Heerlijk oud Overschie

19 mei 2015, door Fred Wallast

Ik ben geboren in Overschie en heb daar vele herinneringen aan. Vanaf 1938 woonde ons gezin op de hoek van ‘Het Achterom’ in de Rodenburgstraat 1 waar wij een sigarenwinkel hadden. Tegenover ons lag ‘Het Voorom’ met daar groenteboer Poot, café Kalis, bakker Jansen, kruidenier Aartsen, slager Poot en nog enkele anderen. Voor de oorlog en enkele jaren in de oorlog was Overschie een eigen gemeente met burgemeester Baumann aan het hoofd.Er waren drie Schieën; De Rotterdamse, de Delftse en de Schiedamse Schie. En er was een rijke straat, de Rotterdamse Rijweg.

Aan de Rotterdamse Rijweg woonden veel notabelen

Aan de Rotterdamse Rijweg woonden veel notabelen

Hier woonden directeuren van, als ik mij goed herinner, de Holland-Amerikalijn en de Rotterdamse Bank. Op nieuwjaarsdag gingen wij, als kinderen, de wensen overbrengen en kregen dan een munt van tweeëneenhalve cent, een stuiver of een dubbeltje, dat was in die tijd heel veel. Ter vergelijking, toen ik in 1943 bij de Incassobank, later Amsterdamse Bank, ging werken, als zeventienjarige mulo-scholier, verdiende ik 25 gulden in de maand en na een jaar dienstverband dertig. De Incassobank was gevestigd in de Dorpsstraat op nummer 29, praktisch naast bloemenwinkel Voorhorst.
Ook heb ik herinneringen aan de melkwinkel in Overschie. Vooral Hofweg 4 is voor mij gedenkwaardig. Ik had namelijk een schoolvriend, zowel op de lagere school als op de mulo in Hillegersberg, Arie Hoogerbrugge, die  tegenover Hofweg 4 woonde, op nummer drie. Op nummer vier woonde de familie Neeleman en één van de zonen bracht ´s morgens melk rond in de Schiewijk in Overschie met paard en wagen. Ik hielp hem voor schooltijd  tussen zeven uur en half negen.

Doordat ik bevriend was met Arie Hoogerbrugge, kwam ik ook vaak op de boerderij bij de familie Neeleman. De boerderijen lagen ongeveer een kilometer van elkaar op de Hofweg. Ik bracht regelmatig het paard van de familie Neeleman naar ´t land, vlakbij de rijksweg, tegenover sloperij Vuijk. In mei 1938 ging ik met Maarten v.d. Velden, ook een vriend, het paard wegbrengen naar de wei. Beiden zonder zadel erop en alleen een touw aan het bit. We moesten vanaf de boerderij een houten brug over en dan enkele honderden meters over een ongeplaveid pad. Zodra het paard de brug op stapte begon één van de kinderen met een step te gillen en reed het paard van achteren aan, zodat het paard op hol sloeg. Ik zat achterop en gleed van het paard af, Maarten had het touw vast en gleed via de nek van het paard. Hij viel zodanig, dat dr. De Graaf vaststelde dat hij een hersenschudding had. Ik had schaafwonden aan beide armen.

Er is zoveel te vertellen over het Overschie van voor en in de oorlog. In Overschie werd nog veel zelf geslacht, zoals hazen, konijnen, kippen en eenden. Elke week kwam er iemand door de straten om de vellen op te halen met, meestal, een transportfiets. Hij riep dan hard: ‘Hazen- en konijnenvellen!’

In onze jeugd hadden wij de ruimte om te tollen, knikkeren, hoepelen en wanneer ik op zaterdag Arie Hensen had geholpen met het verkopen van petroleum, zeep, borstels enzovoorts, dan kreeg ik een stuiver en ging ik voor een uur een kinderfiets huren bij Van Dool. Met een stelletje vrienden gingen wij via het Zwarte Pad naar Berkel en Rodenrijs. Daar gingen we komkommers en tomaten halen bij de veiling. De komkommers en tomaten, die door een te lage prijs niet werden verkocht, werden ‘doorgedraaid’ en aan het vee op het land gevoerd. Daar haalden wij ze weg en stopten ze onder onze bloesjes, die elastiek onderin hadden. Zo konden we er heel wat meenemen.

Waar nu vliegveld Zestienhoven ligt, was in mijn tijd, alleen water en land. Daar zochten we vaak naar eieren van wilde eenden; die mochten we alleen eten als ze hard gekookt waren.

Overschie, zoals ik het gekend heb, bestond uit Schiewijk, Kouwenhoek, De Lucht, Dorpsstraat, Rotterdamse Rijweg, rond de Mauritssingel, Saenredamplein en nog enkele straten en, niet te vergeten, de ‘Hoge Brug’.

De Hoge Brug was een belangrijke verbinding voor Overschie

De Hoge Brug was een belangrijke verbinding voor Overschie

Voorbij de Mauritssingel richting Rotterdam was allemaal nog land tot aan de Magdalena-stichting. Kleinpolderplein bestond niet, wel was er de Rijksweg 13, die liep tot aan het kanaal. We gingen lopend of met de bus, vanaf de Schielaan, naar Rotterdam. Voor de oorlog hadden alleen de burgemeester en de dokters een auto. Ik kreeg op mijn dertiende een tweedehands fiets om naar de mulo in Hillergersberg, de Julianaschool, te gaan.

Met een aantal oude vrienden heb ik nog contact, zoals Tinus Schreuder, zijn negentigste verjaardag hebben we gevierd in het museum in Overschie, Cor Schaap en Cor Poot. Cor de Sterke is helaas enige jaren geleden overleden. Over Overschie is nog zoveel te vertellen.

Thom van Dam


Dé gratis krant voor
de vijftigplusser!

Advertenties
Gemeente Rotterdam