Het gouden tientje

20 mei 2015, door Fred Wallast

Als trouw lezer van De Oud-Rotterdammer verbaasde ik mij al lange tijd zo weinig uit oud-Overschie te lezen. Totdat enkelen mijn oude school in de Pieter van Aschstraat noemden in hun verhaal. In 1939-1940 zat ik als12-jarige in de klas van de hoofdonderwijzer de heer Van Gent. Het was het eerste lokaal beneden in de gang. Aan het eind van de gang, werd het laatste lokaal gebruikt als kleuterklas.

Het Pieter de Hooghplein in Overschie, met links de Pieter van Aschschool

Het Pieter de Hooghplein in Overschie, met links de Pieter van Aschschool

Mijn jongere zusje werd daar dagelijks door mijn moeder gebracht (daarover zo verder). Naast de school stond een grote muziektent en, aanleunend tegen de school, het Groene Kruisgebouw. Verder was het tot aan rijksweg 13 allemaal weiland.
Ik was in die tijd bevriend met een jongen uit de klas, Frans van Egmond. Op woensdagmiddagen ging ik meestal uit school met hem mee naar huis. Hij woonde op de Overschieseweg, waar zijn vader een ijzergieterij had. Prima gelegenheid om je vrije middag door te brengen. Daar was veel te zien en te beleven met de Schie achter de fabriek en de grote imposante smeltovens waaruit de gloeiende massa ijzer in de verschillende vormen werd gegoten. Het was mei–juni 1940 toen mijn vriend Frans een gouden tientje vond op straat. Voor ons een enorme schat, waarover we overlegden wat hiermee te doen? In die tijd was de keuze enorm. Er was nog van alles te koop – snoep- en speelgoedwinkels direct in de buurt. Op de hoek Pieter van Aschstraat-Rotterdamse Rijweg zat de speelgoedwinkel van de firma Hartman en op de hoek Rotterdamse Rijweg-Dorpsstraat de winkel van Witstok.

De keus viel eerst op snoepgoed, maar het viel thuis op dat we ‘s avonds geen trek meer hadden in het prakkie. Frans, die de kas hield, kwam met een ander idee: speelgoed! Maar hoe kom je daarmee thuis? Na lang beraad vonden we een oplossing. Frans zou thuis vertellen dat hij het speelgoed van mij leende en ik ging vertellen dat ik het van Frans leende. Voor mijn moeder een acceptabel verhaal (bij Frans thuis waren ze beter gesitueerd!!). De verpakking verdween in de Schie.

Zo gezegd, zo gedaan. Frans kocht een vliegtuig en ik een duikboot die echt kon varen. De vreugde was kort; er werd gekletst en meester Van Gent had zijn bedenkingen vanwege het snoepgoed in onze lessenaar. Daardoor werden we door meester Van Gent even na schooltijd onder handen genomen en wel letterlijk en figuurlijk. Meester Van Gent was een grote kerel – strak, in een donkerbruin pak met vest en gouden horlogeketting, met handen als kolenschoppen en vingers met dikke ringen. Altijd een dikke sigaar, kortom een imposante verschijning waar je niet omheen kon. Hij was berucht om het uitdraaien van je oren en een draai om je oren kon toen ook nog wel…! Dus we vielen door de mand. Onze beide moeders werden op school verzocht tot een gesprek, ons mooie speelgoed moesten we bij de meester inleveren, daar zou hij een goede bestemming voor weten…. Wij mochten als vrienden niet meer met elkaar omgaan.

Einde vriendschap. Kort daarna werd ik tijdens een les door de meester met een aanwijsstok be(mis)handeld, waarvan toevallig mijn moeder getuige was, op weg naar de kleuterklas. Einde school voor mij, Frans heb ik helaas nooit meer gezien.

Leuke herinneringen heb ik nog aan mijn mede klasgenoten, Jan Wezema, Jan Oversier, Cock Caratie, Lex van Gelder, Jan Verschoor, Lucie (Lucienne) van de Bos uit de Torenlaan (die net voor de oorlog naar het buitenland verhuisde.) haar mooie gouden vlecht kwam eens in mijn inktpot. Henk Schreiner, Alie van Leeuwen, Kees van de Toren, Hans Blackstone en vele anderen.

Ik ben toen naar de school van meester Van Dijk aan de Delftweg (Eussie) verhuisd (leve de lol).

Albert Conijn (ab)

 


Dé gratis krant voor
de vijftigplusser!

Advertenties
Gemeente Rotterdam