De Utrechter Week 40 - page 13

afliepen was door de winkels gezel-
lig verlicht. Bij de Acaciastraat, een
wat donkere zijstraat, opperde mijn
moeder: “Laten we deze straat maar
ingaan. Zo steken we het hele stuk
om het abattoir af. Achter in de straat
lopen we een bouwterrein over, dan de
rijweg en zo de Rietstraat in.”
De Acaciastraat liep uit op een braak-
liggend terrein. We liepen schuin het
al wat schemerachtige terrein over,
naar de lichten van de langs rijdende
auto’s verderop. Mijn moeder liep iets
voor mij.
“Gaat het?”, vroeg ze achteromkij-
kend. “Ja! prima”, antwoordde ik
verbaasd. We liepen tenslotte op een
geëgaliseerde bouwplaats. met enige
begroeiing.
Het gebeurde tamelijk vlug. Het ene
ogenblik liep ik nog, daarna zakte ik
traag naar beneden, ik worstelde om
eruit te komen, maar voor ik het in de
gaten had, stond ik tot mijn borst in
een vieze stroperige stinkbrij waarin
ik probeerde te draaien om terug
te lopen, maar ik voelde mij steeds
verder weg zakken. Mijn moeder liep
met uitgestrekte handen zenuwachtig
om de brij heen. Ik kon haar handen
net niet grijpen. Langzaam gleed ik
verder weg. Ik vond het onbegrijpelijk
dat ik er niet uit kon komen. “Pak mijn
hand!”, schreeuwde mijn moeder. “Ik
zak steeds weg”, riep ik. “Het gaat
niet! Het slurpt mij op.” Intussen stond
ik al tot mijn oksels in die stinktroep.
We raakten nu lichtelijk in paniek.
Parapluhandvat
“Help, help!”, gilde mijn moeder. Ik
bleef stokstijf staan, durfde mij niet
meer te bewegen en voelde me steeds
iets zakken. Intussen was het aardig
donker geworden. Ik zag mijn moeder
als een schaduw om het zand lopen.
“Stephan! Let op!” Langzaam zag ik
een parapluhandvat naderbij komen.
Voorzichtig om niet verder weg te zak-
ken hief ik mijn ene arm voorzichtig
boven de smurrie uit. “Ik heb hem”,
schreeuwde ik. Heel langzaam werd
ik nu naar voren getrokken. Toen werd
het zwart. “Hou goed vast”, riep mijn
moeder. Het trekken aan de paraplu
stopte. De paraplu bewoog nu alle
kanten heen, ik deed alles om het
handvat stevig vast houden. “Let op”,
riep mijn moeder, “ik ga trekken.”
Heel traag kwam ik boven het slijk
uit. Toen mijn voeten eindelijk de
vaste wal voelden, huilde mijn moeder
achter de paraplu die open gesprongen
was. “Je had zo maar verdwenen kun-
nen zijn. Hoe is het mogelijk. Je ziet
er niets van. Kijk! kijk! Het sluit zich
vanzelf. Het lijkt wel drijfzand! Kom
alsjeblieft hier vandaan.” Ze pakte mij
bij mijn droge schouder. Wijdbeens
van de smurrie liep ik in een soort ver-
doving mee naar de verlichte rijweg.
“Je stinkt wel verschrikkelijk”, glim-
lachte ze. “Hier de weg oversteken.
Bij tante Truus maken we je schoon.”
Vooraan in de Rietstraat belde ze aan.
Tuinslang
“Oh meid, wat nou, wat is er in
godsnaam gebeurd?”, riep mijn tante.
“Vreselijk! En wat stinkt hij.” Vol
verbazing kwam nu de hele familie
kijken. Of ik een opgegraven prehisto-
rische amphora was. Achteraan stond
mijn oom Henk. “Direct naar achteren,
Stephan, naar de plaats, ik kom.” Toen
ik achterom liep ging het buitenlicht
aan. Een rol tuinslang koppelde hij
aan de buitenkraan. “Even koud voor
je, maar het is zo gebeurd. Benen en
armen opzij. Goed zo!” Toen spoot er
een ongelofelijke golf ijskoud water
over mij heen. Tijdens het spuiten
moest ik telkens een kledingstuk
uittrekken, totdat ik naakt stond. “En
nu, hup naar binnen, je tante heeft wel
kleding van onze Jan voor je.”
Drijfnat ging ik de keuken in, waar
mijn tante mij warm en droog wreef.
En ik argwanend keek of één van zijn
dochters niet per ongeluk binnen-
kwam. Tenslotte zat er al een vreemde
vrouw aan mijn lichaam.
‘s Avonds zaten we, ik met een iets te
krap pak, aan de koffie. “Hoeveel kost
die fluit die je gezien hebt, Stephan?”
“Tien gulden vijftig”, zei ik, “bij de
muziekhandel op de straatweg.” “Nou,
dan krijg jij die van mij.” En hij pakte
zijn portefeuille. “Maar er wel goed
op leren spelen, jongen. Want die fluit
van jou is door de kou bevangen, daar
heb je weinig meer aan.” Met een
vuurrood hoofd nam ik het geld aan.
Stephan Godijn
030-8785912
Een snellere weg is niet altijd de beste
“Vertel nog eens een oud
verhaaltje van vroeger oom
Stephan.” “In De Oud-Utrech-
ter, Fabian! Daar staan er wel
zestien van mij in.” “Maar
niet die van achter het abat-
toir.” “Nee, dat klopt, maar
ik ben daar wel bijna gestikt.
Luister!”
“Mijn moeder en ik gingen op een
avond op bezoek bij tante Truus in de
Rietstraat. Ik zal 11 jaar geweest zijn.
De Amsterdamsestraatweg die we
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 3 oktober 2017
pagina 13
De Rietstraat van nu
Eway is een rode kater die rondzwierf
op het bedrijventerrein in Vianen. Een
paar keer per dag kwam hij langs, bij
het bedrijf waar ik werkte. Zijn naam
dankt hij aan de bedrijfsnaam ‘Eways’
(ECI). Vaak was hij er ‘s morgens
vroeg al en werden de personeelsle-
den, toch wel op enige afstand, door
hem verwelkomd. Eway werd onze
‘huiskat’. In het fietsenhok stond altijd
vers water, een bakje voer, en een doos
waar hij vaak een tukje in deed. Het
was een echte ‘macho’, deze kater. Re-
gelmatig zat hij onder de krabben en
beten, waarschijnlijk opgelopen door
het vechten met andere katten.
Februari 2014 sloot het bedrijf zijn
deur en bleef Eway eenzaam achter.
Enkele ex-medewerkers van het be-
drijf bekommerden zich om hem. Elke
dag was er wel iemand die even bij
Eway ging kijken. Zelfs spraken we
zo af en toe met elkaar af en dronken
koffie op het buitenbankje bij het
fietsenhok. Met Eway als middelpunt.
Altijd kwam hij voorzichtig en een
beetje schuw tevoorschijn, om zijn be-
zoek te begroeten. Op zeker moment
zag een van zijn ‘fans’ tijdens zo’n
bezoekje dat Eway een behoorlijke
wond aan zijn poot had. Na overleg
met een dierenarts werd besloten
hem te behandelen met antibiotica.
Maar probeer maar eens een wilde kat
medicijnen toe te dienen. Firoza, een
van zijn trouwste bezoekers, kreeg het
voor elkaar zijn vertrouwen te winnen
en het medicijn te geven. Twee keer
per dag probeerde zij dat. Ook wel-
eens zonder resultaat, omdat ‘meneer’
waarschijnlijk op muizenjacht was
en niet op haar geroep af kwam. De
behandeling had na een poosje effect.
Eway genas van zijn verwonding en
was weer de macho als vanouds.
Na enige tijd hoorden we dat het
gebouw werd gesloopt. Wij maakten
ons zorgen om Eway en wilden hem
niet aan zijn lot overlaten. Er moest
een oplossing komen. Zomaar laten
lopen ging veel van zijn ‘verzorgers’
aan het hart, maar mee naar huis
nemen was ook geen optie. Het was
nog steeds een ‘wilde’ kat, die erg aan
zijn vrijheid gehecht was. We kregen
een tip over Stichting Dierenthuis te
Almere, een opvang voor kansarme
dieren die niet meer in de maatschap-
pij passen vanwege hun ziekte of
gedrag. Zoals verwilderde katten, kat-
ten die het dodelijke virus AIDS(FIV)
of Leucose(FeLV) dragen en oude
zieke honden, of honden met ernstige
gedragsproblemen. Voor verwilderde
katten is nauwelijks plek in deze
maatschappij. Zij belanden dikwijls in
asielen zonder hoop op herplaatsing of
met grote kans op onnodige euthana-
sie. Gelukkig is er een organisatie die
zich het lot van deze stakkers aantrekt:
Stichting Dierenthuis. Dieren die
elders langdurig onplaatsbaar bleken,
worden er met veel liefde en zorg om-
ringd, zodat ze eindelijk van een fijn
leven mogen genieten. Zonder hokken
en tralies op een terrein van 30.000
vierkante meter met bomen, struiken
en vijvers om in te zwemmen. En om-
dat ze al genoeg hebben meegemaakt,
mogen ze hier voor altijd blijven.
Eway moest door een zogenaamde
‘ballotagecommissie’. Na enkele we-
ken, net voor de sloop van het gebouw
begon, hoorden we dat hij mocht ko-
men. Wat waren we opgelucht. Eway
kreeg een nieuwe toekomst. Firoza,
zijn ‘vertrouwenspersoon’, bracht hem
met nog enkele ‘fans’ naar Almere.
Hij werd onderzocht en gecastreerd
en hierdoor een stuk rustiger. Er werd
bekeken bij welke andere katten hij
zich thuis zou voelen. Nu, ruim twee
jaar later zijn we nog steeds blij dat we
dit voor hem geregeld hebben. Diverse
keren mochten we hem opzoeken.
Nog altijd reageert hij op de stem van
mijn ex-collega Firoza. Als zij hem
roept, komt hij naar haar toe. Mooi om
te zien. Wat heeft hij het goed daar!
Maar niet alleen hij, ook alle andere
dieren worden er in de watten gelegd.
Stichting Dierenthuis werd opgericht
in december 2001 en wordt gerund
door twee beheerders. Om continue
zorg te kunnen bieden wonen zij tus-
sen de dieren in. Bij de professionele
dierverzorging krijgen ze steun van
een enthousiast team dierverzorgers
dat met regelmaat wordt uitgebreid.
Zowel beheerders als dierverzorgers
krijgen geen salaris. Het is puur
liefdevol vrijwilligerswerk. Donateurs
en adoptanten steunen het werk van
Dierenthuis. Daarmee kan het hui-
dige aantal dieren optimaal verzorgd
worden. Wil de Stichting meer dieren
opnemen, dan zijn meer donateurs
nodig.
Benieuwd naar de bewoners van
Dierenthuis? Lees over hen op de
bewonerspagina. Ikzelf heb komende
7 oktober weer een ‘meet and greet’
met Eway en al de andere beestjes. Ik
kijk hier erg
naar uit.
Clasien
Calboo-
Heideman
Eway
‘Explosieve groei aantal
zwerfkatten in de regio’ las
ik nog niet zo lang geleden in
het AD. Mijn gedachten gin-
gen direct naar Eway.
1...,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12 14,15,16
Powered by FlippingBook