Wonen aan het Bospolderplein

11 september 2015, door Vanessa Wallast

WT058

In de edities van 4 en 18 augustus is veel te lezen over het schoolcomplex aan het Bospolderplein in Rotterdam West. Mijn ouder verhuisden naar het Bospolderplein  in de crisis tijd in september 1939. Ik heb er tot aan mijn trouwdag op 29 mei 1957 gewoond. De huisnummers op het plein liepen rond. De laatste deur van het schoolcomplex had nummer 18. Als je recht overstak langs de school liep je bij nummer 19, waar wij woonden. Rechts van ons had je nummer 20 en dat liep zo verder. Links naast ons eindigde de Bospolderstraat, die achter de school lag, op nummer 57. Alle deuren konden met een loper geopend worden, mits de deur niet op het nachtslot werd gedraaid.

We woonden er nog maar net toen er een verduisteringsoefening werd gehouden. Mijn ouders en ik zaten bij een schemerlamp achter de geblindeerde ramen. Mijn moeder vond het maar niks en zei dat ze hoopte dat het nooit werkelijkheid zou worden. Ze had dit nog maar net gezegd toen we de voordeur open hoorde gaan en er iemand de trap op kwam. Mijn vader vloog naar de kamerdeur en stond met gebalde vuisten voor een keurig geklede heer, die hem verbaasd aankeek. ‘Goedenavond’ zei de man ‘Ik ben Janze en ik woon hiernaast op nummer 57’. Mijn vader bulderde ‘Wil je wegwezen, je bent hierop nummer 19!’. Buurman Janze was in het aardedonker van zijn werkplaats, aan de Bingleystraat, naar huis weten te komen en had zich in de deur vergist. Het is daarna natuurlijk nog wel goed gekomen en de familie Janze waren de beste buren die je je wensen kon.

Ik heb ook op school gezeten aan het Bospolderplein. De hoofdonderwijzer, de heer Peet, heeft mij en mijn klasgenoten bevrijd het van het Spaanse rietje. De onderwijzer in de derde klas van 1942 gebruikte het Spaanse rietje regelmatig. Als je voor het schoolbord moest komen om een som te maken of een werkwoord te vervoegen, dan kwam het al tevoorschijn. Bij een fout antwoord kreeg je één knal voor je broek, bij een tweede fout werden dat er twee en zo verder. Bij toeval ontdekte mijn moeder zes vingerdikke striemen op mijn billen op een vrijdagavond tijdens mijn grote wasbeurt. Mijn vader had die avond brandwacht op de brouwerij, maar mijn opa en oma waren er wel getuige van. De volgende ochtend is mijn opa naar mijnheer Peet gegaan om een klacht wegens mishandeling in te dienen. Mijn opa is bewust met mijnheer Peet gaan praten, want mijn vader was in staat om de betreffende leraar aan de poort op te wachten. Na het gesprek tussen mijn opa en mijnheer Peet is het Spaanse rietje verdwenen.

In mijn herinnering volgde werd mijnheer Peet in 1945 opgevolgd door de heer Van Tiel, maar helemaal zeker weten doe ik dat niet. Ik ben hem na zeventig jaar, net als Sjaak Dijksma in het stuk ‘Goddelozen gingen naar de openbare school’ na zestig jaar, nog steeds niet vergeten, net als de onderwijzer uit de derde klas. De heer Van Tiel werd door zijn lengte, omvang en waggelende gang van te dikke personen de Bul genoemd. Tegenover mij zei al gauw spottend ‘en dat wil naar de HBS’. Toen ik zei dat hoe ik heette en aanvullend zei dat mijn vader portier was van de brouwerij van Oranjeboom, schreef hij onder mijn eerste rapport ‘is zeer vrijpostig en brutaal’. Toen mijn ouders het rapport ondertekenden, heeft mijn vader er een brief bij gedaan. Daarin schreef hij dat mij over mijn gedrag had onderhouden en tot de conclusie was gekomen dat, wanneer De heer Van Tiel niets van jongens kon velen, hij dan maar beter les kon gaan geven op een school met leerlingen van tachtig jaar en ouder.

Tussen mij en Van Tiel is het nooit wat geworden. Het regende strafsommen met een deler van vier cijfers. Omdat ik mijn verjaardag had verzwegen, kreeg ik als cadeau vijf strafsommen.


Dé gratis krant voor
de vijftigplusser!

Advertenties
Het Welzijnswarenhuis