Het stadhuis

27 mei 2015, door Fred Wallast

Ik ben 1 september 1960 gaan werken op het stadhuis. Ik begon op de huishoudelijke dienst met nog drie andere mensen, Leo Essen, Riens en Anton. Wij zetten toen kamers klaar voor het trouwen, felicitaties en voor vergaderingen. Wanneer er ontvangsten werden gehouden, zette ik, met drie collega’s, de burgerzaal klaar. Bij diners, bijvoorbeeld, moesten er speciale tafels en stoelen…naar boven gebracht worden. Deze stonden in de kelders van het stadhuis. Of wanneer de lintjes uitgereikt werden, moesten er 500 stoelen in de burgerzaal gezet worden, een groot podium en werd er versiering aangebracht. Zo ook bij de ontvangsten van de koninklijke familie. Het was dan een lust om daar te werken met al die versieringen. Zo ging ik eens met een huurauto met chauffeur tapijten halen om onder de gedekte tafels te leggen. Omdat het verschillende kleuren waren, moesten de kleuren bij elkaar passen, dus dat was heel wat sjouwwerk. Toen koning Boemibol en koningin Sirikiet kwamen, hadden de bloemverzorgers in de hal beneden een geweldige tuin gemaakt met tweehonderd cyclamen en fonteinen. Het was net of je in een andere wereld liep, geweldig! Er was ook regelmatig overwerk te verrichten. ’s Middags was er een uitreiking en ’s avonds moesten er 500 stoelen staan. Bij de trap van aankomst moest een zwaar podium komen te staan en een grote tafel met een vaas rozen.

Na vier jaar werd ik door de opzichter, de heer Echberts, gevraagd timmerman Jan Driest  te helpen. Dat was een nieuwe uitdaging voor mij. Ik ben met Jan Driest op pad gegaan om het hele stadhuis te leren kennen en alles te zien dat met timmeren te maken had. Ik heb daar veel van geleerd, maar heb ook een hoop andere dingen gedaan, zoals de vlag uithangen, op de zolder alle raamsluitingen vervangen, alle deuren nagekeken en waar nodig gerepareerd.

In het stadhuis waren alle mensen die nodig waren aanwezig, te beginnen met de schilder, de loodgieter, elektriciens, de timmerman, machinisten en er was een aannemer die verschillende werkzaamheden deed. Jaarlijks werd er een leidekker opgeroepen om het dak, dat van lei is, te komen nakijken en te repareren als dat nodig was. Ik moest  hem ook wel eens helpen en als de machinist mij nodig had, hielp ik ook hem. We gingen dan naar de dependance van het stadhuis en moesten daar stalen kasten verhuizen of sloten repareren. Ik vond het zo leuk dat ik cursussen ging volgen en het is me gelukt. Ik heb diploma’s gehaald voor, onder andere, werken met metaal en lassen. Helaas ben ik het diploma lassen kwijtgeraakt bij een verhuizing. Het helpen bij de werklieden zorgde ervoor dat ik een allround medewerker was en alle hoekjes en gaatjes op mijn duimpje kende. De opzichter vroeg mij daarom voor de avonddienst. De medewerker die ’s avonds door het stadhuis liep om alle deuren en ramen te sluiten en overal de lichten uit deed werd te oud. Ik kreeg een bos met 45 sleutels en ben drie maanden meegelopen om te leren  waar de sleutels voor waren. Daarna ging ik het alleen doen en heb dit jaren volgehouden.

Toen burgemeester Tomassen werd aangesteld, heb ik met een collega de schilderijen en andere dingen in zijn nieuwe huis gemaakt en ophangen. Wij werden dan met een auto naar het huis van de burgemeester gebracht en wanneer we klaar waren weer bij het stadhuis afgezet.

Dit is een klein stukje van wat ik mee heb gemaakt toen ik gewerkt heb op het stadhuis. Het was een geweldige tijd.

M.N. v. Schie

Briandplaats 330

3068 JJ ROTTERDAM


Dé gratis krant voor
de vijftigplusser!

Advertenties
Samen wonen is socialer wonen (SOR)