De Utrechter Week 48 - page 7

MUSEUM
VAN ZUILEN
MUSEUM
WIJK C
MUSEUM
VAN ZUILEN
De ruiten werden vroeger nog veel
meer belaagd: ook het fenomeen
zweeptollen werd soms met angst en
beven gevolgd door de volwassenen.
Zweeptollen deed je met twee dingen:
een tol en een zweepje. De tol is een
in een punt uitlopend rond houtje van
zo’n 2½ centimeter doorsnede en vijf
centimeter hoog. Onderop versterkt
door een bol spijkertje en bovenop een
houten schijfje met een iets grotere
doorsnede dan de 2½ centimeter van
het onderste gedeelte. Als je met je
zweepje aan de onderkant van de tol
sloeg, zorgde je dat hij hard bleef
draaien. Het soms ongecontroleerde
verplaatsen daardoor zorgde voor het
genoemde ‘angst en beven-effect’.
Hoed, bril of pijp?
Tegen een muur stond, vooroverge-
bogen, de eerste deelnemer. Op haar
of zijn rug sprong, in spreidstand, de
eerste kandidaat. Vervolgens vroeg
die persoon: ‘Hoed’ (Houd ik een van
mijn handen op mijn hoofd?) ‘Bril’
(Of houd ik een van mijn handen,
terwijl ik met duim en wijsvinger een
rondje vorm, als een brilletje voor
mijn oog?) ‘of Pijp’ (Houd ik de duim
van een van mijn handen in mijn
mond?). Als de persoon die voorover-
gebogen stond, en dus niets kon zien,
het juist raadde, moest de springer
aansluiten, ook voorovergebogen en
sprong de volgende deelnemer op de
rug van een van deze twee slachtof-
fers met dezelfde vraag: ‘Hoed, bril
of pijp?’Werd er onjuist geraden, dan
moest de springer achter aan de rij
springers aansluiten.
Pik, olie of dik? (spreek uit:
pikolieofdik)
Het ‘Hoed, bril of pijp-spelletje’
kende voornamelijk vrouwelijke en
jongere deelnemers. De grotere jeugd
speelde een variant die iets pijnlijker
momenten kende. Het spel werd dan
ook voornamelijk door de ‘grote
jongens’ gespeeld. En daar wilde je als
‘aankomend grote jongen’ buitenge-
woon graag bijhoren. Dat kon! Speel
maar mee…. Het spel gaat als volgt:
het slachtoffer (het jongste deelne-
mertje was dikwijls dus als eerste de
klos) stak zijn linkerhand onder zijn
rechteroksel met de handpalm naar
buiten. De rechterhand werd naast de
rechterkant van het gezicht gehouden,
zodat hij niets kon zien. Dan ging het
slachtoffer met zijn gezicht naar een
muur staan. De overige deelnemers
aan dit spel, ingehouden gniffelend om
zo’n gewillig schaap, maar met enige
angst de volgende te zijn die aan de
beurt was, stelden zich in een boog(je)
aan de achterkant van ‘het schaap’ op.
Dan sloeg een van deze personen op
de hand van het schaap. De bedoeling
hiervan was dat het zó snel gebeurde
dat als het slachtoffer zich na de slag
omdraaide en moest raden wie er ge-
slagen had, de ‘slagman’ er al als een
standbeeld bijstond. Je moest wel een
beetje uitkijken met wie je dit spelletje
speelde. Al te grote verschillen in de
krachtsverhoudingen konden ertoe
leiden dat het gebeurde dat je stond
te wachten op een klap, maar verrast
werd door een gevoelige karatetrap
tegen je hand van iemand die zo sterk
was dat vergelding niet haalbaar was
(Ik weet niet van alle verhalen die ik
over Zuilen hoorde, of ze waar zijn.
Dit verhaal heb ik zelf meermalen
meegemaakt: het is echt gebeurd!).
Vliegeren
Wat werden er vroeger trouwens veel
zelfgemaakte vliegers gebouwd! Het
speciale balsahout en vliegerpapier
kocht je bij Tjepkema aan de Daalse-
weg (later dus de Edisonstraat) of bij
Vosje op de hoek van de Swam-
merdamstraat. Het doorschijnende
papier werd verkocht in de kleuren
rood, geel, blauw en groen. Ook het
‘vliegertouw’ ofwel snijdtouw (dat
bij iets te snel laten vieren inderdaad
zo lekker je vingers kon openhalen)
werd aangeschaft. Bedreven handen
maakten de mooiste vliegers, soms
wel meer dan een meter hoog. Dan
was het spannend als zo’n vlieger
opgelaten werd: het moest wel waaien,
maar ook weer niet te hard. En de
staart moest uitgeprobeerd worden op
de juiste lengte. Menige vlieger over-
leefde rukwinden niet. Of er kwam
een gat in het papier van de vlieger, of
het touw brak. Maar… eenmaal hoog
in de lucht staand, ging er steevast
‘post’ naar boven. Om het vliegertouw
werd een briefje zo gevouwen dat het
werd opgepakt door de wind en bij de
vlieger werd afgeleverd. Het opwin-
den van het touw van kleinere vliegers
deed je op een stokje. De grotere
vliegers hadden vaak langere stukken
touw: om dat snel te kunnen opwinden
werd een vierkant stuk hout gebruikt
met links en rechts een handvat. Ja,
dat koop je tegenwoordig allemaal
kant en klaar, maar dat werd vroeger
allemaal zelf gemaakt!
Glijen
De (eertijds veel vaker voorkomende)
sneeuwval werd gebruikt om een ‘glij-
baan’ op te glijen. Na een aanloopje
zo lang mogelijk zijwaarts proberen
door te glijen. Om teruglopen en
opnieuw beginnen zo economisch
mogelijk te maken, werd dit dikwijls
naast elkaar gedaan. Één voor heen en
één voor terug. Dat konden vaak vele
meters lange, spiegelgladde glijbanen
worden, die door vele ouders gevreesd
werden. ‘Als er in het donker iemand
loopt en hem niet ziet…’ Daarom wer-
den veel prachtige banen, het resultaat
van uren intensief glijden door alle
kinderen in de straat, om zeep gehol-
pen met een leeggestrooide ‘asla’. Die
kwam onder uit de kolenkachel en
iedere huisvrouw had dagelijks wel
een volle asla bij de hand.
Pinkelen is nou zo’n spelletje om niet direct naast het huis te
spelen. Een rond of vierkant houtje van ongeveer twee centimeter
doorsnee en zo’n tien centimeter lang werd voorzien van punten
aan de beide uiteinden. Door met een stokje op een van deze
punten te slaan, sprong/draaide het houtje omhoog. Het was de
kunst tijdens deze wentelingen met je stokje het ‘pinkeltje’ zo ver
mogelijk weg te slaan. Niet aanbevolen voor straten met huizen die
een erker voor het huis hebben!
De Oud-Utrechter - Dé gratis krant voor de echte Utrechter
Dinsdag 28 november 2017
pagina 7
Het Museum van Zuilen heeft een tentoonstelling ingericht ‘Spelen en Scholen in Zuilen’. De
tentoonstelling zou medio november gereed zijn, maar liep enige vertraging op.Toch plaat-
sen we in verband met deze tentoonstelling ons verhaal over het spelen op straat (beetje
aangepast aan de winterse periode, dat wel!)
We kijken naar die mooie zelfgemaakte vlieger (mag ook naar de voor toen gebruikelijke wijze van opbergen van de wasteilen,of dat fraaie kinder-
stoeltje rechts).Trouwens,de jongeman op de foto is Nico uit de Bessemerlaan.Hij werd rond 1955 op de foto gezet.
Spelen en scholen in Zuilen
Deze jongens spelen ook 'Hoed,bril of pijp?' Maar wel al lang geleden! Het zijn leerlingen van de Leerschool van
Werkspoor die zich in de lunchpauze weten te vermaken met het spel.Een fotograaf van het weekblad 'Utrecht in
Woord en Beeld' legde het plaatje in de jaren dertig vast.
1,2,3,4,5,6 8,9,10,11,12,13,14,15,16
Powered by FlippingBook