De Maas

22 mei 2015, door Fred Wallast

De Maas leek donker en dreigend die dag.
Bang tuurde ik omhoog naar het grote beeld waar papa naar keek.
Hij fluisterde: ‘Een stad met een gat in zijn hart’ alsof hij me vergeten was.

Of droomde hij weer van de valse bommen toen zijn huis verdween
in het grommen van vliegtuigen, wind, rook en vuur.
Klein en kleumend staarde ik naar de enge reus die met zijn boze armen omhoog
zonder geluid naar de hemel schreeuwde, harder dan de meeuwen.
Ze trokken me mee de oorlog van mijn vader binnen.
Dat niet. Ik wil naar huis, veilig achter op de fiets.
Ik hou me vast aan zijn rug, hij houdt de wind tegen.
Hij is groot en sterk en de oorlog is gelukkig voorbij.
De werkmannen zijn overal bezig, zie je wel.
Ze maken de gaten in de straten weer dicht.
Ze gaan nieuwe huizen bouwen en scholen.
En de nieuwe dierentuin wordt heel mooi.
Waarom zeg je niets meer papa.
Laten we nog een liedje zingen, dan vergeet je het gat in je hart.
‘Er is toch maar één Rotterdam, Koningin van de Maas…’
Ik ken het al bijna uit mijn hoofd!
En, je mag nooit meer ‘moffen’ zeggen hoor, dat is lelijk.
Dan denk ik aan mijn lieve oma in Duitsland, ik mis haar.

Elisa van der Weide
Enschede, 31 maart 2015


Dé gratis krant voor
de vijftigplusser!

Advertenties
Het Welzijnswarenhuis