Sientje uit de Zandstraat

19 mei 2015, door Fred Wallast
Sientje betrok een zolder aan de Molenwerf

Sientje betrok een zolder aan de Molenwerf

Nadat mijn ouders hun winkel moesten opgeven in verband met de crisis in 1935, verhuisden wij naar de Molenwerf, een zijstraat van de Straatweg, met acht kleine woningen aaneen. Naast ons woonde Kees Visser, een man van een jaar of 80. Een vrouw uit de Vijverhofstraat kwam regelmatig via de Molenwerf vissen in de Achterplas. Haar boot lag in het slootje naar het land waar wij woonden. We noemden haar tante Sientje. En owee als je dicht met je boot bij haar dobbers kwam, dan deed ze haar mond open, waar de gemeenste vloeken uit kwamen.Na het grote bombardement vroeg ze aan oude Kees of ze op zijn zolder mocht slapen. Een grote kale zolder, zonder enige betimmering. Oude Kees vond dat goed, zelf sliep hij beneden in de bedstee en verdiende zo nog wat. Tante Sientje durfde niet meer in de stad te overnachten in verband met de Engelse bommenwerpers.

Op een dag kwam er weer iemand,  een man die woonde achter de Noordsingel.  Hij werkte in de diergaarde. Hij was klein van stuk, bolhoed, wandelstok, zwarte jas en een grote zwarte snor. Hij kreeg van ons prompt de naam Leeuwentemmer. Ook hij vroeg aan oude Kees of hij boven mocht slapen, dit was goed. De vrouw van de man bleef thuis.

Het was steenkoud op de zolder en daarom kwam Sientje wel eens bij ons thuis. Ze vertelde schitterende verhalen. Ze had vroeger kennis van een bokser, ze zouden gaan trouwen. De bokser ging naar Engeland voor een wedstrijd, maar kwam nooit meer terug. Op de foto die ze liet zien, stond een stevige, knappe man. Ook leerde ze ons allerlei liedjes, waarvan de meesten zeer ondeugend waren. Mijn moeder zat dan met een kwaad gezicht achter haar kop surrogaatthee. Wij, als kinderen , vonden het prachtig. De netste en droevigste was:

Oh jongen lief

Je moeder laat je weten

Dat ze jou nimmer kan vergeten

Maar ook, op de wijs van Santa Lucia, de volledige tekst kan ik me niet herinneren:

In het groot Italio

Heerst pracht en pralio

Heren zeer kalio

Roken sigario

Tante Sientje was geboren in de Zandstraat, haar vader had een café en ze had een zus met de bijnaam Mooie Marie. De zussen werden naar een kloosterschool gestuurd voor een nette opvoeding, maar ze werden teruggestuurd. Niemand wist waarom. Later woonde Tante Sientje alleen in de Vijverhofstraat en gaf gelegenheid, maar dat werd alleen maar gefluisterd.

Eenmaal nam ze haar zus mee; een knappe, struise vrouw. Toen hoorden we het verhaal van Mooie Marie. Mooie Marie kreeg kennis aan een nette man, wiens vrouw was overleden, met twee getrouwde kinderen. De man werd erg ziek, zo ziek dat hij niet meer van zijn bed kwam. Toen de kinderen thuis kwamen, vonden ze dat Marie weg moest, want Marie en de man waren niet getrouwd en vader had mooie spullen. De man werd zieker en zieker en Marie liet een verhuiswagen voorrijden om de hele inboedel in te laden.  De man bleef alleen in een leeg huis achter en jammerde: “Marie, je laat me toch niet alleen?” Marie antwoordde: “Straks komen de kinderen, laat die maar voor je zorgen.”
We waren er stil van, zoiets doortrapts en gemeens hadden we nog nooit gehoord. Mijn moeder was al naar de keuken gevlucht, ze kon zo kwaad kijken, ze kwam uit een middenstandsgezin uit Den Briel. De twee zussen schaterden het uit.

Op een dag in maart 1945 moest ik mee naar de Vijverhofstraat om iets op te halen. Er moest iets geruild of zoiets, wat toen veel voor kwam. Op de Bergweg passeerden ons handkarren met doodskisten,  de hongersnood had toegeslagen. Eenmaal in de Vijverhofstraat gingen we drie hoge trappen op. We kwamen in een grote achterkamer met een grote bedstee.  Tante Sientje verdween naar de keuken en ik sloop naar de bedstee om even te koekeloeren. De bedstee had rood fluwelen gordijnen met kwasten en rode zijden deken met kant, het leek wel een koninklijk bed. Zo, dacht ik, dus dit is de plaats waar gelegenheid wordt gegeven. Tante Sientje kwam uit de keuken met twee borden, met daarop wentelteefjes, een boterham gebakken in Zweedse margarine, een echte Zweedse boterham gedoopt in een beetje melk, die mijn moeder had meegegeven. Zalig, zoiets had ik nog nooit geproefd!

N. Zwartendijk-Varekamp


Dé gratis krant voor
de vijftigplusser!

Advertenties
Samen wonen is samen eten (SOR)