De Utrechter Week 34 - page 11

Wij knikten en klommen de hoge
cabine in, ‘s morgens vroeg, 18
augustus 1964. Vanaf een industrieter-
rein in de buurt begon onze reis. Een
onderaannemer vervoerde bederfelijke
waar naar Kopenhagen. De chauffeur
wilde wel lifters meenemen, mits deze
hem alert hielden op deze lange route
die hij in één keer zou rijden. ARBO,
tachograaf en een rijtijdenbesluit
bestonden nog niet in dat jaar.
Chauffeurscafé
Wij zagen hier een makkelijke manier
om in één keer in Denemarken te
komen. Via Enschede, Osnabrück en
Bremen reden we richting Hamburg.
Daar aten we in een chauffeurscafé.
Man, man, ik keek mijn ogen uit: wat
die kerels verorberden. Als ze een
paar Mark meer betaalden, kregen ze
een extra grote portie en een gewone
portie vond ik al veel. En het ging
allemaal naar binnen!
Vertellen
Na Hamburg, richting Lübeck, werd
het stiller op de weg, de avond begon
te vallen. Nu begon onze taak: de
chauffeur bezig houden. De ene mop
na de andere, anekdotes, verhalen
over onze studie, vriendinnetjes. Teun
Roos en ik vulden elkaar steeds aan,
maar op den duur weet je gewoon
niks meer. Toen draaide onze chauf-
feur, een gezellige dikkerd, de rollen
om. Hij begon te vertellen. Over zijn
vrouw, kinderen en ik weet al niet wat
meer.
Hert
Ondertussen was het aardedonker
geworden, koplampen aan, we reden
over de Lüneburgerheide. Op een
hoge heuvel werd de zware auto in
zijn vrij gezet en we denderden, met
meer dan 100 kilometer per uur over
de weg naar beneden. Tegenliggers
waren er niet. Ineens zagen we in een
flits een groot hert de weg oversteken.
Remmen was er natuurlijk niet bij.
Waarschijnlijk hebben we het dier
geschampt. Pas enkele kilometers
verderop, toen de auto uit zichzelf
langzamer ging rijden, stopten we.
Klommen uit de cabine, onderzochten
de bumper, maar vonden daar geluk-
kig niets.
Köbenhavn
Via de veerboot Puttgarden - Lol-
land reden we Denemarken in en na
een aantal uren zagen we de bordjes
‘Köbenhavn’ opduiken. Het was on-
dertussen al 1 uur ‘s nachts. Ergens in
de buurt van het centrum werden wij
er uitgezet. De gemoedelijke dikkerd
bedankte ons voor de nuttige conver-
satie, wenste ons succes, zwaaide,
claxonneerde een keer en vervolgde
zijn reis naar het bedrijf waar hij ‘s
morgens ging lossen.
Invalide stuurman
Daar stonden we. In een doodstille
wijk. Geen idee welke richting we
uit moesten naar de Borneovej. Daar
woonde een invalide stuurman met
zijn gezin. Teuns vader was verband-
meester bij de Shell en deze had de
zeeman geholpen toen hij daar het
ongeluk kreeg. Uit dankbaarheid had
de man gezegd: als er ooit eens een
familielid mijn kant op komt, dan is
hij welkom. Dat waren wij nu dus.
Maar midden in de nacht konden we
daar moeilijk aanbellen. Dus besloten
we richting het centrum te gaan en
later uit te zoeken waar de Borne-
ovej was. Ondertussen begon het te
motregenen. Zodoende schoten we bij
een kantoorpand de donkere nis bij de
voordeur in. Zochten in onze rugzak
wat eetbaars en drinken en instal-
leerden ons voor de rest van de nacht.
‘Nou, Arie, dat wordt een kil, winderig
nachtje’.
Zaklantaarn
Ineens ging de deur achter ons een
klein beetje open, een zaklantaarn
bescheen ons. Een nachtwaker
informeerde wat wij daar deden. In ‘t
Engels legden wij uit dat we studenten
uit Holland waren en morgenochtend
naar kennissen in de stad gingen. Toen
de man overtuigd was dat wij goed
volk waren, maakte hij ons duidelijk
dat we met onze bagage binnen moch-
ten komen en wenkte ons verder mee
het gebouw in.
We gingen een paar trappen af, naar
de kelder. Daar stond de cv-ketel, het
was er heerlijk warm en met handen
en voeten legde hij uit dat we daar
slapen mochten! Ongelooflijk, wat een
vriendelijke kerel. Dat lieten we ons
geen twee keer zeggen. De vochtige
kleren konden gelijk goed drogen.
Philipsvestiging
‘s Morgens kwam hij ons ophalen,
bracht ons naar de kantine waar we
heerlijk mochten eten en zei dat de
chef ons wilde spreken. Deze man
had al begrepen dat wij Nederlanders
waren en vertelde ons dat wij, - hoe is
het mogelijk - in het gebouw van de
Philipsvestiging in Kopenhagen had-
den geslapen. Gezellig met hem zitten
praten en hij zorgde dat een auto van
het bedrijf ons naar het huis van de
Deense stuurman bracht. Alweer zo’n
superaardige Deen!
Smörebröd
Maar zodoende stonden we rond half
tien daar al voor de deur. Na de eerste
verbazing werden we vriendelijk uit-
genodigd binnen te komen. Drie dagen
zijn we daar gebleven. Ik leerde er
bij mijn ontbijt smörebröd met haring
eten, daarna crackers met jam toe.
Wel wat anders dan de boterham met
hagelslag thuis !
Zeemeermin
In de stad alle highlights bezocht, de
zeemeermin, o, wat is ze klein; het
koninklijk paleis, de wisseling van de
wacht; het vliegveld Kastrup; pony-
rijden in een manège. De dochter des
huizes sjouwde vaak met ons mee. Zij
wist de weg goed. Teun en ik gingen
naar attractiepark Tivoli. Het leukste
wat me daarvan is bijgebleven, is het
gooien met afgekeurd aardewerk. Dat
gekletter van die brekende borden en
schalen. Je overtollige energie kon
je met dat gooi- en smijtwerk goed
kwijt. Toen we afscheid namen van
het gezin, voelde dat bijna als van je
eigen familie.
Grootste dancing
Al liftend kwamen we in Roskilde,
de stad met de koningsgraven en ons
doel voor die dag, Odense, op het
eiland Fünen, waar we van plan waren
naar de grootste dancing van die stad
te gaan. Op aanraden van de invalide
zeeman. Hij had daar nog mooie
herinneringen uit zijn vroegere leven
liggen.
Zo gingen we om een uur of tien, het
was nog licht, vanuit de jeugdherberg,
daarheen. We hebben er inderdaad
een mooie avond gehad. Na een paar
uurtjes kwamen we in contact met
een groep Deense VN-soldaten en zij
nodigden ons uit bij hen te komen zit-
ten. Drinken en dansen. De hele nacht
door! Toen we om een uur of vijf, zes
weer buiten stonden, was het al weer
licht. Terug naar de jeugdherberg kon
nog niet, want die was nog dicht. Maar
we zijn de tijd doorgekomen, hangend
op een bankje in een park.
Terugreis
In de dagen daarna ging het terug rich-
ting Holland en toen we in een dure
BMW bij de grens met Nieuweschans
stonden en ik aan een jongen vroeg of
deze weg ook naar de stad Groningen
liep en hij in goed Gronings ant-
woordde: Kwait nait, zei ik tegen onze
Duitse chauffeur dat we duidelijk op
de goede weg waren.
Hotelletje
In Groningen pakten we de trein naar
Amsterdam. Slenterden daar door
het centrum, sliepen in een hotel-
letje, ergens aan een gracht, voor drie
gulden de nacht, wat betekende dat we
met zijn achten in één ruimte sliepen.
Zwart, bruin, blank, van alles sliep
daar. De hele nacht mijn hand maar op
m’n rugzak gehouden. Geslapen heb
ik vast niet.
De volgende morgen de trein naar
huis. Moe, maar met veel leuke
herinneringen, die na ruim 50 jaar
nog steeds de moeite van het vertellen
waard zijn, kwamen we weer thuis.
Arie van der Stoep
Deens avontuur om nooit te vergeten
‘Nou, jullie weten wat er van jullie verlangd wordt: kletsen en
nog eens kletsen. Dat is de enige reden dat ik jullie meeneem.
Het wordt een lange rit en ik moet bij de les blijven. Oké ?’
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 22 augustus 2017
pagina 11
Zeemeermin in Kopenhagen
Overstekend hert
1...,2,3,4,5,6,7,8,9,10 12,13,14,15,16
Powered by FlippingBook