IJspret op Thialf

17 juli 2015, door Fred Wallast

schaatsen thialf
Bevroren meren waarop je ijspret kon beleven…….. In vergelijking met de stadgenoten in Rotterdam Noord waren de bewoners van Zuid vroeger maar karig bedeeld wat betreft meren om op te kunnen schaatsen en zeker als het gaat om de bewoners uit de omgeving van het dorp IJsselmonde,. Begin jaren 60 waren er op het bouwterrein van de Van Brienenoordbrug tijdelijk wat meertjes te vinden waarop met name in de winter van 1961 best leuk kon worden geschaatst. Tegenwoordig stappen we, als er natuurijs ligt, in de auto en gaan op zoek naar mooie schaatsplekken in de Alblasserwaard of bij de Rotte, maar in de jaren na de oorlog, en daarvoor ook trouwens, moesten we het in IJsselmonde doen met poldersloten en ijsbaan Thialf. IJsclub Thialf werd begin vorige eeuw (1901) opgericht en heeft het bijna 100 jaar volgehouden. In de niet wintermaanden was de ijsbaan een omdijkt stuk weiland dat nog tot in de jaren 70 te vinden was in de toen nog weidse polder achter de Hordijk, ergens waar nu de tramrotonde Kreekhuizen, de IJsselmondse Randweg en het Maasstad ziekenhuis liggen. De ijsbaan werd omzoomd door de Hordijk, een klein stukje Smeetslandsedijk en het Hendrik Veldhoen weggetje wat een prachtig polderweggetje was dat liep tot aan de Dordtse Straatweg en waarvan nu nog steeds enkele tientalen meters zijn terug te vinden tussen de twee fietsenwinkels van de firma Kleingeld aan de Hordijk. IJsmeester van de ijsbaan was in de jaren 50 en 60, als ik me goed herinner, de heer Smid die aan het begin van de winter als machinist van het aan het Hendrik Veldhoen weggetje gelegen poldergemaal zorgde voor een flinke plas water op het voor de ijsbaan bestemde weiland. In de meeste winters duurde de ijspret een of zelfs twee weken, maar soms ook wel een paar maanden, zoals in de winters van 1956 en 1963. In laatst genoemde winter lag het ijs er zó lang dat er na een week of zes bijna niemand meer ging schaatsen. Op de ijsbaan stonden permanent een paar houten keetjes. Een als kassa en een als koek en zopie-tent, plus de palen voor de verlichting en geluidsinstallatie. Het duurde altijd wel even eer er een dusdanig dikke laag ijs op het water lag dat de ijsbaan opengesteld kon worden, na overigens eerst nog een hekwerk aangebracht te hebben vanwege de entree. Voordat Thialf open ging, moesten we het eerst nog even doen met de naburige poldersloten en ijsbaan de Enk in Vreewijk, wat een opgespoten tennisbaan was waar na een paar nachten vorst al een paar centimeter ijs op lag en dan al berijdbaar was. Naar ons idee was dat opgespoten ijs maar surrogaat. Het was zó dun dat de baan na een uur al was stuk gereden. Op de smalle poldersloten waagden we ons ook al na twee of drie nachten vorst. Achter onze huizen aan het Zevenbergsedijkje lag een wat bredere sloot, die tevens dienst deed als open riool, zodat het ijs daar nogal wat tinten vertoonde; variërend van wit naar geel en bruin. Op deze sloot leerden we ook schaatsen achter een oude stoel, maar, als dan na een klein weekje vorst de Thialf open ging, kon het echte schaatsfeest beginnen. Zeker de eerste week was het op de avonden als de verlichting brandde razend druk, op zondagen wat minder, wat misschien te maken had met de aanwezigheid van de recht tegenover de ijsbaan gelegen Hervormde kerk aan de Smeetslandsedijk. Het gebouw waar toen de kerkdiensten werden gehouden, het Wijkgebouw, staat er trouwens nog steeds en doet dienst als kantoor. Zoals ook nu gebruikelijk is op veel ijsbanen reden op het middengedeelte de “rondrijders” en daar omheen de hardrijders. Buiten het hek kon er ook (gratis) geschaatst worden wat echter wel een beetje link was vanwege de diepte van het water daar. Ooit zagen we ternauwernood een meisje, dat op dat diepe gedeelte door het ijs was gezakt, gered worden door het personeel van de langs de ijsbaan gelegen metaaldraaierij. In de jaren 50 maakten we het diverse malen mee dat er op zaterdagmiddag kortebaanwedstrijden werden gehouden, die veel publiek trokken. Begin jaren 50 schaatsten de meeste schaatsers nog op houten onderbindschaatsen. De jongens waren daarbij gekleed in een toentertijd in de mode zijnde drollenvanger, ook wel plusfour genoemd, de weinige toen al wat meer professionele rijders, zoals de plaatselijke favorieten Bart Ouwens, de jongens van Koolmees en nog wat anderen, reden op stalen Noren en waren gehuld in voor die tijd strakke schaatskledij. Zij gingen dan ook meestal met de prijzen strijken. Voor de oorlog kende de ijsclub ook een toen heel bekende internationaal schaatser als lid, Siem Heiden, die onder andere deelnam aan de Olympische Spelen en nog een tijdje wereldrecord houder was op de vijf kilometer. Voor ons als leerlingen van de bijna naast de ijsbaan gelegen Prinses Julianaschool was er in die tijd geen groter feest denkbaar dan een middag ijsvrij. Ondanks dat het dorp IJsselmonde rijkelijk bedeeld is met fotoboekjes van het verleden  kan ik me niet herinneren daarin wel eens foto’s van de ijsbaan gezien te hebben, maar ongetwijfeld zullen er wel plaatjes van bestaan en hopelijk kunnen we die nog eens zien in De Oud-Rotterdammer.

Teun v Driel
j.driel5@chello.nl


Dé gratis krant voor
de vijftigplusser!

Advertenties
Het Welzijnswarenhuis