De Utrechter Week 42 - page 7

Vlakbij de kolenkachel stond de
huiskamertafel. De grote hanglamp
erboven was het enige lichtpunt in
de kamer wanneer het donker werd.
Pas in de jaren vijftig adverteerde
Philips met het gebruik van lampen
voor schemerlampen, waardoor er
meer lichtpunten in de kamer zouden
komen.
De stoelen bij de tafel hadden losse
zittingen, die eruit gehaald konden
worden om ze schoon te borstelen.
Onder de tafel lag een vloerkleed
met aan de smalle zijden franjes, die
op vrijdag netjes gekamd moesten
worden. Op de patronen van het kleed
fantaseerde je als kind wegen voor je
autootjes. Als er geen geld was, maak-
te je zelf van luciferdoosjes auto’s,
maar het mooiste was toch wel voor
je verjaardag een echte Dinky Toy te
krijgen. Zelfs nu zijn deze autootjes
nog een verzamelobject.
Aan de huiskamertafel werden borden
leeggegeten, pinda’s gepeld, spelletjes
gespeeld, werd gezongen, gepraat en
huiswerk geleerd. Bekende spelletjes
waren: Mens erger je niet, ganzenbord,
monopoly, hoedjewip, pim-pam-pet
en domino (een spel waarbij bij elkaar
passende steentjes tegen elkaar werden
gelegd en niet, zoals tegenwoordig op
de televisie te zien is, werden gebruikt
om ze te laten omvallen). De jongens
vermaakten zich vooral met stokken-
en blaasvoetbal, waarbij het er zo fel
aan toe kon gaan dat het spuug uit de
blaaspijpjes liep.
Meccanodoos
Soms werd de rails uitgelegd om de
opwindbare trein te laten lopen (later
kwam de elektrische trein). De bouw-
doos werd opengemaakt en er werden
huizen gemaakt en met het materiaal
uit de meccanodoos konden prachtige
voertuigen en machines in elkaar
worden geprutst. De prachtige voor-
beelden op de doos zagen er geweldig
uitdagend uit, maar het lukte (mij in
ieder geval) nooit zulke schitterende
hijskranen en torens ook zelf in elkaar
te zetten.
Electro was een vraag- en antwoord-
spel, waarin bij het goede antwoord
een lampje ging branden. Volgens de
uitgever Jumbo was het ‘geheimzin-
nig, spannend én leerzaam’.
In de doos van het spel Hamertje Tik
zat een rechthoekig stuk zachtboard.
Daarop moesten de gekleurde houten
stukjes in allerlei vormen met een
klein gaatje middenin met minuscule
spijkertjes en een hamertje ‘getim-
merd’ worden.
Het Aquariumspel bestond uit een
kartonnen doos zonder bodem met
daarop een tafereeltje van een sloot.
Er zaten twee hengeltjes bij, voorzien
van een magneetje of haakje en enkele
kartonnen visjes met een ‘ijzertje’
of ringetje aan hun snuit en op hun
buik een cijfer, variërend van 1 tot 9
punten. Een kartonnen pan en schoen
waren de ‘jokers’ in het spel en had-
den natuurlijk nul punten. Het spel
kon je alleen of met z’n tweeën spelen.
Na het neerzetten van het ‘aquarium’
gooide je de visjes, pan en schoen
in ‘het water’. Daarna mocht je bij
toerbeurt, zonder in het aquarium te
gluren, naar een visje hengelen.
Meisjes konden soms echte poppen-
moeders zijn. Er werd gekamd, gewas-
sen, gevoed, geknuffeld, gekleed en
met poppenwagens rondgereden.
Knutselen
Als je aan tafel wilde knutselen, moest
natuurlijk eerst een opengevouwen
krant op de tafel gelegd worden om als
ondergrond te gebruiken, anders kreeg
je ruzie met je moeder.
Wanneer je bijvoorbeeld een kijkdoos
wilde maken, ‘organiseerde’ je ergens
een schoenendoos. In deze karton-
nen doos werd in de korte kant een
kijkgaatje geknipt. Uit ansichtkaarten
of tijdschriften werden figuurtjes
geknipt en in de doos geplakt om een
mooi panorama te maken. De lijm die
daarvoor gebruikt werd, was meestal
Gluton. Het was witte lijm met een
kwastje aan het dopje. De haren van
het korte kwastje gingen op een gege-
ven moment door de lijm zitten. Die
lijm droogde trouwens lelijk korrelig
op. Over de open bovenkant werd ge-
kleurd vliegerpapier geplakt. Door het
kijkgaatje had je dan een fraaie inkijk.
Ooms, tantes en buren mochten voor
een paar centen ook in de kijkdoos
kijken en dat gaf een leuke aanvulling
op je zakgeld.
Aan de radio gekluisterd
Iedereen zat in de jaren ‘50 ‘s
avonds aan de radio gekluisterd. Die
radio stond ook in de buurt van de
kolenhaard. Elke avond was er wel
een amusementsprogramma waarvan
genoten kon worden. Dat begon op
maandag met De familie Doorsnee.
Het VARA-programma, waarvan de
zeer komische teksten geschreven
werden door Annie M.G. Schmidt,
heette eigenlijk ‘In Holland staat een
huis’. Cor Lemaire maakte de muziek,
want elke aflevering had minstens een
liedje. De stemmen waren van Cees
Laseur, Sophie Stein, Kees Brusse, Lia
Dorana, Hetty Blok en Jo Vischer jr.
Dit zeer populaire programma werd
uitgezonden van 1952 tot 1958.
Op dinsdag natuurlijk het AVRO-pro-
gramma De bonte Dinsdagavondtrein,
met artiesten als Snip en Snap, Bob-
bejaan Schoepen, Toon Hermans, Rudi
Carrell en Willy Alberti. Het publiek
werd per trein naar Hilversum ver-
voerd en vervolgens door het Philips
Fanfareorkest naar de AVRO-studio’s
begeleid.
Op donderdag werd mijn favoriete
programma uitgezonden: Koek en
Ei. Het ging over de beslommeringen
van een gezin aan de ontbijttafel met
de toppers uit die tijd: Ko van Dijk,
Conny Stuart, Joop Doderer en Johan
Kaart.
De KRO zond van 1949 tot 1954
Negen heit de klok uit. Het pro-
gramma was bedacht door Jan de Cler
en Alexander Pola. In tegenstelling
tot andere amusementsprogramma’s
haakte het regelmatig in op de actua-
liteit. Tijdens het programma werden
sketches en liedjes uitgezonden.
De Showboat werd vanaf 1953 uitge-
zonden door de VARA. Stadgenoot
Wim Sonneveld dankte zijn popula-
riteit aan dit programma. Wekelijks
kroop hij in de huid van de orgeldraai-
er Willem Parel. Kreten als “Niet op
reageren Lena” en “Waterverf” waren
in die dagen, dankzij deze creatie, veel
gehoorde uitdrukkingen op straat.
En tenslotte op zondagavond het
sciencefiction hoorspel Sprong in het
heelal of het detectiveverhaal Paul
Vlaanderen met in de hoofdrollen Jan
van Ees en Eva Janssen.
Een eigen kamer
Toen in de jaren ‘60 de televisie zijn
definitieve intrede deed in de huiska-
mer, werd de buitenwereld de huiska-
mer binnen gebracht en de inrichting
van de kamer veranderde. Door de
grote ramen van de nieuwbouwhuizen
kon iedereen gemakkelijk naar buiten
en naar binnen kijken. In de oudere
huizen verdwenen de schuifdeuren en
het aardgas kwam. Door de centrale
verwarming werd het overal aange-
naam warm in huis.
De gezinnen werden kleiner, de huizen
groter en de kinderen kregen vaak een
eigen kamer. Zij hadden geen behoefte
meer ‘s avonds beneden met hun
ouders in de huiskamer te zitten. Door
dat kamertje hadden ze een eigen
plek in het huis. Daar stond het bed
en het bureautje waar het huiswerk
gemaakt werd. Een bureaulamp met
trekveren of een flexibele hals lichtte
bij en het Tomado boekenrekje prijkte
met Arendsoog- en Pietje Bellboeken
aan de wand. Zo’n kamertje kreeg
een eigen sfeer door posters aan de
muur, een visnet aan het plafond en
een druipkaars in de groene Italiaanse
Chiantiwijnfles op het rotantafeltje.
De jeugd draaide zijn eigen muziek
op hun ‘pick-up’ en luisterde op hun
radiootje naar Radio Luxemburg en
de piratenzender Radio Veronica.
Daarbij begon in die jaren de opstand
van de oudere jeugd op universiteiten,
scholen en op straat. Alles veranderde:
de wereld stond open en niemand
wilde ineens meer iets weten van de
‘bekrompen’ huiselijkheid uit de jaren
veertig en vijftig.
Wout van Kouwen
Spelletjes doen rond de kolenhaard
De vorige keer heb ik het gehad over de kolenhaard, maar vlakbij
die kolenhaard speelde zich nog meer af. Er werd volop naar de
radio geluisterd, spelletjes gedaan en geknutseld.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 17 oktober 2017
pagina 7
De schrijver (rechts) op 12-jarige leeftijd,dominospelend aan de huiskamertafel
Blaasvoetbal: oppassen dat je elkaar niet onderspuugde
Wat je niet allemaal kon doen met de spullen
uit de Meccanodoos!
Winteravondspel aan de huiselijke haard
1,2,3,4,5,6 8,9,10,11,12
Powered by FlippingBook