De Utrechter Week 38 - page 7

Mijn wieg stond in de Van der
Mondestraat in Utrecht en ik kan mij
scharen achter ‘de Utrechtse 50 plus-
ser’ met 77 lentes achter de rug. Wij
wonen nu bijna 50 jaar in Helmond,
waar ik ruim dertien jaar bij een grote
drukkerij heb gewerkt als grafisch
technoloog en vervolgens mijn bakens
verzet heb naar de drukplaten- en
drukinktindustrie. Het grafisch beroep
was bij ons in de familie min of meer
een van vader-op- zoon-traditie. Drie
zoons van mijn opa uit de familie
Verschuur hebben hun hele werkzame
leven doorgebracht in de drukkerij.
Frappant was dat ze allemaal na
verloop van tijd een leidinggevende
functie bekleedden. Geknipt voor
hun vak? Ik kan hier alleen maar uit
opmaken dat het vaklieden waren in
hart en nieren. Met de paplepel in
gegeven? Wie zal het zeggen. Voor
zover de verhalen teruggaan, was mijn
opa waarschijnlijk ‘de aanstichter’ van
het typografische vak.
Handzetter
Mijn grootvader was handzetter bij
drukkerij van Boekhoven in Utrecht.
Lettertje voor lettertje uit de let-
terbak nemend, plaatste hij deze in
de zethaak. Zo regeltje voor regeltje
uiteindelijk hele pagina’s vormend
voor een nieuw te drukken boek. Zeer
arbeidsintensief en oplettendheid was
geboden om zo min mogelijk fouten
te maken, want daar werd je op afgere-
kend. De uitvinding van de loodzet-
machine resulteerde in een snellere
en eenvoudiger productiemethode,
omdat met dit systeem machinaal hele
regels in één keer konden worden
gemaakt. De handzetters ervoeren de
zetmachine als een bedreiging van
hun werk. Met minder mensen méér
productie. Het kostte mijn grootvader
zijn baan en dat kon hij maar moeilijk
verwerken, vernam ik uit overlevering.
Typograaf was een deftig woord voor
iemand die in een grafisch bedrijf
werkte. Vroeger stonden deze perso-
nen hoog in aanzien. Als één van de
weinigen hadden ze sinds 1913 een
Collectieve Arbeids Overeenkomst
(CAO) tussen de Werkgevers- en
Werknemersorganisatie en de grafi-
sche bond. Je mocht alleen werken in
een grafisch bedrijf als je óók lid van
de vakbond was.
Pensioenfonds
Ook had men in die tijd al een pen-
sioenfonds voor de medewerkers. Wel-
licht was dàt de reden van ‘het etiket’
dat op de typograaf werd geplakt.
In 1917 werd een gereglementeerde
opleiding ingevoerd. Het bedrijf bood
een leerovereenkomst aan, waarvan
de werkgever de kosten vergoedde.
Om in het drukkerijbedrijf te mogen
werken, moest je een getuigschrift
hebben van de lagere school, niet
meer leerplichtig en minimaal 14 jaar
zijn. Een psychologische test was
noodzakelijk om de geschiktheid voor
het vak te toetsen. Ook deze kosten
droeg de patroon. Afspraken tussen
werkgevers en werknemers werden
met de bonden duidelijk vastgelegd.
Zo was er een regel, dat het bedrijf
aan handzetters per dag een halve liter
melk moest verstrekken. Dit omdat
men met lood werkte en de loodstof
wellicht inademde, wat een gering
gevaar opleverde voor de gezondheid.
Daarentegen had men toen nog weinig
inzicht in de omgang met oplosmidde-
len die drukkers gebruikten om druk-
vormen en inktwerken van machines
te reinigen. Veel later werd duidelijk,
dat deze oplosmiddelen de zogenaam-
de drukkers- of schildersziekte konden
veroorzaken.
Lange dagen
De gebouwen moesten een goede
fundering hebben, omdat de zware
drukmachines trillingen veroorzaak-
ten, die zowel aan het gebouw als aan
het drukproces schade toe konden
brengen. Om de kleuren tijdens het
drukken door de drukkers goed te kun-
nen beoordelen, was goede verlichting
van belang. Hoewel niet altijd moge-
lijk, werd toepassing van daglicht op
de noordkant aanbevolen. Het gebruik
van ‘het licht op het noorden’ was be-
langrijk, omdat aan de noordkant geen
zoninstraling plaatsvindt en er dus
geen invloed ontstaat door zoninstra-
ling, waardoor kleurvergelijking zou
worden beïnvloed.
De werktijden waren over de dag ver-
deeld met een kleine pauze ‘s morgens
en ‘s middags. Eten onder werktijd
werd niet geduld. Het was heel
gebruikelijk dat men tussen de middag
een schaft had van een uur, om thuis
de maaltijd te kunnen gebruiken. Van
de exacte werktijden destijds is geen
duidelijk beeld. In de CAO van 1942
stond dat een normale arbeidstijd 48
uur per week bedroeg, verdeeld over
de eerste vijf dagen werkdagen 8,5
uur en op zaterdag 5,5 uur. Het was
verboden op zondag grafisch-techni-
sche arbeid te doen verrichten, maar
daarvan kon de bevoegde bedrijfsin-
stantie dispensatie verlenen. Overwerk
moest tot het noodzakelijkste beperkt
en uitzondering blijven.
Ondanks dit alles sloeg de grafische
vonk ook over op mijn vader. Hij koos
ervoor zich als boekdrukker te be-
kwamen in hetzelfde bedrijf als mijn
grootvader. Het ging de boekdrukker
voor de wind. Technisch een streber
en voor ieder probleem wist hij een
oplossing te bedenken.
Op het matje
Om aan te geven dat, zoals eerder
vermeld, je op je fouten werd afgere-
kend, geef ik graag een anekdote van
wat mijn vader overkwam met een
afgedrukte order. Nadat een order was
afgedrukt, als ik mij goed herinner
een nota voor een notaris met Kaart-
Antiek letter (letters met gearceerde
streepjes) bleek in het drukwerk een
aantal letters te zijn beschadigd. En
dat past natuurlijk niet bij een goede
kwaliteit. Het drukwerk werd afge-
keurd en moest over. Mijn vader werd
op het matje geroepen bij de directeur
en gedegradeerd naar een kleine druk-
pers. Als straf moest hij bovendien de
overdrukkosten betalen. Je begrijpt dat
dat nogal wat betekende.
Protest
Hij tekende protest aan en liet de zaak
voorkomen bij een beoordelingscom-
missie, bestaande uit een afvaardiging
van de grafische bond en werkgevers-
organisatie. Hoog gespeeld dus! Mijn
vader, slim als hij was, haalde toen het
door zijn chef gefiatteerde drukvel uit
de orderzak en constateerde, dat ook
hier de beschadigde letters aanwezig
waren. Dit gebruikte hij als bewijs-
voering voor zijn onschuld. Tijdens de
hoorzitting kwam hij met het ‘bewijs’
op tafel en de uitspraak van de com-
missie was voor hem zeer gunstig.
‘Geen betaling van de overdrukkosten
en eerherstel in functie’.
Dat laatste gebeurde niet. Dat bracht
hem ertoe dit bedrijf vaarwel te
zeggen. Er waren voor hem promo-
tiekansen genoeg. Op jonge leeftijd
promoveerde hij bij een nieuwe
werkgever tot voorman en al gauw
verliet hij Utrecht om bij een groot
drukkerijconcern in Hilversum als
drukkerijchef de technische touwtjes
in handen te nemen. Hij werkte daar
tot zijn pensionering met plezier.
Derde generatie
Mijn eerste vakantiewerk was in de
drukkerij bij mijn vader. Ik raakte daar
onder de indruk van de grote drukma-
chines. De beroepskeuze was voor mij
dan ook niet moeilijk en ik koos voor
de Grafische School -Jutphaseweg 3 in
Utrecht voor mijn boekdrukkersoplei-
ding. Je kon toen op je vrije zaterdag
bij een drukkerij gaan werken om
ervaring op te doen. Ik klopte hiervoor
aan bij Drukkerij Bosch aan de Oude
Gracht. Daar kon ik op de vormvoor-
bereiding komen werken, waar clichés
op loden ‘voeten’ werden gemonteerd.
Heel leerzaam!
Loon naar werken dacht men toen
en een vergoeding van 25 cent per
uur was een klein zakcentje. In mijn
geheugen staat gegrift, dat ik elke za-
terdag van Jan van Veen, de vader van
Herman van Veen, 1 gulden en 75 cent
kreeg, om Bossche bollen te halen bij
de LUBRO op de Lijnmarkt. Dat was
dus voor zeven stuks. Rondkijkend
telde ik maar zes mensen en vroeg me-
neer Van Veen: “Dat is 25 cent teveel
toch?” “Ja jochie”, zei hij vriendelijk,
want dat was hij, “maar van de 25 cent
per uur die je hier krijgt, hoef jij niet
ook nog eens een Bossche bol te beta-
len. Zolang jij bij ons zaterdags op de
afdeling werkt, trakteer ik jou hierop.”
Dat is toch geweldig!
De Lach
Na mijn schoolopleiding kon ik bij
drukkerij Bosch in dienst komen.
Weliswaar niet meer op de vormvoor-
bereiding, maar in de grote drukkerij.
Ik zie het nog voor me. Een verhoogd
plateau, waarop de chef, meneer van
der Voort, goed zicht had op de druk-
kerij. Een statige man met een lange
grijze stofjas. Hij straalde gezag uit,
dat zeker, maar was een heel aardige
man. Ik moest werken aan een kleine
Terno stopcilinderpers, die stond bij
het bureau van de heer Van de Ven,
die als toezichthoudend voorman de
jongere drukkers onder zijn hoede had.
Vele Gemeenteverslagen heb ik daar
gedrukt, alles nog met de hand inleg-
gen. Oudere drukkers onder u zullen
zich nog wel herinneren wat een klus
dat was. Af en toe mocht ik als hulpje
bij Cor Bikker staan. Dat was heel
wat. Hij drukte altijd de omslagen van
het toen nogal frivole tijdschrift ‘De
Lach’. Zijn drukpers stond achterin
de drukkerij bij de ramen, aan de kant
van de Korte Nieuwstraat. Het was al-
tijd redelijk druk met voorbijgangers,
die even stilhielden om het frivole
drukwerk te bewonderen.
Specialiseren
Ik weet nog dat Dick Bruna zijn
ontwerpen maakte voor onder andere
de pocketboekjes ‘Zwarte beertjes’
voor de serie van Havank. Die werden
ook gedrukt op de ‘Lachpers’ zullen
we maar zeggen. De drukvellen van
de binnenwerken werden gedrukt op
de grote tweetoeren-persen, naar mijn
idee toen een ‘beddenlaken-formaat’.
Toen kwam het bericht van het Minis-
terie van Defensie dat ik in februari
1959 mijn dienstplicht moest gaan
vervullen. Omdat het offsetdrukproces
zich voortdurend ontwikkelde en het
boekdrukkersvak op lange duur wel-
licht geen toekomst meer zou bieden,
heb ik de bakens verzet en ben me
gaan specialiseren in de wetenschap-
pelijke benadering van het drukpro-
ces bij het Instituut voor Grafische
Techniek TNO in Amsterdam. Na mijn
pensionering werk ik als vrijwilliger
bij het ‘Industrieel Erfgoed Helmond’.
We hebben een kleine drukkerij/zet-
terij en uniek grafisch laboratorium
opgezet, om bij jongeren interesse op
te wekken voor de grafische industrie.
Het bloed kruipt waar het niet gaan
kan, toch?
A.C.Verschuur
0492-536231
Een typograaf stond in hoog aanzien
Blij verrast was ik toen onze dochter Annemieke De Oud Utrech-
ter van dinsdag 25 juli 2017 voor mij had meegenomen. Ik trof
daarin het artikel ‘Beste tijd van mijn leven bij drukkerij’ aan.
Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt en ik vond er veel herken-
bare aanknopingspunten in terug. De drukkerij van Boekhoven-
Bosch kwam weer geheel terug in mijn herinnering.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 19 september 2017
pagina 7
Klas 2 van School Grafische Vakken.Docent de heer Oosterbaan geeft uitleg aan de Planeta
1,2,3,4,5,6 8,9,10,11,12,13,14,15,16,17,...20
Powered by FlippingBook