De Utrechter Week 32 - page 9

stadjes. Tamelijk vermoeid besloten
wij om een uur of vier ‘s middags op
de eerste de beste camping te gaan
bivakkeren. Wij waren ongeveer 25
kilometer voor de grote stad Millau,
toen ik te laat zag dat we een camping
voorbij reden.
Gelukkig was er een paar honderd
meter verderop een klein benzinesta-
tion en ik dacht daar te kunnen keren.
Het was echter te krap en ik raakte
met onze caravan het afdakje boven
de pomp. De eigenaresse schreeuwde
moord en brand. Het leek wel of ze
vermoord werd. Zo goed en zo kwaad
als mogelijk brachten we haar aan
het verstand dat we naar de vlakbij
gelegen camping gingen en we onmid-
dellijk zouden terugkomen om de
schadeformulieren in te vullen. Het
ging erom dat zij iemand zou bellen,
bleek later, die haar zou helpen met
het invullen van het schadeformulier.
Harde klap
Dus wij terug, op weg naar de cam-
ping. Ik reed heel langzaam, want ik
wilde hem niet voor de tweede keer
voorbij rijden. En ja hoor, ik zag hem,
zette mijn richtingaanwijzer aan en
wilde het terrein oprijden. Opeens zag
ik achter ons met grote snelheid een
auto naderen. Ze moet gezien hebben
dat wij vrijwel stil stonden en linksaf
wilden slaan, maar ze zag schijnbaar
een gaatje en wilde toch nog voorbij.
Gevolg: ze vloog met een harde klap
tegen mijn linker spatboord aan. Dus
we presteerden het binnen het half uur
twee aanrijdingen te hebben.
Schelden
Het spatbord schuurde langs de band,
maar we konden hem toch op een
plaatsje krijgen op de camping. We
stonden amper, de pootjes moesten
nog uitgedraaid worden, de auto van
de trekhaak en we hadden nog geen
elektra. En toen begon de ellende.
Inmiddels was de benzinepomphoud-
ster met twee man als versterking
aangekomen en maar schelden. Het
was gewoon bedreigend en even later
kwam er ook nog politie, maar die
hielden zich gelukkig op de achter-
grond.
Ook de vrouw die de aanrijding
veroorzaakt had, ging nogal te keer,
maar wel beschaafder. Later bleek dat
ze onderwijzeres was in dat gehucht.
We moesten twee schadeformulieren
invullen, maar ze waren zo wantrou-
wig over wat ik invulde dat ze geen
handtekening wilden zetten. Allebei
moesten ze weten wat ik geschreven
had, maar wij beiden spreken geen
woord Frans en leg het dan maar eens
uit. Gelukkig kregen we hulp van
een tweetalige Belg en is alles goed
gekomen en werden ze rustig. De
schooljuffrouw werd zelfs vriendelijk
en vroeg of ze ergens mee kon helpen.
De andere tegenpartij bleef vervelend;
zonder een woord te zeggen, vertrok-
ken ze. Wij hebben van beide zaken de
schuld gekregen bij de verzekering.
Wij de ANWB in Lyon gebeld. Dat
lukte de volgende dag pas, na vijf
keer proberen. Zij regelden een garage
voor ons in Millau. Een paar uur later
kwam een takelwagen ons ophalen.
Het ongelofelijke gebeurde echter: de
chauffeur kreeg slaande ruzie met de
campinghouder, toen hij vroeg of hij
mocht bellen naar de ANWB om te
vertellen wat de schade was, wat ze
eraan gingen doen en wat de kosten
zouden worden.
Er zat niets anders op dan mee te
rijden naar de garage om daar de zaak
of te handelen. Bij de garage aange-
komen kwam er een gezellige dikke
Fransman ons tegemoet. Hij had zelfs
een alpinopetje op. Hij sprak vloeiend
Duits, want hij vertelde dat hij vijf jaar
lang krijgsgevangene was geweest in
Duitsland. De chauffeur vertelde zijn
baas over de ruzie. Het bleek om een
oude vete te gaan. Hij vroeg of we al
iets gegeten hadden. Wij zeiden ‘nee’
en de chauffeur bracht ons naar, wat
later bleek, een eettent voor vrachtwa-
genchauffeurs. Het eten was overheer-
lijk en zeer goed betaalbaar. Inmiddels
was alles geregeld.
Bij terugkomst in de garage met de
ANWB gebeld: de reparatie zou drie
dagen duren. Er moest een nieuwe
schokbreker ingezet worden. Die was
besteld, maar dat zou even duren. Wij
met een taxi terug naar de camping.
Andere pechvogel
Er stond op de camping nog een
Nederlander, die pech had met zijn
Mercedes. Er moest een onderdeel
komen op het vliegveld in Montpel-
lier, zo’n honderd kilometer bij ons
vandaan. Die man vroeg of ik, als
onze auto gerepareerd was, tegen beta-
ling met hem naar Montpellier kon
rijden om het onderdeel op te halen.
Dat bespaarde hem een paar dagen. Ik
vond het best.
Plakband
Toen onze auto klaar was, moesten
wij 600 gulden betalen, wat ons
beslist meeviel. ‘s Middags op weg
naar Montpellier. Die man was erg
nerveus en bij het eerste het beste
huis wilde hij uit de auto om de weg
te vragen. Dus ik stopte; hij stapte uit
en gooide het rechterportier zo hard
dicht dat de ruit er uit vloog. Honderd
excuses, maar daar koop je niks voor.
Hij zei: “Als we de goede winkel
tegenkomen, koop ik dubbelklevend
plakband en een stevig stuk plastic en
plakken het raam voorlopig dicht.” Ik
antwoordde: “Nou, dat komt mooi uit,
dubbelklevend plakband heb ik bij me
en plastic kunnen we wel op de kop
tikken. Het toeval wilde namelijk dat
ik vloerenlegger was en hij stoffeerder.
Overigens hebben wij met die mensen
heel gezellige dagen beleefd op de
camping.
We zijn thuis gekomen met een inge-
deukt spatbord en een dichtgeplakte
ruit. Natuurlijk moesten wij onze
buren alles uitleggen. Wij verloren
geen seconde ons goede humeur en
kunnen er nu met plezier over praten
en schrijven.
Jaap Martens
Brokken en panne op kampeervakantie
Het moet rond 1990 geweest
zijn, toen mijn vrouw en ik
met de caravan hadden geno-
ten van een vakantie in Zuid
Frankrijk (Cap d’Agde) aan de
Middellandse Zee. We hadden
zin iets meer van Frankrijk te
zien en besloten via de N9,
A75 en E11 via Clermont-Fer-
rand naar Parijs te rijden.
Het was een verkeerde beslissing,
omdat het een ongelukkige weg was.
Enorm druk en steeds door dorpjes en
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 8 augustus 2017
pagina 9
Op vakantie met de caravan
ANWB-steunpunt Lyon
Franse gendarmerie
1,2,3,4,5,6,7,8 10,11,12,13,14,15,16
Powered by FlippingBook