De Utrechter Week 44 - page 1

U
Dé g r a t i s k r an t voo r de e ch t e Ut r e ch t e r
Oplage: 55.300 ex.
In de jaren 50 en 60 stond het
gezin centraal. De rolverde-
ling stond vast: moeder was
thuis en zorgde voor de kin-
deren, terwijl vader een baan
had en zorgde dat er geld
binnenkwam. Men woonde in
de stad of dorp waar vader
werkte. Forenzen kwamen
zelden voor. Zodoende gingen
bijna alle vaders op de fiets
naar hun werk en dat was
‘s morgens en ‘s middags
tijdens de spits goed te zien.
Men reed soms vijfdik naast
elkaar.
Die fietsen zagen er in de jaren
‘50 nog allemaal hetzelfde uit. De
fietsfabrikanten hadden na de Tweede
Wereldoorlog een groot tekort aan
materialen. Tot begin jaren ‘50 werden
vrijwel uitsluitend vooroorlogse
modellen geproduceerd: de klassieke
toerfietsen in de kleur zwart. De goed-
kope terugtraprem was goed bruikbaar
in ons vlakke land. ‘Het stalen ros’ had
een tamelijk dikke, gelige band, die
heel geschikt was voor onze klinker-
wegen. Typisch Nederlands was ook
de kettingkast van gelakt zeildoek.
De handvatten aan het stuur waren
van bakeliet. Vooral in het voorjaar
was het een geliefd kinderspel om, als
de zon scheen, met een vergrootglas
op de bakelieten handvatten te gaan
schijnen. De rook kwam er dan af en
het stonk geweldig!
Soms zaten er in de winter twee mof-
fen aan het stuur, zodat de handen lek-
ker warm bleven. Kinderen moesten
het vaak doen met wanten, die met
een touwtje aan elkaar vast zaten,
waardoor je ze niet kon verliezen. Ook
hing er bij damesfietsen wel een zwar-
te tas aan het stuur, waar de dames
hun eigen tasje in konden stoppen.
De mannenfietsen hadden natuurlijk
een stang, waar een aktetas aan kon
worden gehangen: heel gemakkelijk
als je naar school of kantoor fietste.
We moesten altijd lachen als we de
fraters met hun pijen uit de Heren-
straat op hun damesfietsen naar de St.
Gregoriusmulo in de Nobeldwarsstraat
zagen rijden.
Op de stang
Als je als jongen naar een feestje (‘een
fuifje’ noemde je dat) ging, haalde je
je meisje op met de fiets. Je reed dan
met haar achterop de bagagedrager
naar bijvoorbeeld een parochiehuis
waar een optreden van een band
stond gepland. Het gebouwtje van
het CJC (Cultureel Jeugd Centrum)
in de Operatuin in Oog in Al, waar
veel Utrechtse bands optraden, staat
er nu nog. Naar het idee van een van
de beste bands uit die tijd ‘ZZ en de
Maskers’ hadden die bandjes namen
verzonnen als ‘Moez Moez and the
Apples’ en ‘Ei Ei en de Klutsers’.
Met de kleine bagagedragers van nu is
het bijna niet meer mogelijk het meis-
je achterop de fiets mee te nemen. Nog
fijner was het haar mee te laten rijden
voorop op de stang. Het contact was
dan inniger, maar het ritje kon natuur-
lijk niet al te lang duren, anders was
ze voor het laatst met je uit geweest.
Onder het zadel hadden veel fietsen in
die jaren een gereedschaptasje, waar
bijvoorbeeld bandenplakspullen in za-
ten. Zoals Jeroen van Merwijk terecht
zong in z’n ode aan de jaren vijftig: je
fiets hoefde niet op slot in die jaren.
De kans op diefstal was beperkt.
Blokken op de trappers
Kinderfietsen waren nog zeldzaam in
het begin van de jaren vijftig. Je leerde
fietsen op een grote fiets. Vanzelf-
sprekend was dat een oud barrel, al
dan niet opnieuw opgeschilderd. En
zelfs al stond het zadel op zijn laagste
stand, dan nog kon je niet bij de trap-
pers. Voor dat probleem bestond in de
jaren ‘50 een eenvoudige truc: vader
zette ‘blokken’ op de trappers. Onder
en boven de trapper werd een passend
plankje aangebracht, zodat de trapper
in zijn geheel een dik blok werd. Die
twee of drie centimeter extra dikte
maakten het verschil: nu kon je wèl
bij de trappers. Daar ging je dan, hoog
gezeten op je fiets. Je vader of moeder
holde mee en ondersteunde je een
beetje. En dan, als dat een beetje ging,
helemaal los! Op de autoped wist je
je evenwicht wel te bewaren, maar
dit was hoog, èrg hoog en de banden
waren een stuk smaller. Maar als het
lukte, was je de koning te rijk. Je reed
voor het eerst vrij rond, nagestaard
door je trotse vader of moeder!
Kleppers
Als kind had je dan op een gegeven
moment wel een fiets, maar op straat
zag je oudere jongens stoer op hun
brommers rondrijden. Dat wilde je
natuurlijk ook. Helaas nog te jong,
maar er was wel iets waarmee je je
fiets, qua geluid, op een brommer kon
laten lijken: de klepper.
Een klepper was een rechthoekig stuk
karton, dat je aan de beugel van je
fiets kon vastmaken met wasknijpers.
Bij het rijden maakten de kartonnetjes
een voortdurend kleppend geluid,
dat leek op een brommer. Hoe harder
je reed, hoe harder het klepperde.
Je maakte het van een stevig stukje
karton of een speelkaart. Je vouwde
het stukje karton om de wielbeugel
van je fiets en zette deze vast met twee
wasknijpers. Het einde van het karton
moest natuurlijk wel tussen de spaken
vallen.
Ook met een schoenpoetsdoosje (zo’n
plat metalen doosje van het merk
Erdal met zo’n raar draaiding opzij
om het doosje te openen), geknipte
ringen van een oude binnenband en
twee wasknijpers was een prachtige
en stevige klepper te maken, die nog
meer herrie maakte dan de kartonnen
versie.
Wout van Kouwen
Je ets hoefde toen nog niet op slot
Dinsdag 31 oktober 2017 . Jaargang 8, nr. 22
Deze week o.a.:
Rob Verspeek
Pag. 5
LHBTI toen
en nu
Pag. 7
Homo in jaren
‘60
Pag. 9
Fietscaravan
Pag. 13
Fietsers bij de Leidseveertunnel 1959
Oplage: 55.30 ex.
Meer informatie:
Donaudreef 25
Utrecht
Dag en nacht bereikbaar
voor directe hulp na
overlijden(030) 262 2244
Geertekerkhof 3
3511 XB Utrecht
06 45 363 220
altinguitvaarten.nl
Hiske Alting &
Pauline Res
alting uitvaarten
ruimte voor afscheid
Nachtegaalstraat 72, Utrecht-oost, 030-8898500
Audio
Zaal
Dé HiFi zaak van Utrecht
Normaal €999 per stuk.
Nu per stuk
599,-
of
Setprijs
€999,-
i.p.v. €1998,-.
DISTINCTION
Zeer bijzondere aanbieding bij AudioZaal!
De
AI-1000
Zilver of Zwart en
de
CD-2000 CD/USBDAC
Zilver
Fietsles van mamma
1 2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,...16
Powered by FlippingBook