Ingezoomd
Russen waren in paniek in verboden wateren
Dit verhaal begint op een zondagmorgen ergens in de maand augustus van het jaar 1977. De SMIT-LLOYD 43, waarop ik als scheepswerktuigkundige onderdeel uitmaakte van de zevenkoppige bemanning, lag klaar bij het boorschip NEDDRILL 2. De NEDDRILL 2 maakte weer deel uit van een van de twee omgebouwde bulkcarriers die daarvoor door Hollands Bulk Transport (HBT) werden beheerd. De HBT was een onderdeel van de Koninklijke NedLloyd.
Om het verhaal duidelijk te maken moet ik uitleggen hoe een boorschip als het in bedrijf is wordt gepositioneerd. Om het schip op de exacte positie te houden wordt het schip met een zestal ankers verankerd volgens een bepaald ankerpatroon. De plek waarop het anker op de zeebodem ligt wordt gemarkeerd met een boei die met een staaldraad aan het anker verbonden is. Het anker zelf is met een ankerketting of staaldraad verbonden met het boorschip. Om de ankers in de gaten te houden wordt de verankering op het boorschip gemonitord.
Naast de bevoorrading, van brandstof, leeftocht, onderdelen en dergelijke kan een supplier zoals de SMITLLOYD 43 ook ingezet worden als zeesleper en als vaartuig waarmee zogenaamd ankerwerk kan worden verricht.
Anker terugleggen
Op die zondagmorgen lagen we zoals gezegd klaar bij het boorschip in de Middellandse zee in de territoriale wateren van Tunesië en opereerden we vanuit de havensteden Sousse en Sfax. Halverwege de ochtend werden we opgeroepen door de NEDDRILL 2 dat één van de ankers aan het krabben was. Dat betekent dat het van zijn plaats aan het verschuiven was. Als taak hadden we het anker te lichten en weer op een juiste plaats terug te leggen.
Dat gaat normaal gesproken als volgt te werk. De boei die het anker markeert wordt achteruit varend uit het water gevist. Het anker wordt vervolgens met de staaldraad op de sleeplier aan dek gedraaid en opnieuw uitgebracht naar een betere plek waar het anker goed houdt.
Onderzeeër
Zover kwam het echter niet. Ergens op de bodem van de zee werden niet te verklaren bewegingen waargenomen. Na enige tijd zagen we een hoop geborrel in het wateroppervlak waarna we tot onze verbazing de duiktoren van een onderzeeër boven water zagen komen. Het duurde een poosje totdat op gegeven moment het luik van de onderzeeër openging en er een vlaggetje werd uitgestoken door waarschijnlijk één van de opvarende officieren van de bemanning. Hij droeg namelijk een wat vadsige uniformpet. Het betrof een onderzeeër van de Russische onderzeevloot.
De onderzeeër die we aan de haak hadden geslagen was het ankerpatroon binnen gevaren en was met het roer verstrikt geraakt in het ankerdraad. De pogingen om hieruit te raken hadden tot de onterechte conclusie geleid dat het anker zou zijn gaan krabben. Het kan niet anders dan dat deze gebeurtenis tot enige paniek in de onderzeeër moet hebben geleid gezien het in nood opduiken van het schip.
Radiostilte
Uiteindelijk heeft de duikbootbemanning zelf het schip kunnen los krijgen maar hoe men dat heeft gedaan en hoe het verder is verlopen vertelt ons de geschiedenis niet. De communicatie tussen de duikboot en andere instanties heeft voor ons in volledige radiostilte plaatsgevonden. Er moet op diplomatiek niveau overleg plaats hebben gevonden aangezien de onderzeeër sowieso niet in het gebied mocht komen van het ankerpatroon en zeker niet in de territoriale wateren van Tunesië.
Piet Kammeraat
mpkammeraat@hotmail.com













Geef een reactie