De nostalgische krant over Rotterdam
Dinsdag 12 december 2023, jaargang 19. Nr.25

Pincoffs
Over de binnenhaven op de kop van Zuid waaraan in woon ligt de Lodewijk Pincoffsbrug. Vernoemd naar de man die een heel groot aandeel had in de aanleg van deze haven. Deze brug lag eerst vanaf 1977 bij de toenmalige Zalmhaven en het Willemsplein. Op die plek is in het kader van de ontsluiting van Zuid later de Erasmusbrug aangelegd. En op het Willemsplein heeft Pincoffs vanaf 1873 gewoond.
Vakanties en weekenden werden door het gezin vaak doorgebracht op het toen nog lommerrijke, landelijke Katendrecht in zijn buitenverblijf genaamd ‘Het is niet anders’. Zou dit al een verwijzing zijn geweest naar de fraude die hem in 1879 de das om zou doen?
Grappig dus dat die voormalige brug bij dat Willemsplein de oversteek naar Zuid heeft gemaakt en is genoemd naar Pincoffs. Ook het Poortgebouw, waar de Stieltjesstraat onderdoor gaat, waar zijn Rotterdamse Handels Vereniging (R.H.V) vanaf 1879 gevestigd was, herinnert ons aan hem.
Eeuwenlang lang heeft de
Rotterdamse haven gefunctioneerd op windkracht en spierkracht. Na 1870 kwam er een nieuwe dynamiek op gang. Engeland lag in de vaart der industriële revolutie al jaren voor op de rest met het gebruik van stoom bijvoorbeeld, maar zo rond 1870 ontstonden hier zoveel mogelijkheden die Rotterdam een economische boost konden geven en tegelijkertijd een reden waren om in actie te komen om ‘de boot niet te missen’.
En dat zag Pincoffs, die veel invloed had in de handel, de financiële wereld en in het stadsbestuur. Als een kind in een snoepwinkel was hij actief in allerlei bedrijven in een tijd dat er nog geen accountantskantoren bestonden en goedgelovige vrienden, zoals bijvoorbeeld bankier Mees en burgemeester van Vollenhoven, in de raad van commissarissen zaten en toezichthouders meer in het glaasje keken dan in de boeken.
Toch kreeg Pincoffs het voor elkaar om havens te
bouwen op een drassig stuk weiland waar ene heer Roentgen al stoomschepen bouwde vanaf 1825 maar waar verder niet zoveel gebeurde dan wat landbouw. Die havens op Feijenoord waren hard nodig omdat het aan de overkant bomvol zat. Vanaf begin 1600 was er na een andere bizarre periode van vooruitgang een soort stagnatie geweest en Rotterdam moest iets doen om kansen te pakken.
Hij zag ze. Pakte door. Maar boekhouden daar had Lodewijk een broertje dood aan. In het jaar dat Lodewijk met z’n RHV zelf de sprong naar Zuid waagde en zich hier in het Poortgebouw vestigde, 1879, werd hij ontmaskerd werd als fraudeur.
Hij ontvluchtte het zinkende schip van z’n met schulden overladen bedrijven als 52-jarige. Om in New York nog 30 jaar als sigarenhandelaar zijn levensdagen te slijten terwijl hij hier verguisd en bespot werd. Zoveel betekend, zoveel vergooid.
‘Het is niet anders.’

