De Utrechter Week 42 - page 9

Alle Nederlanders hadden in die tijd
de plicht hun eigen straatje, althans
het gedeelte voor hun huis, sneeuwvrij
te maken. Ik bedoel hiermee de stoep
sneeuwvrij te maken. In de arbeids-
wijken was dat geen probleem. Daar
deden de mensen dit zelf. Maar in de
betere wijken lag dat anders. Je kunt
als beter gesitueerde toch geen arbei-
derswerk gaan verrichten? Dus werd
er betaald om te laten sneeuwruimen.
Het was voor een arbeidersjongen
in het geheel geen probleem zo’n
wijk te vinden. Ik woonde toen in
Oudwijk en bij ons om de hoek lag het
Wilhelminapark. Sneeuw en straten
genoeg. Voor het schoonmaken van
de straat rekende je een dubbeltje, lag
er een tuinpad bij, dan rekende je een
kwartje.
Chique dame
Op een van de adressen waar ik kwam,
deed een heel chique dame open en
toen ik vroeg of ik haar stoep sneeuw-
vrij mocht maken, was het eerste wat
ze vroeg: “Jongen, wat kost me dat?”
Toen ik naar waarheid antwoordde:
“een dubbeltje mevrouw”, deed ze
alsof ze een appelflauwte kreeg: “Een
dubbeltje? Je maakt zeker een grapje,
vijf cent is meer dan genoeg.”
“Helaas mevrouw”, antwoordde ik,
“het is een dubbeltje.”
Dat was toch echt veel te veel, volgens
mevrouw. Nu kan je natuurlijk heel
lang gaan zeuren over het bedrag,
maar ik vond dat het een zeer fatsoen-
lijk bedrag(je) was en hield dus voet
bij stuk dat het een dubbeltje kostte.
En als ze dat bedrag niet wilde beta-
len, jammer dan, dan maar niet.
Dubbeltje
Toen ik dus aanstalten maakte om te
vertrekken, riep mevrouw mij terug en
mocht ik alsnog haar stoep sneeuw-
vrij maken voor het, volgens haar, te
hoge bedrag van een dubbeltje. Nadat
ik klaar was, belde ik weer aan en
mevrouw ging de stoep controleren
of ze wel waar kreeg voor het geld!
Gelukkig was dat zo en kreeg ik mijn
dubbeltje. Wilde je het netjes doen
dan was je toch minstens twintig
minuten kwijt per stoep. Was je eerder
klaar, dan waren er toch mensen die
durfden te zeggen: “Nou, dat is gauw
verdiend.”
Klaar mee
Ik heb het sneeuwvrij maken van stoe-
pen een seizoen gedaan en toen was ik
er klaar mee. Maar al met al blijft het
een leuke herinnering.
Theo de Ruiter
ruit
Sneeuwruimen voor een dubbeltje
Ofschoon we in Nederland nog een paar maanden geduld moeten
hebben voordat we (hopelijk) weer sneeuw zullen zien, moest ik
toch terugdenken aan de winters aan het eind van de Tweede
Wereldoorlog en de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog. In
die tijd kon je nog spreken van echte winters. Veelal lagen er in
die tijd pakken van 20 tot 30 centimeter sneeuw.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 17 oktober 2017
pagina 9
Het sneeuwvrij maken van je eigen stoep was vroeger verplicht.
Cor en ik hadden een ‘gulden mid-
denweg’ uitgekozen en gingen met
de auto naar het Zwarte Woud. Mijn
schoonmoeder zei: “O ja? Daar hoor
je nooit meer iemand over. Dat was
vroeger DE plek waar veel ouderen
naartoe gingen!”
Aangezien wij óók al dik in de
zestig(!) zijn en geen hots knots
vakanties, maar rust willen, leek het
ons een uitstekende keuze. We hadden
er veel over gehoord en gelezen. Héél
veel info op internet kunnen vinden
en zelfs op Youtube prachtige filmpjes
over de omgeving kunnen bekijken.
Dat is toch wel mooi tegenwoordig.
Waar ga je heen? Hoe ziet het er daar
uit? Tik tik tik op de pc en hup….
daar begint de voorpret. Ik zat vanaf
januari al wekelijks in het Zwarte
Woud….dan wel achter de pc, maar
toch….de voorpret was al bijzonder.
Sommige mensen probeerden die pret
te verstoren door ons aan het twijfelen
te brengen. “Weet je wel waarom het
daar zo groen is? Neem je wel lieslaar-
zen en plu’s mee? Wat gaan jullie daar
doen…… Mens-Erger-Je- Nieten?”
Ze lachten hard om hun eigen grappen
en wij lachten dapper mee. Het zou
toch niet?
We bleven positief, we zouden wel
zien. We hadden een appartementje
boven op een berg gehuurd en, mocht
het gaan regenen, dan zou het water
ons bergie af stromen!
Voor de zekerheid namen we tóch
maar wat spelletjes mee in de koffer
en een paar boeken, puzzelboekjes,
dikke sokken, extra schoenen, truien,
regenjassen. Fijn dat we met de auto
gingen, met het vliegtuig hadden ze
ons eruit geknikkerd….OVERGE-
WICHT!
Maar lieve lezers, al dat gepak en
gesjouw was helemaal voor niets! We
hadden prachtig weer. Veertien dagen,
strálend! En een temperatuurtje waar
een Griekenlandganger jaloers op
zou zijn. Wat was het er prachtig. We
waanden ons steeds weer in (nu nog)
groene kerstdorpjes. We wandelden
van de ene berghut naar de andere,
ademden de frisse boslucht in en aten
de héérlijkste gerechten en natúúrlijk
ook een enorme punt Schwarzwalder
Kirschtorte!
Op een dag besloten we de kant van
Triberg op te gaan, bekend om zijn
watervallen. Toen we na een poosje
het stadje bereikten, zag Cor een
enorme koekoeksklok aan de kant van
de weg. Hij trok nog net niet aan de
handrem, maar gestopt moest er wor-
den. Ik had hem al eens horen zeggen
dat hij die klokken zo mooi vindt en
dat hij er best een in huis zou willen
hebben. “Leuk voor de kleinkinderen
joh en ik heb er ook wat mee. Tante
Jansje had er vroeger een in huis en ik
vond dat prachtig!”, zei hij enthou-
siast. Afijn, niet veel later stonden
wij, in plaats van bij de Triberger
Wasserfall, in een enorme zaak waar
wel honderd koekoeksklokken hingen.
En als ik zeg honderd, dan overdrijf ik
niet. We mochten er niet aankomen,
NEIN, alleen maar naar ‘koeken’. Als
we iets wilden horen, moesten we dat
aan een dame vragen die met haar
speciale ‘koekoeksklokkenvinger’ de
grote wijzer naar het hele uur leidde.
Ze had het er druk mee. Er was net
een bus Japanners aangekomen en die
mensjes wilden óók allemaal de vinger
van Fraulein Koekoek even lenen. Het
was een waar ‘gekkenhuis’ daar. Want,
de klokken koekoekten niet alleen,
nein... Sie spielen auch eine Melodie...
hören Sie mal bitte! Cor stond als een
klein jochie in een snoepwinkel al het
moois te bewonderen en koos uitein-
delijk een aardig exemplaar uit. Mét
dansende poppetjes, een hakkende
houthakker, een watermolen, twaalf
verschillende liedjes en... een koekoek
mét echo!
We zijn alweer een paar dagen thuis.
De klok hangt, koekoekt en speelt er
lustig op los. De kleinkinderen vinden
het fantastisch. Kleinzoon Caelum
kan net lopen en ‘waggelt’ door de
huiskamer. Hij wijst met z’n kleine
vingertje naar de klok en roept; “Koe-
koek!” Opa Cor glundert; “Ja jongen,
even wachten... zo komt-ie weer!” En
samen kijken ze de grote wijzer naar
de twaalf. KOEKOEK!
Irene Kraaij-
enhagen
Koekoek!
Het was eindelijk zover, vakantie! Bijna heel Nederland was er al op uit geweest. De één zocht een
plekje in eigen land om op adem te komen en de ander ging zó ver weg dat hij of zij door niets of
niemand gestoord kon worden.
Sneeuwruimen als bijverdienste: hard werken voor weinig
1,2,3,4,5,6,7,8 10,11,12
Powered by FlippingBook