De Utrechter Week 48 - page 3

Over mijn opa’s schilderijen en
tekeningen krijg ik niet vaak reacties.
Soms mailtjes van leerlingen die in
Utrecht les van hem hebben gehad,
tussen 1922-1948 op de St. Thomas
à Villanova-school, een katholieke
lagere school voor jongens aan de
Bosboom Toussaintstraat, of daarna
(1948-1967) op de Sint Gregorius
lagere school op het Hiëronymus-
plantoen. Deze oud-leerling schreef
me dat hij in schooljaar 1961-62 les
van ‘meester Terlingen’ kreeg in de
3e klas op het Gregorius: “Het toeval
wilde dat mijn vader hem voor de
Tweede Wereldoorlog als onderwijzer
had op de Thomas à Villanovaschool.
Mijn vader vond het wát leuk dat ik
nu ook les kreeg van hem. Als ik aan
hem terugdenk, zie ik hem per fiets
met zijtassen bij de school aankomen,
soms gekleed in een zogenaamde
‘drollenvanger’. Een hoed met veertje
kan ik me ook nog herinneren.”
Geweldige leraar
Een andere oud-leerling zat rond 1957
bij hem in de klas: “Dit was een leraar
die nog steeds in mijn gedachten is.
Van hem heb ik leren vermenigvul-
digen en delen. Na de pauze werden
de tafels van 1 tot en met 10 hardop
gedaan en weer terug van 10 naar 1,
maar dan als gedeeld door. Daarna, het
hoogtepunt van iedere middag, ging
hij vertellen over Karel de Grote ende
Elegast. Prachtig! De klas was dan
muisstil. Hij was een geweldige leraar.
Straf was er eigenlijk nooit. De klas
was in de ban van hem.”
En zo zijn er vele reacties. Leuk om te
lezen over mijn eigen opa. Maar wat
voor velen lang onbekend is gebleven,
zelfs in mijn eigen familie, is dat Jul.
voor de oorlog best een Grote Meneer
was in Utrecht, zeker in het katholieke
deel. Terwijl zijn vrouw vijf kinderen
op de wereld zette, kreeg Julius naast
zijn baan als onderwijzer steeds meer
klussen als tekenaar.
Hij ging boeken illustreren en werd
in de jaren dertig de vaste tekenaar
in de Volkskrant, het Utrechtsch
Nieuwsblad, Opmarsch (een tijdschrift
van de Rooms-Katholieke Staatspar-
tij), Herstel (blad van de Katholieke
Arbeidersbond) en St. Eloy (van de
katholieke metaalbewerkersbond).
Die Volkskrant was toen nog een echt
katholieke krant en verhuisde in 1935
van Den Bosch naar Utrecht, waar
toen de hoofdzetel was van de katho-
lieke arbeidersbeweging. De krant
werd gedrukt op de persen van druk-
kerij Lumax op Ondiep. Het gebouw
staat er nog steeds.
Jos Collignon
Ik vond in de kranten- en tijdschrif-
tenarchieven honderden tekeningen en
illustraties van Jul. Terlingen uit deze
periode. Waar haalde hij de tijd van-
daan? Op trotse momenten noem ik
hem soms de ‘Jos Collignon van voor
de oorlog’, waarmee ik hem vergelijk
met de Utrechter die de laatste decen-
nia in de Volkskrant tekent. Alles wat
ik verzamelde, staat op mijn website.
Terug naar het telefoontje en het schil-
derij. Ik zocht Ernst (87 jaar) en zijn
vrouw op in Houten en vernam hoe
hij aan het schilderij is gekomen. Het
behoorde ooit toe aan Jo Bouwman,
hoofd van de school Thomas à Vil-
lanova. Mijn jonge opa moet het hem
gegeven hebben. Jo Bouwman was
getrouwd met een oudtante van Ernst
en ze woonden allemaal vlakbij de
Vleutenseweg. Na het overlijden van
het schoolhoofd kwam het schilderij
bij Ernst terecht. Heel bijzonder, een
onbekend schilderij van mijn groot-
vader te zien, 95 jaar nadat hij het ge-
maakt heeft. En leve de uitvinding die
hij nooit kende, het internet. Zonder
was dit niet gebeurd.
Jim Terlingen, Utrecht
Een onverwacht telefoontje
“Ik heb al 52 jaar lang een schilderij aan de muur hangen, dat
gemaakt is door je opa.” Ernst Godefroy wist het zeker na het
lezen van mijn internetsite over het leven van Jul. Terlingen
(1903-1979), de Utrechtse vader van mijn Utrechtse vader. Mijn
telefoonnummer had hij daarna ergens opgeduikeld.
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 28 november 2017
pagina 3
Dan heb je Bevrijdingsdag nog, bezoek
van een bevriend staatshoofd en mini-
maal vijf keer per jaar het overlijden
van een bestuurlijke hotemetoot, waar-
voor de vlag halfstok gehesen wordt.
Ik weet zeker dat ik ook buren heb die
gaan vlaggen wanneer ze daartoe in
de loop van de dag aandrang ervaren.
Van mij mogen ze, want het is een
compleet onschuldige dwangneurose.
Daar denkt het bevoegd gezag anders
over, want er zijn in strenge wetten
gevatte aanleidingen om te vlaggen.
Wild vlaggen is te vergelijken met wild
kamperen of wild om je heen slaan;
het mag ab-so-luut niet. Alleen als ons
Nationaal Voetbalelftal van Duitsland
wint of Europees kampioen wordt, dan
wordt zwaaien met vlaggen - zelfs uit
rijdende auto’s - enkele uren gedoogd.
Ik vermoed omdat de keren dat het
Nederlands elftal nog een prestatie ver-
richt waarvoor de vlag uit kan, toch te
verwaarlozen is.
Er zijn mensen die bij het zien van hun
vlag een emotie ervaren die qua impact
vergelijkbaar is met de emotie die er-
varen werd toen het rijbewijs na zeven
vergeefse pogingen gehaald werd; ze
krijgen er tranen van in de ogen. Mij
laat de aanblik van de Nederlandse
driekleur volledig koud. Een papieren
vlaggetje aan een kaasprikkertje is
best aangenaam voor het oog, maar
de smaak van het blokje kaas roept bij
mij indringender emoties op dan het
vlaggetje. Zou de eerste haring van het
seizoen aangevoerd worden op een dag
die geen vlaggetjesdag genoemd werd,
de haring zou er mij niet minder groen
om smaken. En nu in de Tweede Kamer
sinds kort op een in het oog springende
plek een vlag staat, heb ik niet de hoop
dat de genomen beslissingen daardoor
in het vervolg verstandiger zullen zijn.
Maar misschien onderschat ik de kracht
van de vlag.
Het is een feit dat de wereld vergeven
is van hoog- en laaggeplaatste personen
die zich niet kunnen voorstellen dat er
mensen bestaan die de vlag nog niet
eens zouden uitsteken als de belasting-
dienst verrassenderwijs liet weten in
het vervolg geen geld meer van ze te
accepteren. Vlagtrots kom je overal op
de wereld tegen, maar nergens zo de-
monstratief als in de havenplaats Akaba
in Jordanië. Akaba is een havenstad
die volgens de geschiedenisboeken
ooit prachtig was, maar nu bestaat uit
een verzameling gebouwen die al-
lemaal iets weg hebben van duurzaam
onafgebouwde parkeergarages. Op een
paar ruïnes van kerken en kastelen na
is er niks te zien dat het bekijken waard
is. Op de mensen na, die er overwe-
gend aantrekkelijk goedlachs zijn. De
trots van de stad en de belangrijkste
bezienswaardigheid is de 137 meter
hoge metalen vlaggenmast waaraan een
vlag van 40 bij 20 meter wappert. Het
is de op een na hoogste vlaggenmast ter
wereld. Voor de hoogste moet je sinds
2008 in Turkmenistan zijn. Nog wel.
Vlaggen en Vlagtrots
Er zijn mensen in de wijk waar
ik woon die elke gelegenheid
aangrijpen om de Nederlandse
vlag te hijsen. Sommige buren
hebben daarvoor een vlag-
genmastje aan hun gevel
gemonteerd, maar de meesten
hebben een vrijstaande vlag-
genmast in de tuin staan. Ik
woon op stand. Een dag of 50
per jaar is mijn rijke woonwijk
rijk bevlagd.
Om te beginnen zijn er wat jarige leden
van het koninklijk huis betreft al 35
aanleidingen per jaar om te vlaggen.
Ernst Godefroy met het schilderij
Het schilderij 'De Kleermaker' van Julius
Terlingen
HWtje
e
1,2 4,5,6,7,8,9,10,11,12,13,...16
Powered by FlippingBook