De Utrechter Week 34 - page 9

Door mijn geruzie en grote mond liep
ik nu helaas alleen. Om voor de eerste
keer, bijna een jaar na de oorlog, naar
Soesterberg terug te gaan. Kijken of de
Oostenrijkse familie Fürling met hun
drie kinderen er nog woonde en mis-
schien ook wel Koosje Weerdestein
of Johan Trap? Maar eenmaal buiten
de stad Utrecht gekomen, kreeg ik
vleugels. Bij het grote kruispunt kocht
ik bij een melkkar een fles yoghurt en
vervolgde mijn weg over het betonnen
fietspad, richting Soesterberg, naar
mijn vriendje Bas Fürling.
Portefeuille
Voor de spoorwegovergang bij Huis
ter Heide, ging ik even zitten. Naast
mij ontdekte ik een kleine witte porte-
feuille. Niemand te zien. Wat zit erin?
Ik haalde er een persoonsbewijs uit,
vijftig gulden, versnaperingsbonnen
en een Ausweis. Waarop stond dat de
eigenaresse permissie had dwars over
het vliegveld naar Soest te fietsen. Ik
stopte de portefeuille in mijn zak. Met
haar adres erin, kon ik hem altijd terug
sturen. Jammer van die vijftig gulden.
Na een half uurtje lopen, liep ik de
Banningstraat in. Verderop kon je
zomaar het vliegveld op lopen, niets
geen afzettingen meer. Gewoon
doorlopen. Boven de weg hingen
gekleurde vlaggen en een spandoek:
‘Labour Day festival 1945’. Voor de
inwendige mens was er voor ons, ‘de
niets gewend zijnden’, van alles te
krijgen. De Canadezen hadden smalle
sleuven in de grond gemaakt met
roosters erover. Met branders joegen
ze er vuur door om er de verschillende
soorten vlees op te braden. De kar-
bonade die ik aanwees kreeg ik voor
de eerste keer in een plastic bakje.
Kauwend op mijn karbonade zag ik
dat de leden van het Schotse regiment
aanstalten maken muziek te gaan
spelen. Ernaartoe lopend, ontdekte
ik de allereerste rodeobak. Er zaten
veel mensen op de hoge zijkanten die
keken naar een stier met een berijder
erop. Die alles deed om erop te blijven
zitten, wat hem aardig lukte. Maar…
ineens remde de stier, het zand stoof
op. De ruiter vloog omhoog en kwakte
pijnlijk tegen de omheining. Maar…
zag ik het nu goed? Zat Bas daar aan
de overkant op de omheining? “Hé
hallo”, riep ik. Langzaam draaide hij
zich om. “Verrek! Stephan! Hoe kom
jij hier?” “Lopend”, zei ik.
Bijpraten
Rondstruinend over het feestterrein,
kijkend naar de doedelzakspelers in
hun kleurige geruite kilts, een midway,
steile-wandrace, basketbalspelers. Dit
alles was uit Toronto overgevlogen.
Maar wij hadden elkaar ook veel te
vertellen over het laatste oorlogsjaar.
“Laten we naar mijn huis gaan”, stelde
Bas voor, “wat eten!” Bij aankomst
viel mij een hartelijke begroeting
van de familie ten deel. Ik werd er
verlegen van. “Maar nu eerst eten”,
zei zijn moeder lachend. “Stephan lust
vast wel wat.”
Het was weer als vanouds. Ieder kreeg
een houten plankje met een snee Duits
brood. Tuinkers, waarvoor we vroeger
altijd in de gieter moesten plassen, jam
van pruimen en alles uit de eigen tuin.
Ieder pakte ook weer zijn eigen zak-
mes, gelukkig had ik mijn Canadese
zakmes. Ik kon dus meedoen.
Na het eten bekeken we het gat achter
de keuken waar de motorfiets van
zijn vader net uitgegraven was. “De
Duitsers hebben hem nooit gevonden”,
lachte Bas. “Wij hebben ook nog een
geweer van mijn vader. Dat moet hij
nog inleveren.” “Laat zien”, zei ik.
“Ga dan naar de voorkamer! Dan haal
ik hem even van boven.” “Heb je er
verstand van”, vroeg ik. “Natuurlijk
joh.”
Even later kwam hij er de voorkamer
mee binnen en legde hem op tafel.
Vol bewondering keken wij ernaar.
“Komen ze hier niet binnen”, zei ik
zacht. “Nee, hier komen ze niet.” Hij
draaide het geweer voorzichtig om.
“Hij staat op veilig”, zei Bas. “Dat is
het eerste waar je naar moet kijken.
Pak hem maar op.”
Vergissing
Voorzichtig legde ik het geweer tegen
mijn schouder aan. Wat een zwaar
kreng. Ik viel er bijna mee naar voren.
“Kom hier!”, commandeerde Bas.
En nam het geweer over. “Zo… in de
holte van je schouder en aandrukken.
Goed aandrukken! En door het vizier
kijken naar je doel. En dan haal je
hier de trekker over. Kijk hier!” Een
oorverdovende knal echode door de
ruimte. Het geweer gleed met een
harde klap over de tafel. Bas schoof
onder de tafel. Ik dacht dat ik nooit
meer zou kunnen horen. “Klote!”, riep
Bas. “Verdomme… hij stond niet op
veilig!” Snel pakte hij het geweer en
liep naar boven. “De loop was warm”,
meldde hij toen hij beneden kwam.
“Zoek jij die huls eens op Stephan.”
“Die heb ik hier, joh.” “Oh, kom op,
we gaan naar het vliegveld.” “En de
kogel?”, zei ik. “De kogel? Die zit wel
ergens in”, gromde Bas (De kogel is
later gevonden in het huis aan de over-
kant in de uiterste rechtse hoek van het
raamkozijn. Wij hebben er nooit meer
iets van gehoord).
“In de toekomst gaan we naar Oosten-
rijk terug, ik denk volgend jaar.” Zijn
vader was als Oostenrijks staatsburger
al die jaren vliegtuigmonteur geweest
en in het laatste jaar van de oorlog
nog opgeroepen voor de weermacht.
Vandaar het geweer. Tegen de avond
nam ik, misschien wel voor de laatste
keer, afscheid van de familie.
Hondje
Terug met de propvolle tram. Daarin
stond een meneer met een schattig
jong hondje op zijn arm, dat ieders
aandacht trok. “Wil iemand hem mis-
schien hebben?”, vroeg de man. Het
werd stil in de drukke tram. Er kwa-
men verschillende liefhebbers, maar
ze hadden allemaal een excuus. “Hij is
wel lief”, zei een mevrouw, “maar ik
heb er al twee.” “Is het niets voor jou
jongeman. “ Ja… ik wilde hem direct
al hebben. Maar mijn opa en oma,
hun inwonende zoon en mijn moeder
zouden het niet accepteren. “Het is een
hondje voor jou!”, zei een mevrouw.
“Dat is toch prachtig”, zei een meneer.
“Een eigen hond.” Ik knikte, wat hij
denkelijk voor JA aanzag en voor ik
het in de gaten had, drukte de eigenaar
de hond in mijn armen. “Wees er goed
voor jonge man” en stapte uit. Daar
stond ik met de hond in mijn armen.
Het was al schemerig toen ik het slot
omdraaide en de gang door de kamer
inliep. “Goedenavond”, mompelde ik
bedeesd en zette het hondje neer. “Wat
krijgen we nou”, riep mijn opa. “Oh,
jochie, dat kan niet hoor”, vulde mijn
oma aan. “Geen hond hier in huis,
daar kunnen we niet aan beginnen en
wat denk je van je oom Jo die straks
thuis komt. Dan zijn de rapen echt
gaar. De grootste ellende krijgen we
ervan. Nee, die hond moet echt weg
dat kan hier absoluut niet. Hoe erg ik
het ook voor jou vind.”
Er was niet tegen aan te praten. Wat
ik ook naar voren bracht. “Kijk daar
heb je het al.” Mijn oma wees naar
beneden. Het hondje plaste tegen
de stoelpoot. “Met al die mensen in
dat kleine huis hier, ik had je wijzer
geacht”, bromde mijn opa. Intussen
plaste de hond tegen de volgende
stoelpoot. “Ik zal hem wat eten
geven”, zei mijn oma. “Daarna ga je
naar buiten en probeer je hem kwijt te
raken. Er zijn er genoeg die hem graag
willen hebben.”
Geluk bij ongeluk
Ik was in alle staten! Maar voordat
oom Jo thuis kwam, stuurde ze me met
dat hondje de straat op. Met de hond
snuffelend en plassend in alle hoekjes
liep ik wel een uur door de straatjes,
die grenzen aan de Daalsedijk. Ten
einde raad liet ik hem maar los, even
keek ik nog achterom en liep snotte-
rend naar huis. “Zo is het veel beter”,
zei mijn oma. “Kijk, zelf hebben we
nooit een hond gehad. En we zijn hier
al met vijf mensen in dat kleine huis.”
De volgende dag ben ik nog wel gaan
zoeken, maar niets, helemaal niets.
Een week erna werd er een grote taart
gebracht. Met fraaie letters stond erop
. ‘UIT DANKBAARHEID’ Hij bleek
gestuurd door de mevrouw van de
door mij gevonden witte portefeuille.
“Eerlijk duurt het langst”, brabbelde
mijn oma langs haar neus weg. Ja,
daar had ik wat aan! Geef mij die
hond terug!
030-8785912
Het schot in de ruimte
Op school had ik het met Eric afgesproken. De volgende morgen zouden we gaan lopen naar het
Labour Day festival in Soesterberg. Maar toen ik hem ‘s morgens thuis ophaalde, in de Leliestraat,
lag meneer nog in bed! “Dit vind ik wel waardeloos! van je”, zei ik nijdig. “Had dat gisteren gezegd!
Dan was ik met een ander gegaan.”
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 22 augustus 2017
pagina 9
Plattegrond bij ingang feestterrein Vliegveld Soesterberg
Het witte huis boven,het rechterdeel,woonde de familie Fürling.Foto’s D.Top
1,2,3,4,5,6,7,8 10,11,12,13,14,15,16
Powered by FlippingBook