ajax
“Ook nog leuk om te vertellen; we
speelden een jaar later in Amsterdam
tegen Ajax. Tot aan de rust kregen
Sjaak Swart, Piet Keizer en een zekere
Johan Cruijff geen schijn van kans te-
gen onze verdediging. Na rust werden
we helemaal overlopen, het werd maar
liefst 7-0 voor Ajax. Achteraf logisch.
Ajax met veel full-profs trainde elke
dag en bij Elinkwijk trainden we maar
drie keer anderhalf uur in de week.”
Kopkracht
Jan Verkaik: “Ik speelde als voor-
stopper. Joop van Maurik had ik als
tegenstander. Joop was een stevige,
kopsterke spits. Ik kon ook best
aardig verdedigend koppen en voelde
me daarom in de lucht zeker niet de
mindere van Joop. Velox rekende
helemaal op de kopkracht van Joop en
ook van Willem van Hanegem, maar
dat lukte mooi niet die wedstrijd. Ik
speelde heel netjes voor mijn doen,
maakte maar twee overtredingen!
Ze kregen wel wat kansen, maar wij
waren echt niet de mindere zoals
jullie beweren. Ja, de krantenknipsels
van toen geven aan dat Velox meer
kansen kreeg. Maar ja, wij hadden een
fenomenale keeper, Nico de Bree. Die
hield alles tegen of werd vooral door
Job Gademans geholpen.”
“Ik heb na mijn periode nog als prof
voor HVC Amersfoort gespeeld en
ben daarna als amateur bij Elinkwijk
teruggekeerd waar ik nog een mooie
tijd heb beleefd. Ben vervolgens trai-
ner geworden. Een mooie succesvolle
tijd meegemaakt bij UVV en Argon.
Later nog teruggekeerd in het betaald
voetbal als assistent van hoofdtrainer
Han Berger bij Fc Utrecht. De Europa
Cup wedstrijd in Hamburg, die we met
1-0 wonnen, was een onvergetelijk
gebeuren. Wij wonnen als klein clubje
van grootmacht HSV dat toen de be-
kende Ernst Happel als trainer had. “
‘Wij hadden een fenomenale keeper’
Bij het artikel over ‘de wed-
strijd die je nooit meer ver-
geet’ van Elinkwijk tegen Ve-
lox stond in De Oud-Utrechter
van vorige keer helaas een
verkeerd bijschrift bij de foto
van de mannen die het van
nabij meemaakten. Op de foto
(hierbij nogmaals geplaatst)
stonden naast Jan Huberts
en Klaris Wallenburg ook Piet
Mackaay en Jan Verkaik. Ook
zij hebben bijzondere herin-
neringen aan de match die
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 8 augustus 2017
pagina 13
Van links naar rechts Piet Mackaay Jan Verkaik Jan Huberts en Klaris Wallenburg in het gezellige clubhuis van Elinkwijk.
woonde bij ons in. Moeder zei voor
ze weg ging altijd hetzelfde: “Lief
zijn voor oma, geen ruzie maken en
sámen spelen.” Voor mijn gevoel
was moeders wil vroeger écht wet. Je
liet het wel uit je hoofd haar niet te
gehoorzamen. Mijn moeder was een
lieve vrouw, maar wel van het type;
LUISTEREN, OP JE BEURT WACH-
TEN, GEEN GROTE MOND, NIET
ZEUREN, BLIJ ZIJN MET WAT JE
HEBT, HANDEN UIT DE MOU-
WEN, JE TREKT NU DIE KLEREN
AAN en JE EET WAT DE POT
SCHAFT. DUIDELIJK? VRAGEN?
Geen vragen! U kent ze vast wel,
zo’n moeder die de regie in handen
heeft. Afijn, we wilden háár, maar
ook omaatje gráág te vriend houden.
Die lieve vrouw met haar Hongaarse
roots en haar vreemde Hollandse
uitspraak. Als ze iets tegen ons zei,
moesten we altijd een beetje lachen.
Dat wist ze wel, misschien deed ze het
daarom juist, om lachende kindertjes
om haar heen te hebben. Ze had het
over ‘tsenten’ in plaats van centen en
‘die brievieboes’ was de brievenbus.
Als ze ons verhalen vertelde, wacht-
ten we met spanning of ze weer een
verkeerd woord ging zeggen en keken
elkaar dan stiekem aan; “Ja, ze deed
het wéér!” Oma las eens voor uit ‘De
negerhut van oom Tom’, dat zullen we
nóóit vergeten. Oma sloeg een blad-
zijde om en op de volgende pagina
stond een foto van een blote meneer.
Die mochten we eigenlijk niet zien en
oma wilde metéén omslaan naar de
volgende bladzijde. “Oma, even kijken
nog”, riepen we in koor. “Waarom
heeft die meneer een postzegel op z’n
piemel geplakt?” Nou, dat had die
meneer niet gedaan, maar oma zelf,
om te voorkomen dat we meneer in
vol ornaat zouden bewonderen. Toen
we wat ouder waren, hebben we het
boek eens stiekem uit de kast gehaald
en de postzegel los gepeuterd. Oei, die
meneer had een héél groot ding aan
zijn piemel. We schrokken ervan. Het
leek wel een muziekinstrument, een
grote blokfluit! We hadden zoiets nog
nooit gezien en keken onze ogen uit.
Met hoofden zo rood als rijpe tomaten
wisten we niet hoe snel we het boek
weer moesten terugzetten. We hebben
het heel lang geheim kunnen houden.
Pas jaren later kwamen we erachter
dat het een peniskoker was.
Van oma moesten we ook vaak zelf
spelen. Dan moesten we zelf iets
bedenken en spelen met wat er zoal in
huis was. We bouwden een hut door
een deken over de tafel te doen en za-
ten eronder te picknicken met onze bo-
terhammen en een beker melk. Of we
speelden ‘postkantoortje’. Daarvoor
mochten we dan het ‘gouden’ beeldje
van de kast halen. We moesten er heel
voorzichtig mee omgaan. Aan de on-
derkant stond een tekst en als we die
op het stempelkussen zette, konden we
er daarna mee stempelen. Zogenaamde
spaarbankboekjes gemaakt van klad-
blokpapier en envelopjes kregen soms
wel 10 keiharde BOINK stempels.
Wij, kleine postbeambten, waren er
maar druk mee en zo voorzichtig werd
er met het beeldje dus niet gedaan. Het
heeft het wel overleefd en staat nu nog
bij ons thuis bij te komen van al het
gestempel.
Zus en ik speelden ook vaak groen-
teboertje, het vak van mijn vader. We
trokken een oude werkbroek van hem
aan en in plaats
van een riem
bonden we een
stuk touw om
ons middel.
Lopen konden
we amper met
die grote broek,
maar verkopen
deden we als de
beste! Vooral
aardappels, uien
en worteltjes.
Daar mocht wel
mee gespeeld
worden. Fruit
was te kostbaar.
Oma kocht ze
in onze winkel
en vroeg dan hoeveel ‘tsenten’ ze
moest betalen. Dan keken zus en ik
elkaar aan: “Ze zei het wéér!” Oma
lachte met ons mee.
Wat waren we blij met wat we hadden.
Wat waren we creatief. Wat zijn foto’s,
spulletjes en herinneringen van toen
nu kostbaar. En... wat is het mooi dat
wij nu nog de creativiteit aan onze
kleinkinderen kunnen doorgeven.
Opa’s en oma’s, vouw weer eens een
vliegtuigje of een hoedje van papier en
lees weer eens voor uit een mooi boek.
Het hoeft NIET persé de negerhut van
oom Tom te zijn!
Irene Kraaijenhagen
Blij zijn met wat je hebt
Het verhaal van vandaag
speelt zich af eind jaren 50.
Het was zomervakantie en
mijn zusje, broertje en ik
moesten ons in de vakantie
vaak zelf vermaken.
Vader en moeder werkten en oma
1...,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12 14,15,16
Powered by FlippingBook